Rechtspraak

 

        OHRA Rechtsbijstand             Reaal          ZelfVerzekert            Meeus            Bekijk nu
Paleis van Justitie in Amsterdam
De Eerste Kamer heeft ingestemd met wetgeving die Engelstalige rechtspraak mogelijk maakt. Deze uitkomst is het sluitstuk in de oprichting van de Netherlands Commercial Court (NCC), een rechtbank gespecialiseerd in complexe internationale handelszaken. De nieuwe gespecialiseerde voorziening wordt een bijzondere kamer van de rechtbank en het gerechtshof Amsterdam. Met de oprichting van de Netherlands Commercial Court komt de Rechtspraak tegemoet aan de roep van het internationaal opererende bedrijfsleven. Daar bestaat al langer de vraag om gespecialiseerde en Engelstalige overheidsrechtspraak. Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, geeft in onderstaande video een korte reactie: VestigingsklimaatDe NCC kent 2 kamers, 1 bij de rechtbank Amsterdam en 1 bij het gerechtshof Amsterdam. In deze gespecialiseerde kamers vindt internationale handelsrechtspraak in het Engels plaats. De Rechtspraak denkt dat de NCC bijdraagt aan het vestigingsklimaat en de economische ontwikkeling in Nederland. Zie ook: Netherlands Commercial Court
dinsdag, 11, december, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Henk Naves is door het kabinet voorgedragen bij de Koning als voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. De 59-jarige Naves is sinds 1 september lid van de Raad. Hij volgt 1 januari 2019 Frits Bakker op als voorzitter. Naves wordt voorzitter in een periode waarin er veel op de Rechtspraak en op de Raad afkomt. De verdere digitalisering en de financiële situatie van de Rechtspraak vormen belangrijke uitdagingen. Bestuurlijke ervaringHenk Naves rondde begin jaren '80 een studie rechten af aan de Universiteit Utrecht. Na een korte tijd als docent en juridisch medewerker werd hij in 1992 rechter bij de rechtbank Den Haag. Hij neemt veel bestuurlijke ervaring mee naar de Raad. Naast president van de rechtbank Amsterdam was hij was bijvoorbeeld president van de rechtbank Gelderland en de rechtbank Breda.
vrijdag, 30, november, 2018
Source: Rechtspraak.nl
In NRC Handelsblad en het Financieele Dagblad staat vandaag een rectificatie van de Raad voor de rechtspraak over de zaak Westenberg-Smit. Deze rectificatie is geplaatst omdat de Hoge Raad op 23 november 2018 definitief heeft vastgesteld dat een uitlating in een brief van de Raad aan een Tweede Kamerlid over deze kwestie onrechtmatig was. Waar gaat de zaak over?Deze langlopende zaak draait om een conflict tussen oud-rechter Hans Westenberg en advocaat Hugo Smit. Begin 2004 is een boek verschenen, getiteld 'Topadvocatuur. In de keuken van de civiele rechtspraktijk.' In dit boek staat een interview met Smit waarin hij stelt dat de oud-rechter uitvoerig heeft gebeld met advocaten, waaronder Smit, in een rechtszaak over een conflict over bouwgrond rondom Schiphol (de Chipshol-zaak). De oud-rechter ontkent dit telefooncontact en startte vanwege het interview een rechtszaak tegen Smit, de journalist en de uitgever van het boek. Deze procedure is in 2009 ingetrokken door de oud-rechter. De advocaat spande daarop een civiele procedure aan tegen de oud-rechter en de Raad voor de rechtspraak (lees: de Staat). De advocaat vindt dat hij in zijn goede naam en in zijn werk als advocaat is geschaad. Hij eist eerherstel en een schadevergoeding.Waarom moet de Raad rectificeren?De rectificatie gaat over de zaak tussen Smit en de Raad voor de rechtspraak. In 2006 – toen de zaak van de oud-rechter tegen de advocaat nog liep – heeft de Raad in een brief aan een Tweede Kamerlid uitlatingen gedaan die onrechtmatig zijn. De Raad schreef dat het handelen van de advocaat niet door de beugel kon en schadelijk zou zijn voor het functioneren van de rechtsstaat. Eerder stelde het gerechtshof 's-Hertogenbosch al vast dat het hier ging om een ‘onnodig diffamerende beschuldiging' van de Raad aan het adres van de advocaat. De Hoge Raad heeft dit nu definitief vastgesteld en als gevolg daarvan moet de Raad een rectificatie in de NRC en het Financieele Dagblad publiceren. Deze is vandaag geplaatst. Heeft de Raad spijt van de uitlatingen?Ja. De Raad voor de rechtspraak heeft onrechtmatig gehandeld door deze uitlatingen in de brief aan het Tweede kamerlid te doen. Waarom betaalt de Raad de kosten die oud-rechter Westenberg maakt?De Raad voor de rechtspraak is als voormalig werkgever betrokken bij de rechtszaken van oud-rechter Westenberg. Het algemene beleid binnen de Rechtspraak is dat de Raad voor de rechtspraak de kosten van rechtsbijstand betaalt als een rechter persoonlijk wordt aangesproken over iets wat hij in zijn functie heeft gedaan of gezegd. Dit is noodzakelijk om de onafhankelijke rol van de rechter te kunnen waarborgen omdat rechters zonder angst voor financiële gevolgen moeten kunnen rechtspreken.Is de zaak nu afgerond? Niet helemaal. Nu de Hoge Raad definitief heeft vastgesteld dat Westenberg en de Raad onrechtmatig hebben gehandeld, gaat de zaak weer verder bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof gaat in het vervolg van de procedure beslissen over de hoogte van de schadevergoeding die Smit heeft gevraagdZie ook: Raad rectificeert over de zaak Westenberg-Smit
donderdag, 29, november, 2018
Source: Rechtspraak.nl
In NRC Handelsblad en het Financieele Dagblad staat vandaag een rectificatie van een brief van de Raad voor de rechtspraak over de zaak Westenberg-Smit. Deze rectificatie is geplaatst omdat de Hoge Raad op 23 november 2018 definitief heeft vastgesteld dat een uitlating in een brief uit 2006 van de Raad aan een Tweede Kamerlid over deze kwestie onrechtmatig was. De volledige tekst van de rectificatie luidt als volgt:Ingevolge het arrest d.d. 7 maart 2017 van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch rectificeert de Raad voor de rechtspraak hierbij zijn brief d.d. 3 mei 2006 aan de Tweede Kamer-fractie SP.Deze brief, waarin is vermeld dat een advocaat – waarbij het niet onbekend was dat het om mr. H.J. Smit ging – aantijgingen had geuit van ernstige aard die het aanzien van de rechter, het ambt en de rechterlijke macht schaadden, bevat de beschuldiging dat het handelen van mr. Smit niet door de beugel kan en schadelijk is voor het functioneren van de rechtspraak. Die beschuldiging was onnodig diffamerend en onvoldoende gefundeerd en is later ook onjuist gebleken. Bij voormeld arrest heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch deze beschuldiging onrechtmatig geacht jegens mr. Smit. Mr. Smit is door die beschuldiging in zijn eer en goede naam aangetast. De Raad betreurt de schade aan de reputatie en goede naam van mr. Smit. Raad voor de rechtspraak Mr. F.C. Bakker, voorzitterMeer informatieMeer informatie over waar de zaak precies over gaat en waarom de Raad moet rectificeren is te lezen in de uitgebreide toelichting op de rectificatie.
donderdag, 29, november, 2018
Source: Rechtspraak.nl
De Tweede Kamer heeft gisteren ingestemd met een motie van D66 en de SP waarin de ministers van Justitie en Veiligheid worden opgeroepen de rechter een rol te geven bij megaschikkingen. Dit soort zaken vindt nu nog achter gesloten deuren plaats zonder toetsing van de rechter. De motie was onderdeel van het debat over de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid vorige week.De rechtspraak pleit al langer voor een rol van de rechter bij schikkingen. Ieder jaar wordt nog steeds een groot aantal rechtszaken buiten de rechter afgedaan. Dan gaat het bijvoorbeeld om de schikking van ING onlangs voor 775 miljoen euro, of de SBM offshore-zaak dit jaar. Het Openbaar Ministerie (OM) treft dan een schikking met een bedrijf dat verdacht wordt van strafbare feiten.Door de rechter bestraftFrits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak zei hier eerder over: ‘Het is belangrijk dat in een rechtsstaat wetten en regels effectief worden gehandhaafd. En vooral dat iedereen er op kan vertrouwen dat mensen die de regels overtreden, worden opgepakt door de politie, vervolgd door het OM en door de rechter worden bestraft. In het bijzonder geldt dat voor zaken met een grote maatschappelijke impact.'Zie ook:• ‘Rechter moet megaschikkingen kunnen toetsen'• Megaschikkingen schadelijk voor vertrouwen in rechtsstaat• Wetgevingsadvies rechterlijke toets bij grote schikkingen (pdf, 1,3 MB) (pdf, 1,3 MB)
woensdag, 28, november, 2018
Source: Rechtspraak.nl
D66 en de SP hebben de ministers van Justitie en Veiligheid opgeroepen de rechter een rol te geven bij megaschikkingen die nu vaak achter gesloten deuren plaatsvinden. De partijen dienden gisteren een motie in die de regering oproept werk te maken van een rechterlijke toets in dit soort zaken. De Kamer debatteerde deze week over de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid.De rechtspraak pleit al langer voor een rol van de rechter bij schikkingen. Ieder jaar wordt nog steeds een groot aantal rechtszaken buiten de rechter afgedaan. Dan gaat het bijvoorbeeld om de schikking van ING onlangs voor 775 miljoen euro, of de SBM offshore-zaak dit jaar. Het Openbaar Ministerie (OM) treft dan een schikking met een bedrijf dat verdacht wordt van strafbare feiten. Als het aan de Rechtspraak ligt, komt daar zo snel mogelijk een einde aan.Door de rechter bestraftFrits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak zei hier eerder over: ‘Het is belangrijk dat in een rechtsstaat wetten en regels effectief worden gehandhaafd. En vooral dat iedereen er op kan vertrouwen dat mensen die de regels overtreden, worden opgepakt door de politie, vervolgd door het OM en door de rechter worden bestraft. In het bijzonder geldt dat voor zaken met een grote maatschappelijke impact.'Dinsdag 27 november wordt er gestemd over de motie.Zie ook:‘Rechter moet megaschikkingen kunnen toetsen'Megaschikkingen schadelijk voor vertrouwen in rechtsstaatWetgevingsadvies rechterlijke toets bij grote schikkingen (pdf, 1,3 MB)
vrijdag, 23, november, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Veel initiatieven binnen de Rechtspraak voor begrijpelijke uitsprakenIedere dag verschijnt wel een uitspraak in het nieuws. Voor de toegankelijkheid van de rechtspraak is het van belang dat iedereen snapt waar de rechtszaak en de uitspraak over gaan. Klare taal helpt daarbij. Inmiddels trekt ook de politiek aan de B1-bel: uitspraken moeten makkelijk leesbaar zijn. De Rechtspraak besteedt al jaren in verschillende vormen aandacht aan begrijpelijke taal, in de uitspraak en in de rechtszaal. Niet ingewikkeldKlare taal is taal die voor (bijna) iedereen te begrijpen moet zijn. Taaldeskundigen noemen dit B1-niveau. Teksten met korte zinnen, makkelijke woorden en een logische opbouw: dat is B1. Zo op het eerste oog niet de stijl die het publiek verwacht een uitspraak van de rechter. Toch gaat het ook steeds vaker op een andere manier. Rechters willen iets bereiken met hun uitspraken, ze willen dat hun beslissing of oordeel wordt begrepen. Zo maken ze regelmatig voorleesvonnissen waarin kort en helder de uitspraak wordt samengevat. Op veel rechtbanken zijn initiatieven gestart om uitspraken begrijpelijker en de rechtspraak toegankelijker te maken. Wat ik eigenlijk bedoelZoals bij de rechtbank Amsterdam. Hier werd project Wieb (Wat ik eigenlijk bedoel) gestart om de leesbaarheid en begrijpelijkheid van uitspraken te vergroten. Hans Braam is juridisch medewerker en betrokken bij dit project: 'Verwachten dat de lezer zich wel redt met een juridische redenering: het kan gewoon niet meer. We vragen ons bij elke zaak af hoe we de motivering van de rechter overbrengen aan de lezer. Soms is dat puzzelen, maar vaak hebben een aantal eenvoudige ingrepen al zichtbaar resultaat. Niet alleen leken, maar ook doorgewinterde juristen hebben hier profijt van.'Klare Taal BokaalVoor de beste uitspraak in klare taal wordt jaarlijks de Klare Taal Bokaal uitgereikt. In 2017 won een uitspraak over gedumpt drugsafval. Juryvoorzitter (en president van de Hoge Raad) Maarten Feteris sprak vol lof over de 'kraakheldere' uitspraak. Dat dit vonnis makkelijk leesbaar is, betekent volgens de juryvoorzitter niet dat jargon taboe is. 'Juridische en wettelijke termen worden in deze uitspraak niet geschuwd, maar wel uitgelegd.'
dinsdag, 20, november, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Rechtspraak richt zich op eenvoudige digitale toegang voor rechtzoekendenDe Rechtspraak richt zich de komende jaren op het realiseren van eenvoudige digitale toegang voor rechtzoekenden en hun vertegenwoordigers. Dit staat in de vandaag gepubliceerde brief van de Raad voor de rechtspraak (pdf, 1,1 MB) aan minister Dekker (voor Rechtsbescherming) over de digitalisering in civiel recht en bestuursrecht. Hierin is het eerdere besluit om de nadruk te leggen op digitale toegankelijkheid in plaats van het automatiseren van juridische procedures verder uitgewerkt. Alleen bestuur en civielDe Rechtspraak wil het mogelijk maken om zaken digitaal in te dienen en digitaal stukken uit te wisselen. Daarnaast gaat de correspondentie met de Rechtspraak en het bekijken van het zaaksdossier digitaal verlopen. Daarvoor worden het webportaal Mijn Rechtspraak en de systeemkoppeling Aansluitpunt Rechtspraak aangepast.Het basisplan gaat alleen over bestuursrecht en civiel recht. De rechtsgebieden strafrecht en toezicht, waar al digitaal wordt gewerkt, gaan verder op de ingeslagen weg en in faillissementszaken blijven curatoren digitaal communiceren met de rechtbank. Bij zaken waarin de rechter een toezichthoudende rol heeft, wordt nu in bijna 40 procent van de professionele bewindszaken en in 82 procent van de lopende faillissementszaken digitaal gecommuniceerd. Bij strafrecht wordt inmiddels 80 procent van de zaken digitaal behandeld, bij toezicht wordt al in meer dan 55.000 bewindszaken digitaal gewerkt. Ook in asiel- en bewaringszaken gaat de digitale werkwijze door, al werd al eerder bekend dat deze IT-systemen niet verder worden doorontwikkeld. Stap voor stapDe nieuwe digitale systemen worden op een beheerste, verantwoorde en realistische manier ontwikkeld. Vanaf 2019 wordt per zaaksoort gekeken hoe de nieuwe manier van werken kan worden vormgegeven. Eerst zullen de meer eenvoudige type zaken aan de beurt zijn. Dat begint dan bij 1 gerecht, waar advocaten op vrijwillige basis digitaal kunnen werken. Als daar positieve ervaringen mee zijn opgedaan, wordt digitale uitwisseling voor procespartijen bij alle gerechten ingevoerd; nog steeds op vrijwillige basis. Uiteindelijk wordt het digitale werken voor alle professionele partijen bij alle zaken verplicht. Voor burgers blijft de mogelijkheid om op papier te procederen, zoals ook wettelijk is vastgelegd.Een brede groep belanghebbenden en andere deskundigen heeft meegedacht over het basisplan: van medezeggenschap tot vakinhoudelijke collega's, maar ook externe deskundigen en ketenpartijen. Bij de verdere ontwikkeling van de digitale systemen blijft de Rechtspraak gebruikers van de systemen betrekken.FinancieringDe Raad voor de rechtspraak heeft de minister van Justitie en Veiligheid per brief ingelicht over de nieuwe plannen. Minister Dekker laat de Tweede Kamer weten dat hij ziet dat er stappen in de juiste richting worden gezet. Dekker geeft ook aan dat het plan nog verder moet worden uitgewerkt, iets waarmee de Rechtspraak al aan de slag is gegaan. De Rechtspraak gaat nu verder met de voorbereidingen. Hoe snel de Rechtspraak verdere vervolgstappen kan zetten, is afhankelijk van de uitkomsten van de BIT-toetst medio 2019 en het geld dat het ministerie beschikbaar stelt. De Raad voor de rechtspraak is hierover met de minister in gesprek. Zie ook: Antwoorden op veelgestelde vragen over digitale toegang Brief aan minister (pdf) Rechtspraak: digitale toegankelijkheid in plaats van automatisering Infographic: Basisplan digitalisering civiel recht en bestuursrecht (pdf, 145,3 KB)
vrijdag, 16, november, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Hoe gaat het nu verder met de digitale ontwikkeling binnen de Rechtspraak? 1. Waarom is er nu een basisplan?De Rechtspraak besloot in april de nadruk te leggen op digitale toegankelijkheid voor externen in plaats van het automatiseren van volledige juridische procedures. Deze aanpak is uitgewerkt in een basisplan voor de verbetering van de digitale toegankelijkheid. Het plan beschrijft de digitale oplossing waarmee deze toegankelijkheid wordt gerealiseerd en gaat in op de vervolgstappen die de Rechtspraak wil gaan zetten om deze oplossing te realiseren.2. Wat betekent dit voor digitaal procederen in strafzaken en bij toezicht?Het basisplan gaat alleen over bestuursrecht en civiel recht. De rechtsgebieden strafrecht en toezicht, waar al digitaal wordt gewerkt, gaan verder op de ingeslagen weg. In bewindzaken en faillissementszaken blijven professionele bewindvoerders respectievelijk curatoren digitaal communiceren met de rechtbank. Bij zaken waarin de rechter een toezichthoudende rol heeft, wordt nu in bijna 40 procent van de professionele bewindszaken en in 82 procent van de lopende faillissementszaken digitaal gecommuniceerd. Bij strafrecht wordt inmiddels 80 procent van de zaken digitaal behandeld, bij toezicht wordt al in meer dan 55.000 bewindszaken digitaal gewerkt. 3. Wat betekent dit voor digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken?In asiel- en bewaringszaken is digitaal procederen wettelijk verplicht en deze zaken blijven de aankomende periode dus digitaal plaatsvinden in de huidige systemen In 2018 worden er nog enkele nieuwe mogelijkheden toegevoegd voor deze procedures in Mijn Werkomgeving en Mijn Rechtspraak. Daarna worden er geen nieuwe functionaliteiten meer ontwikkeld voor het huidige systeem. Storingen in het systeem worden vanzelfsprekend zo snel mogelijk opgelost. Op een later moment zal het digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken plaatsvinden in een systeem gebaseerd op de oplossing van het basisplan. Wanneer dit zal zijn en wat de exacte gevolgen daarvan zijn, is nu nog niet te zeggen. De verwachting is dat dit nog een behoorlijke tijd duurt en getracht zal worden dit te doen op een moment dat de eventuele gevolgen voor de gebruikers zo beperkt mogelijk blijven.4. Stoppen de pilots civiele vorderingszaken bij de rechtbank Gelderland en rechtbank Midden-Nederland? De Raad voor de rechtspraak en de presidenten willen stoppen met de pilots digitaal procederen in civiele vorderingszaken bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland. Om de pilots stop te kunnen zetten, is echter een wetswijziging nodig, omdat deze pilots plaatsvinden op basis van wetgeving die verplicht tot digitaal procederen. Totdat de wet eventueel is aangepast, lopen de pilots en daarmee het verplicht digitaal procederen bij deze 2 rechtbanken dus door.Over het aanpassen van de wet vindt overleg plaats met het ministerie. Daarbij wordt ook betrokken dat de Raad het op basis van de in de pilots opgedane ervaringen belangrijk vindt om in het civiele recht de start van de digitalisering los te koppelen van de invoering van het nieuwe, inhoudelijke procesrecht en dat het mogelijk wordt gemaakt om eerst op vrijwillige basis (voor een van de partijen of allebei) digitaal te procederen voordat dit verplicht wordt gesteld. In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft de minister van Justitie en Veiligheid dat hij ook bezig is te onderzoeken of en op welke manier de KEI-wetgeving zonder de verplichte digitalisering op korte termijn in werking zou kunnen treden. In dit onderzoek betrekt de minister ook, zo schrijft hij in zijn brief, hoe in de wens van de Raad tot vrijwillig digitaal procederen in het civiele recht kan worden voorzien en de wens van de Raad om de pilots bij de Rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland stop te zetten.Op dit moment is nog niet duidelijk tot welke uitkomsten dit leidt op het gebied van wetgeving.5. Is het basisplan toekomstbestendig of is het een tijdelijke oplossing? Het basisplan biedt –zoals de naam het zegt- een basis voor de toekomst om de digitalisering te vervolgen. Het plan geeft de eerste vervolgstappen aan. Per zaakstroom zal op een later moment een plan gemaakt waarin de overgang naar digitale toegankelijkheid verder wordt uitgewerkt.
donderdag, 15, november, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Onderzoek naar opvang en begeleiding van slachtoffers afgerondIn elk gerechtsgebouw zijn voorzieningen voor slachtoffers aanwezig. Zij verschillen per locatie. Dat geldt ook voor de manier waarop slachtoffers worden opgevangen en begeleid. Het is wenselijk dat de gerechten daarin meer uniformiteit nastreven. Dit blijkt uit onderzoek dat de Rechtspraak liet doen naar de opvang en begeleiding van slachtoffers in de gerechtsgebouwen. Ook moeten slachtoffers beter worden geïnformeerd over beschikbare voorzieningen in de gerechtsgebouwen. Grotere rolSlachtoffers hebben door de jaren heen door de uitbreiding van slachtofferrechten een steeds grotere rol binnen het strafproces gekregen. Deze grotere rol kan op gespannen voet komen te staan met individuele behoeften van het slachtoffer, bijvoorbeeld zijn behoefte aan privacy tijdens de openbare terechtzitting of bescherming tegen een ongewilde confrontatie met de verdachte.In elk gerechtsgebouw zijn verschillende voorzieningen voor slachtoffers aanwezig, zoals een aparte ruimte waar zij kunnen wachten voor een zitting. In risicovolle zaken is er intensieve begeleiding van het slachtoffer in het gerechtsgebouw en waar nodig worden er ook buiten het gerechtsgebouw beschermingsmaatregelen getroffen. Bijvoorbeeld door het slachtoffer van en naar een parkeerplaats te begeleiden. MaatwerkHet onderzoek laat zien dat de wensen van slachtoffers zeer uiteen kunnen lopen. Sommige slachtoffers hechten aan een aparte, herkenbare plaats in de zittingszaal en stellen het op prijs om door de rechter met hun naam te worden aangesproken. Andere slachtoffers blijven liever op de achtergrond en anoniem. Juist omdat de behoeften zo sterk kunnen verschillen, is het van belang om al in een zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte te zijn van specifieke wensen van slachtoffers. Op die manier kan een gerecht tijdig voorbereidingen treffen en maatwerk leveren. Slachtoffers die van tevoren geen intensieve begeleiding vanuit het OM en Slachtofferhulp Nederland hebben gehad, verdienen bijzondere aandacht van gerechten. Hun wensen en behoeften zijn vaak minder goed vooraf in beeld. Als gevolg hiervan weet het gerecht soms pas (te) laat dat een slachtoffer van bepaalde voorzieningen gebruik van wil maken en kan er niet altijd aan de vraag van het slachtoffer worden voldaan. RegelingIn 2012 heeft de Rechtspraak de Modelregeling inzake passende verblijfsomgeving slachtoffers vastgesteld waarin wordt beschreven hoe rechtbanken en gerechtshoven omgaan met slachtoffers en welke voorzieningen er voor hen in gerechtsgebouwen aanwezig moeten zijn. Met het vandaag verschenen onderzoek is deze modelregeling geëvalueerd. De Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen hebben de conclusies van het onderzoek onderschreven en gaan de komende periode aan de slag met de aanbevelingen. In het najaar van 2019 wordt over de voortgang gerapporteerd.
donderdag, 15, november, 2018
Source: Rechtspraak.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *