Rechtspraak

 

        OHRA Rechtsbijstand             Reaal          ZelfVerzekert            Meeus            Bekijk nu
Frits Bakker, voorzitter Raad voor de rechtspraak
Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, blijft een aantal maanden langer voorzitter dan gepland. In nauw overleg tussen minister Dekker (voor Rechtsbescherming) en Bakker is besloten de terugtreding van Bakker als voorzitter pas per 1 januari 2019 te laten plaatsvinden.Begin dit jaar kondigde Bakker aan af te zien van een herbenoeming na zijn eerste termijn van 6 jaar, die op 1 juli 2018 afloopt. Omdat er op dit moment veel onderwerpen zijn die bestuurlijke aandacht van de Raad vragen, zoals de reset van de digitalisering en de financiële situatie waarin de Rechtspraak verkeert, heeft Bakker ingestemd met een later vertrek. Minister Dekker heeft Frits Bakker voorgedragen tot herbenoeming tot 1 januari 2019. Daarna wordt Bakker familierechter bij de rechtbank Noord-Holland. ProcedureDe Raad voor de rechtspraak gaat door met de procedure tot benoeming van een nieuw rechterlijk lid. Deze zal in eerste instantie als vijfde lid van de Raad voor benoeming worden voorgedragen. Per 1 januari 2019 volgt dan de benoeming van een nieuwe voorzitter. Dit schept ook de mogelijkheid voor de Raad om zich te bezinnen op zijn toekomstige samenstelling. De regelgeving stelt dat de Raad uit tenminste 3 en maximaal 5 leden bestaat.
dinsdag, 15, mei, 2018
Source: Rechtspraak.nl
illustratieve afbeelding van geld
Voorzitter Raad voor de rechtspraak pleit voor verlaging griffierechten Steeds meer mensen zien af van een gang naar de rechter omdat ze het niet kunnen betalen. Daarom moeten de kosten om een rechtszaak te voeren, de griffierechten, drastisch omlaag. Dit bepleit Frits Bakker (voorzitter van de Raad voor de rechtspraak) in zijn jaarbericht (pdf, 38,3 KB) dat volgende week maandag als onderdeel van het jaarverslag van de Rechtspraak verschijnt. Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) verstuurde gisteren een brief aan de Tweede Kamer (tweedekamer.nl) waarin hij aangeeft in debat te willen over de hoogte van de griffierechten.Fors minder rechtszakenHet aantal rechtszaken nam vorig jaar bij vrijwel alle rechtsgebieden fors af, een trend die al een paar jaar zichtbaar is. Vooral de afname van het aantal zaken met een klein financieel belang (civiele kantonzaken) baart zorgen. Bakker: 'Een klein financieel belang, in juridische termen, kan voor gezinnen met een laag inkomen of kleine ondernemingen die van opdracht naar opdracht leven, juist een pijnlijk hoge rekening zijn.' Daarom moeten juist bij dit soort zaken de kosten omlaag. Want een belangrijke reden om niet naar de rechter te stappen is volgens Bakker financieel van aard.AngstEen eenvoudig voorbeeld maakt het probleem duidelijk: als iemand een conflict heeft over een onbetaalde rekening van 700 euro, kost een gang naar de rechter ruim 200 euro aan griffierechten. Bakker: ‘Hoge griffierechten zijn voor veel mensen een reden om niet te procederen, en om de – in hun ogen misschien onterechte – rekening toch maar te betalen uit angst voor mogelijke extra kosten.' En dan vormt te hoog griffierecht een onoverkomelijke drempel, en doet afbreuk aan de rechtsbescherming van de burger. RechtsbeschermingBakker ziet een neerwaartse spiraal ontstaan waarbij minder en minder mensen de rechter nog weten te vinden. 'Het vergroten van het aantal zaken is géén doel op zich, maar een noodzakelijk middel om de Nederlandse burger de rechtsbescherming te garanderen die hem toekomt. Een onbelemmerde toegang tot de rechter is hiervoor een cruciale voorwaarde. Want wat heeft de burger aan een rechtbank als hij zich niet kan veroorloven er gebruik van te maken?Lees het volledige jaarbericht (pdf, 38,3 KB)Toegankelijke tekst voor mensen met een visuele beperking van het jaarbericht 2017 (pdf, 109,5 KB)
dinsdag, 15, mei, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Strafrechter Jan Moors
In gesprek met een strafrechterMinister Dekker (voor Rechtsbescherming) kondigde eerder deze week een wetsvoorstel aan waarmee de voorwaardelijke invrijheidstelling aan banden wordt gelegd. Zo wil de minister dat gevangenen op zijn vroegst 2 jaar voor het einde van de celstraf onder voorwaarden vrij kunnen komen. Nu is dat na tweederde van de straf. De Raad voor de rechtspraak brengt binnenkort advies uit over het wetsvoorstel. Strafrechter Jan Moors beantwoordt enkele vragen over voorwaardelijke invrijheidstelling. Voorwaardelijke invrijheidsstelling, hoe werkt dat precies?‘Globaal is de situatie nu zo: In Nederland is het gebruikelijk dat iemand die is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langer dan 1 jaar, niet die hele straf achter de tralies hoeft uit te zitten als hij zich goed gedraagt. Het Openbaar Ministerie beslist of iemand het laatste deel van de straf onder bepaalde voorwaarden buiten de gevangenis mag doorbrengen. Die voorwaarden verschillen en zijn bijvoorbeeld sterk afhankelijk van het delict waarvoor iemand veroordeeld is. Soms moet iemand zich in die periode laten behandelen voor een verslaving of krijgt iemand een locatieverbod. Vaak komt er ook enige vorm van toezicht door de reclassering.' In het wetsvoorstel van minister Dekker staat dat strenger getoetst moet worden of gedetineerden voorwaardelijk vrij mogen komen. Ook stelt hij voor de periode van voorwaardelijke invrijheidstelling te beperken tot maximaal tot 2 jaar. Wat vindt u van dit voorstel? ‘Als het doel is tegemoet te komen aan de verbazing van mensen als iemand eerder dan ze verwacht hadden vrijkomt uit de gevangenis, dan begrijp ik dat. Als je mij vraagt of het echt gaat bijdragen aan onze veiligheid en de vermindering van criminaliteit, dan denk ik dat niet. Onder de huidige regeling is het mogelijk om langer gecontroleerd toezicht te houden op iemands terugkeer in de samenleving, bijvoorbeeld door alcohol- en drugscontrole, meldplicht, trainingen en locatieverboden. De vraag is of na een lange gevangenisstraf een periode van 2 jaar niet te kort is. De Rechtspraak gaat nog uitgebreid adviseren over dit wetsvoorstel nadat we als strafrechters het voorstel hebben bestudeerd.'Het wetsvoorstel heeft onder andere als doel te laten zien dat iemand die een strafbaar feit heeft gepleegd, niet zomaar eerder vrij komt. Wat vindt u van deze gedachte?'Als rechter vind ik 2 dingen belangrijk: als ik beslis dat iemand een jarenlange celstraf verdient, diegene ook zolang achter de tralies verdwijnt, maar óók dat we er alles aan doen om na die gevangenisstraf iemand weer veilig te laten terugkeren in de samenleving zonder dat hij meteen weer in de fout gaat. Daar is begeleiding en controle voor nodig.'Gaan rechters lagere straffen geven door de voorstelde nieuwe voorwaarden? ‘Dat zou kunnen, rechters houden er bij het opleggen van de straf rekening mee hoe lang iemand daadwerkelijk in de gevangenis zit. Dat is in de nieuwe situatie wel lastiger want de een maakt blijkbaar wel kans op voorwaardelijke invrijheidstelling en de ander niet. Hoe rechters daar in de praktijk mee omgaan zal de tijd moeten leren.'
donderdag, 3, mei, 2018
Source: Rechtspraak.nl
illustratieve foto Tweede Kamer
Het digitaliseren van rechtspraak is volgens minister Dekker (voor Rechtsbescherming) noodzakelijk, en niet te stoppen. Wel vindt hij dat hierbij goed moet worden gekeken naar de manier waarop de Rechtspraak als organisatie wordt bestuurd. Het moet helder zijn waar verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen. Ook is speciale aandacht nodig voor de snelheid en het ambitieniveau van de digitalisering, stelde de minister tijdens een debat in de Tweede Kamer vandaag. Naast de digitalisering sprak de vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid tijdens dit zogenoemd algemeen overleg met de minister over onder meer griffierechten, maatschappelijk effectieve rechtspraak, en de financiering van rechtspraak. DigitaliseringEerder deze maand kondigde de Rechtspraak een reset van het moderniserings- en digitaliseringsprogramma KEI aan, de focus wordt verlegd van het automatiseren van juridische procedures naar vergroting van de digitale toegankelijkheid. Ter voorbereiding van het Kamerdebat informeerde de Rechtspraak vorig week tijdens een technische briefing de Kamer over dit onderwerp.De minister wil van de Rechtspraak duidelijkheid op 3 punten: of alle neuzen binnen de Rechtspraak met betrekking tot digitalisering dezelfde kant op staan, of de juiste bestuurders, managers en IT-specialisten op de juiste plaats zitten, en of de aansturing van het digitaliseringsprogramma helder genoeg is. Tijdens het debat vandaag zei de minister dat het in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de Rechtspraak zelf is om hier een antwoord op te vinden, maar ook kondigde hij aan dat hij meer externe controle en een grotere invloed van zijn ministerie wil. Hierbij benadrukte Dekker meerdere keren dat hij ervoor waakt dat hierbij de onafhankelijkheid van de Rechtspraak niet wordt geraakt. Voor de zomer wil Dekker de Kamer informeren over de stand van zaken op dit dossier. FinancieringDoor het uitblijven van de digitaliseringsbaten en het afnemen van het aantal rechtszaken zit de Rechtspraak in financieel zwaar weer. Minister Dekker zei de Kamer dat het een keuze van de Rechtspraak is geweest om eerdere bezuinigingsopdrachten in te vullen met toekomstige opbrengsten van het digitaliseringsprogramma. Nu deze baten langer op zich laten wachten, wil de minister in de eerste plaats van de Rechtspraak horen wat hiervoor mogelijke oplossingen zijn. Toegang rechterDe Kamer vroeg bij diverse onderdelen van het debat aandacht voor de toegang tot de rechter. Zo waren positieve geluiden te horen over de initiatieven die de Rechtspraak ontplooit op het gebied van maatschappelijk effectieve rechtspraak, waarmee het recht effectiever wordt ingezet en rechtspraak toegankelijker wordt voor iedereen.De Kamer vroeg de minister ook naar zijn visie op de effecten van griffierechten (de kosten voor het voeren van een rechtszaak) op de toegang tot de rechter. In zijn jaarbericht pleitte Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, onlangs voor een verlaging van de griffierechten. Veel mensen kunnen een gang naar de rechter niet meer betalen, wat de rechtsbescherming van burgers ondermijnt. De minister zegde de Kamer toe nog eens naar dit onderwerp te kijken. Ook werd de Evaluatie Wet herziening gerechtelijke kaart (rijksoverheid.nl) besproken door de Kamer. Met deze wet werd het aantal rechtbanken teruggebracht van 19 naar 11, en het aantal gerechtshoven van 5 naar 4. Tijdens deze discussie werd aandacht gevraagd voor de in 2016 ingediende motie-Oskam die stelt dat verdere sluiting van gerechtsgebouwen niet aan de orde is.
woensdag, 25, april, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Door het hele land ontwikkelen rechters plannen die gericht zijn op het effectiever inzetten van rechtspraak, en rechtspraak toegankelijk te houden voor iedereen. De belangrijkste winst van maatschappelijk effectieve rechtspraak is dat het recht wordt ingezet om alledaagse problemen van mensen echt op te lossen. Ook het kabinet is voorstander van deze vormen van maatschappelijk effectieve rechtspraak, blijkt uit een brief(rijksoverheid.nl) die minister Dekker (voor Rechtsbescherming) vandaag aan de Tweede Kamer stuurde. PraktijkFrits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, vindt het goed om te zien dat veel van de plannen van de Rechtspraak terug te vinden zijn in de brief van de minister: 'Door het hele land zijn projecten gestart en in ontwikkeling, die gericht zijn om mensen echt verder te helpen. Niet omdat bestuurders als ik daarom hebben gevraagd, maar omdat onze mensen zelf vonden dat het moest gebeuren. Plannen die dus grotendeels zijn ontwikkeld door rechters en andere medewerkers. Mensen uit de praktijk, die dagelijks in zittingszalen zien tegen welke juridische muren mensen op lopen.' Het is volgens Bakker een beweging van onderop, die overal in het land gestalte krijgt: 'Binnen onze organisatie wordt het maatschappelijk effectieve rechtspraak genoemd. Het is geen vast project, maar een overkoepelend idee dat het werk van de rechter maximaal effectief moet zijn en mensen echt moet helpen.'Effectieve rechtspraakVoor veel mensen met juridische problemen is de drempel om naar de rechter te gaan te hoog. Procedures zijn complex, duren vaak lang, de kosten zijn aanzienlijk. En als de rechter dan uitspraak doet, is daarmee het onderliggende probleem nog lang niet altijd opgelost. Dat geldt met name voor zaken met een emotionele lading, zoals burenruzies en echtscheidingen. Als mensen als tegenstanders tegenover elkaar staan in de rechtszaal, kan dat conflicten juist verergeren. Rechters zoeken daarom de laatste jaren naar andere manieren om met dit soort zaken om te gaan. Bijvoorbeeld door ruziënde buren samen, tegen lage kosten, hun probleem te laten voorleggen. Of door scheidende ouders een vaste rechter toe te wijzen, die overzicht heeft over alles wat er speelt en kan helpen de problemen definitief op te lossen. Zo nodig in samenwerking met gemeenten en hulpverleners.Ruimte voor experimentenHet kabinet omarmt dit streven naar maatschappelijk effectieve rechtspraak en biedt ruimte om te experimenteren. Dat is nodig omdat de wet een vaste manier van procederen voorschrijft, die niet aansluit op de nieuwe werkwijzen. In plaats van meteen het procesrecht te wijzigen – terwijl nog niet duidelijk is welke aanpassingen nodig zijn om het doel te bereiken – wordt het mogelijk om per experiment een nieuwe, afwijkende rechtsgang vast te stellen en later te evalueren.Vernieuwen'De minister onderschrijft dat een goed functionerende rechtspraak van essentieel belang is voor de samenleving en voor onze welvaart', zegt Bakker. 'Hij ziet ook in dat we moeten vernieuwen om relevant te blijven voor iedereen, óók voor mensen die zich met moeite staande houden in de veranderende maatschappij. Wij zijn blij dat de minister zich daarvoor wil inzetten, samen met ons.' Gelet op het belang van maatschappelijk effectieve rechtspraak is met de minister afgesproken dat de Rechtspraak hiermee verder gaat. Hierdoor zullen de tekorten van de Rechtspraak verder oplopen.ThemapaginaLees meer over maatschappelijk effectieve rechtspraak op de themapagina.
woensdag, 25, april, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Het aantal rechtszaken is het afgelopen jaar in bijna alle rechtsgebieden fors afgenomen, zo blijkt uit het vandaag verschenen jaarverslag van de Rechtspraak. Met name het aantal kanton handelszaken is flink gedaald. Vorig jaar zijn daar 81 duizend minder zaken van aangebracht dan een jaar eerder. Kanton handelszaken gaan vaak over incasso's na het niet betalen van rekeningen, bijvoorbeeld voor een zorgverzekering of telefoonabonnement. Reden minder rechtszakenDe daling van het aantal zaken in sommige rechtsgebieden ligt voor de hand: een verbeterde betalingsmoraal na de economische crisis, de toegenomen beschikbaarheid van buitenrechtelijke bemiddeling (als mediation). Maar ook de afschrikkende werking van relatief hoge griffierechten (de kosten die moeten worden betaald om een rechtszaak te mogen voeren) speelt een rol. Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, roept in zijn jaarbericht op deze griffierechten te verlagen, omdat moet worden voorkomen dat mensen vanwege financiële redenen de rechter vermijden. Voor andere rechtsgebieden – bijvoorbeeld bestuursrecht – is het niet precies duidelijk waarom het aantal zaken sterk is gedaald.Stijging aantal bewindzakenOok is niet op elk gebied het aantal zaken sterk gedaald, wat de afname van het aantal rechtszaken in eerste instantie niet direct goed zichtbaar maakt. Zo heeft de rechtspraak in 2017, net als in 2016, toch weer 1,6 miljoen zaken behandeld. Dat komt vooral door de enorme toename van het aantal bewindzaken, waarbij de rechter niet zozeer een beslissende, maar vooral controlerende rol heeft.Dit type zaken is in 2017 met 100.000 toegenomen tot 500.000. Dit betekent dat inmiddels 1 op de 3 zaken die de rechter behandelt een bewind gerelateerde-zaak is. Die stijging betekent overigens niet per definitie dat er meer mensen onder bewind zijn gesteld. Voor een groot deel is de stijging toe te schrijven aan een nieuwe categorie zaken: de zogenoemde vijfjaarsevaluatiezaken waarbij lopende bewindsdossiers onder de loep worden genomen.Financiën Rechtspraak onder drukEen bijzonder zorgelijk punt volgens het jaarverslag is de slechte financiële situatie van de Rechtspraak. Het jaar 2017 wordt afgesloten met een negatief eigen vermogen. Dat gebeurde nog niet eerder. Een van de belangrijkste oorzaken is de vertraging van digitaliserings- en vernieuwingsoperatie KEI. Een andere oorzaak is de forse terugloop van het aantal zaken dat voor de rechter komt. De Rechtspraak wordt per zaak gefinancierd en fors minder zaken betekent een lager budget. Verwacht wordt dat ook in 2018 en 2019 dit nog aan de orde is.Meer mensen in dienst Omdat rechters in voorgaande jaren hebben aangegeven dat de kwaliteit van het rechterlijke werk onder druk is komen te staan door onderbezetting en toenemende complexiteit van zaken, zijn afgelopen jaar meer mensen aangenomen en is in 2017 het personeelsbestand van de Rechtspraak toegenomen met 2 procent. Ook heeft de Rechtspraak sinds 2016 de werving van rechters geïntensiveerd, wat in 2017 heeft geleid tot het aannemen van ruim 100 nieuwe rechters in opleiding.Meer tijd voor een zaakRechters hebben door de personele versterking in 2017 meer tijd aan een zaak kunnen besteden. Dat is belangrijk, omdat rechters voldoende tijd moeten hebben om zaken gepaste aandacht te geven, essentieel voor kwalitatief hoogwaardige rechtspraak. Toch blijft de werkdruk een knellend punt, zo blijkt uit het medewerkerswaarderingsonderzoek (MWO) van afgelopen jaar. De gerechten zijn druk bezig met de aanbevelingen tot verbetering , maar dit kost tijd. Een goed teken is dat het werkplezier en de tevredenheid van medewerkers ten opzichte van 2014 is toegenomen. Doorlooptijd niet structureel verbeterdTenslotte is ook de geplande doorlooptijdverkorting van rechtszaken in 2017 niet gehaald. De duur van zaken is ondanks alle inspanningen nog steeds niet korter geworden. Er zijn veel lokale initiatieven ondernomen om rechtszaken te versnellen, als bijvoorbeeld een verhoogde bezetting of wijzigingen in roosters en agenda's. Maar deze hebben nog niet het beoogde effect gehad, zo blijkt ook uit het periodieke klantwaarderingsonderzoek (KWO) 2017.
maandag, 23, april, 2018
Source: Rechtspraak.nl
De Rechtspraak verlegt de focus van het automatiseren van juridische procedures naar vergroting van de digitale toegankelijkheid. Dat schrijft de Raad voor de rechtspraak in een brief (pdf, 916,9 KB) aan minister Dekker voor Rechtsbescherming. De digitalisering wordt daarmee eenvoudiger en beter te beheersen. Uit extern onderzoek is gebleken dat de Rechtspraak heeft onderschat hoe ingewikkeld het is om juridische procedures te digitaliseren.De Rechtspraak werkt sinds enkele jaren aan de modernisering en digitalisering van juridische procedures. In alle rechtsgebieden zijn digitale stappen gezet. Maar digitaal procederen bleek meer tijd en geld te kosten dan gepland. In opdracht van de Raad heeft een onafhankelijke commissie het digitaliseringsprogramma onderzocht en advies gegeven voor verbeteringen. De Raad heeft de minister vandaag geïnformeerd over het onderzoek en de maatregelen die de Rechtspraak neemt om de digitalisering op een goede manier voort te zetten.ResetDe digitalisering van de rechtspraak wordt minder ambitieus. Het programma gaat zich richten op het digitaal uitwisselen en beschikbaar stellen van gegevens over rechtszaken voor juridische professionals en rechtzoekenden. 'We willen graag tegemoetkomen aan de grote behoefte aan snelle, moderne en toegankelijke rechtspraak,' zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. 'Ik stel vast dat de Rechtspraak zichzelf daarbij is voorbijgelopen. Het digitaliseringsprogramma wordt gereset: we moeten kleinere stappen nemen. Degelijkheid gaat voor snelheid.'BesturingUit een onafhankelijk extern onderzoek (pdf, 360,9 KB) blijkt dat het digitaliseren van juridische procedures enorm complex is. Dat komt door de IT-techniek, maar ook doordat het veel tijd kost om de procedures bij de gerechten te harmoniseren en de wetgeving minder vereenvoudigd is dan gewenst. De onderzoekers concluderen verder dat de besturing van de digitalisering tekort schoot: de risico's werden tijdig in kaart gebracht, maar besluiten over maatregelen lieten te lang op zich wachten. Het was niet duidelijk genoeg waar verantwoordelijkheden waren belegd. De kennis bij bestuurders en de organisatie is flink verbeterd, maar was niet voldoende om het complexe programma in goede banen te leiden.MaatregelenDe Raad neemt, mede op advies van de externe onderzoekscommissie, een aantal maatregelen voor een goede vervolg van de digitalisering:de digitalisering die in verschillende programma's binnen de Rechtspraak plaatsvond, is ondergebracht in één informatievoorzieningsorganisatie;de Informatievoorzieningsorganisatie Rechtspraak (IVO) pakt knelpunten in de IT-architectuur aan, werken in kleine realiseerbare stappen wordt het uitgangspunt;automatisering die niet goed past binnen het voornemen om te vereenvoudigen, zoals eKanton, wordt direct beëindigd;de besturing van het digitaliseringsproces wordt vereenvoudigd en rollen en bevoegdheden worden verduidelijkt;de kennis van de bestuurders en de organisatie wordt met opleiding, training en begeleiding op het noodzakelijke niveau gebracht. Onafhankelijke controleDe Rechtspraak versterkt de onafhankelijke controle op de digitalisering. De Raad laat regelmatig onafhankelijke reviews uitvoeren op de voortgang van de digitalisering. De toekomstige projecten zullen daarnaast worden bekeken door het Bureau ICT-toetsing (BIT), die beoordeelt of projecten kans van slagen hebben of anders moeten worden ingericht. Het BIT houdt daarbij rekening met de onafhankelijke rol van de Rechtspraak binnen de overheid.VervolgstappenDe Rechtspraak zal een plan uitwerken voor de verbetering van de digitale toegankelijkheid. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de mensen die met de IT-systemen gaan werken: Rechtspraakmedewerkers, professionals en instanties die vaak gerechtelijke procedures voeren en rechtzoekenden. De planning is in het najaar gereed. 'We realiseren ons dat we hiermee opnieuw een beroep doen op organisaties in de juridische keten waarvan de Rechtspraak de afgelopen tijd al veel heeft gevraagd bij de voorbereiding en invoering van het digitaal procederen,' zegt Frits Bakker. 'Zij hebben soms ook flinke investeringen gedaan. De digitalisering duurt nu langer, maar we waarderen de opgebouwde samenwerking zeer en zetten die graag voort.' In de rechtsgebieden waarin al digitaal wordt geprocedeerd, blijft dit gewoon doorgaan. De digitalisering op het terrein van strafrecht, gaat volgens planning door. Op het terrein van toezicht is in november 2017 de landelijke invoering van digitaal werken in bewindszaken gestart. Deze loopt volledig door in 2018. Komende maanden zal er een besluit worden genomen over de landelijke invoering van digitaal procederen in handelsvorderingen.FinancieringDe keuze voor digitale toegankelijkheid heeft uiteraard financiële gevolgen. Aan de ene kant zal er de komende minder jaren geld nodig zijn voor digitalisering. Aan de andere kant worden de besparingen die komende jaren zijn te verwachten ook minder. De Raad gaat daarom met de minister van Justitie en Veiligheid in gesprek over financiële oplossingen voor de langere termijn.Zie ook: brief aan de minister (pdf, 916,9 KB)Toegankelijke tekst voor mensen met een visuele beperking van de brief aan de minister (pdf, 141,7 KB)het externe onderzoek (pdf, 360,9 KB)
maandag, 23, april, 2018
Source: Rechtspraak.nl
illustratieve foto van mobiele telefoon
De Rechtspraak verlegt de focus van het automatiseren van juridische procedures naar vergroting van de digitale toegankelijkheid. Hieronder antwoorden op enkele veelgestelde vragen.Ik lees in het nieuws dat de digitalisering opnieuw moet, klopt dat? Ik procedeer al digitaal, kan ik dat blijven doen? Berichten dat de digitalisering zou worden stopgezet, of opnieuw moet, kloppen niet. In rechtsgebieden waarin al digitaal wordt geprocedeerd en gecommuniceerd, blijft dit gewoon doorgaan. In asiel- en bewaringszaken kun je dus gewoon digitaal blijven procederen. Ook de pilot met digitaal procederen in civiele handelsvorderingen met verplichte procesvertegenwoordiging bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland gaat gewoon door. Digitale uitwisseling van stukken in faillissementszaken gaat ook gewoon door.Dat geldt ook voor de in november 2017 gestarte landelijke invoering van digitaal werken in bewindszaken. Deze loopt volledig door in 2018. De digitalisering op het terrein van strafrecht, gaat eveneens volgens planning door. Wordt digitaal procederen in civiele handelsvorderingen nu nog wel landelijk ingevoerd?Dat is afhankelijk van het verdere verloop van de pilot bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland. Deze zomer wordt besloten of digitaal procederen in civiele handelsvorderingen ook landelijk wordt ingevoerd.Kan ik gebruik blijven maken van het Aansluitpunt? Wordt het Aansluitpunt nog verder uitgebreid (bv voor asiel- en bewaringszaken)? Bij digitaal procederen in civiele handelsvorderingen kun je nu gebruik maken van een systeemkoppeling, het Aansluitpunt. Ook voorziet dit Aansluitpunt in een systeemkoppeling met de IND. Dat blijft zo. Het Aansluitpunt wordt dit jaar nog niet verder uitgebreid naar andere zaaksoorten. Er zal dus nog geen Aansluitpunt beschikbaar komen voor digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken.In overleg met externe gebruikers wordt onderzocht hoe we verder gaan met het Aansluitpunt, daarover zal in het najaar meer bekend zijn.Heb ik als advocaat nu voor niks geïnvesteerd in kantoorsoftware, opleidingen etc.? In asiel- en bewaringszaken, strafzaken, handelsvorderingen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland en toezicht waar nu digitaal wordt geprocedeerd en gecommuniceerd, blijft dit gewoon doorgaan. Investeringen in opleidingen en kantoorsoftware voor deze digitale procedures, zijn dus nog steeds nuttig. Hoe en wanneer we precies gaan digitaliseren in de andere zaaksoorten, is nu nog niet bekend. Als je hier al investeringen voor hebt gedaan, zullen die zich pas later terugbetalen. We realiseren ons dat dit heel vervelend is. De Rechtspraak gaat voor de verdere digitalisering nu een concreet plan uitwerken. Dat zullen we doen in nauwe samenwerking met de gebruikers: rechtspraakmedewerkers, professionals en instanties die vaak gerechtelijke procedures voeren en rechtzoekenden. Dit plan is in het najaar gereed. Welke kosten zijn er gemoeid met de digitalisering? Ik lees in het nieuws dat er 220 miljoen euro is uitgegeven, waar is dat aan besteed? In de jaren 2013-2017 is er ongeveer € 100 miljoen geïnvesteerd in de IT voor digitaal procederen. Daarmee hebben we onder meer digitaal procederen in toezicht, asiel- en bewaringszaken en de pilot digitaal procederen in civiele handelsvorderingen gerealiseerd. Ook is ongeveer 100 miljoen geïnvesteerd in implementatie en modernisering in de breedte. Een flink deel van dit bedrag is nodig voor reorganisatiekosten. Daarnaast zijn hiermee onder meer digitale zittingszalen gerealiseerd en opleidingen van medewerkers bekostigd.Deze investeringen zijn gedekt binnen de reguliere begroting van de Rechtspraak, met aanvullende bijdragen vanuit het ministerie van justitie en vanuit het beschikbare eigen vermogen. Wat gaat de verdere digitalisering nu nog kosten? Dat is nog niet bekend. De Rechtspraak gaat de verdere digitalisering nu verder uitwerken. Dit najaar zal er een begroting voor 2019 komen. Daarbij zal de Rechtspraak voor nieuwe digitaliseringsprojecten gebruik gaan maken van het BIT (Bureau ICT Toetsing). Voor nieuwe projecten zullen er geen kosten worden gemaakt voordat er een positief BIT-advies ligt.
dinsdag, 17, april, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Illustratieve afbeelding van een computer
Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) heeft afgelopen vrijdag een brief (tweedekamer.nl) naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij zijn zorgen uit over de digitalisering van de Rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak heeft begrip voor deze zorgen en is in gesprek met de minister over de ontstane situatie en de gevolgen voor de toekomst.In de brief geeft de minister aan dat hij het vooralsnog onverantwoord vindt om op de nu voorgestane wijze door te gaan met de digitalisering en er voldoende waarborgen moeten zijn dat het vanaf nu anders gaat. Dat heeft geen invloed op de digitale procedures die al zijn opgeleverd in de rechtsgebieden toezicht, straf, bestuur en civiel. Die blijven gewoon in gebruik en worden voorlopig gewoon doorontwikkeld.Digitalisering onontkoombaarDe mededeling van de minister heeft natuurlijk wel gevolgen voor de manier waarop de digitalisering komende jaren kan worden voortgezet. Dekker constateert dat digitalisering onontkoombaar is, dat de rechterlijke macht met zijn tijd moet meegaan en niet tot in lengte van dagen alleen op papier kan blijven werken. In zijn brief signaleert hij ook dat de Rechtspraak veel van de adviezen van een onafhankelijke onderzoekscommissie over de verdere digitalisering heeft overgenomen. Deze commissie schreef eerder in opdracht van de Raad voor de rechtspraak een kritisch rapport (pdf, 360,9 KB) over het digitaliseringsprogramma. Maar de minister wil meer duidelijkheid over 3 vragen: of alle neuzen binnen de Rechtspraak met betrekking tot digitalisering dezelfde kant op staan, of de juiste bestuurders, managers en IT-specialisten op de juiste plaats zitten, en of de aansturing van de digitaliseringsprogramma helder genoeg is.OverlegIn januari is pas op de plaats gemaakt met de digitalisering om goed te kunnen bekijken hoe die op een betere manier kan worden voortgezet. Dat biedt volgens de Raad voor de rechtspraak een goede gelegenheid de vragen van de minister te bespreken. De Raad gaat er vanuit dat het overleg met Dekker zal leiden tot een aanvaardbare uitkomst. De minister heeft aangegeven dat hij de Tweede Kamer hierover voor 1 juli wil informeren. Daarna kan de Rechtspraak zoals al was gepland, in het najaar de volgende praktische stappen op het gebied van digitalisering bepalen.
dinsdag, 17, april, 2018
Source: Rechtspraak.nl
Een wetsvoorstel dat een experiment mogelijk maakt met legale teelt en verkoop van hennep, stuit op een aantal bezwaren. Dat schrijft de Raad voor de rechtspraak in een advies (pdf, 322,5 KB) aan minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid. De proef is niet in overeenstemming met internationale verdragen en er ligt willekeur op de loer bij de selectie van telers en coffeeshops die mee mogen doen. Dat kan leiden tot juridische procedures, stelt de Raad.ExperimentDe regering wil 6 tot 10 gemeenten aanwijzen waarin coffeeshops 4 jaar lang hennep kunnen verkopen zonder dat dat strafbaar is. Ook worden telers aangewezen, die uitsluitend voor dit experiment hennep telen. Als deelnemers zich niet aan de voorwaarden van het experiment houden, is de Opiumwet - die de teelt en verkoop strafbaar stelt - weer gewoon van toepassing. Een adviescommissie buigt zich over de vraag hoe de selectie van gemeenten, het toezicht en de handhaving precies worden geregeld. Dat wordt vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. De inhoud daarvan is nog niet bekend. Een evaluatiecommissie volgt het experiment en brengt verslag uit.Internationale verdragenDit experiment staat op gespannen voet met internationale regels. Dat vindt de regering verantwoord omdat het gaat om een duidelijk afgebakende, wetenschappelijk geëvalueerde proef, die niet leidt tot een onomkeerbare situatie. De Raad vindt deze argumenten niet overtuigend. Uit dit wetsvoorstel kunnen bestuursrechtelijke besluiten voortvloeien waartegen derden bezwaar kunnen maken. De kans is groot dat zij zich zullen beroepen op internationale verdragen waarmee dit wetsvoorstel in strijd is. Dat kan tot rechtszaken leiden.Willekeur en werklastVoor dit experiment wordt ook het strafrecht tijdelijk en voor een beperkte groep buiten werking gesteld. Dat is uitzonderlijk. De kans bestaat dat telers die niet meedoen aan het experiment een beroep zullen doen op het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur, als zij wél voor de strafrechter moeten komen. Daar staat niets over in de toelichting op het wetsvoorstel. Dat laatste geldt ook voor bestuursrechtelijke gevolgen van deze proef. De betrokken ministers (van Justitie en Veiligheid en van Medische Zorg) kunnen een aanvraag tot deelname afwijzen en ook toestemming tot deelname intrekken. Dat zijn bestuursrechtelijke besluiten waartegen mensen in beroep kunnen gaan. Tegen het huidige gedoogbeleid staat geen beroep open. De verwachting is dan ook dat het aantal bestuursrechtszaken zal toenemen. Veel vragenAl met al is er nog veel onduidelijk over dit experiment. De Raad (die een adviestaak heeft voor wetsvoorstellen die effect kunnen hebben op de rechtspraak) vraagt de minister daarom ook de algemene maatregel van bestuur, waarin de plannen nader word uitgewerkt, voor advies aan te bieden.
woensdag, 4, april, 2018
Source: Rechtspraak.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *