Boeken

 

   Bol.com     123Tijdschrift       NationaleTijdschriftenBon       Kwebbels     Bekijk nu
Samen met Mercator behoort Ortelius tot de grootste cartografen van de 16e eeuw. Het logo op de startpagina van de zoekrobot wordt zondag in 26 landen aangepast en vervangen door een animatie in de vorm van de eerste moderne atlas. © GFDe atlas bevatte bijna geen eigen kaarten, maar bundelde 53 kaarten van anderen mét bronvermelding en de namen van de ontwerpers van de originele kaarten. De pagina's geven ook de eerste bewijsaanzetten voor de continentendrift. 'Ortelius was de eerste die aan een groot publiek bruikbare kennis op geografische kaarten ter beschikking stelde, lang voor er sprake was van het interne', aldus Michiel Sallaets, directeur communicatie bij Google België. In oktober 2017 werd een atlas uit 1603 in het Latijn van de cartograaf in Brugge geveild voor 106.000 euro.
zondag, 20, mei, 2018
Source: Knack.be
De pijnlijkste details op de pijnbank - Boeken - Knack.be De Reactor De Reactor, platform voor literaire kritiek Opinie Het Claus-feestje is ondertussen al even voorbij, de partytent is afgebroken, de champagneflûtes naar de verhuurdienst teruggebracht. Als tastbare sporen blijven achter: een aantal publicaties die bij deze gelegenheid het licht zagen, en waarvan de belangrijkste wellicht Georges Wildemeersch' Familiealbum zal blijken. Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info OK
vrijdag, 18, mei, 2018
Source: Knack.be
Ook vorig jaar deed ik al een fact check van de m/v-verdeling van de werkbeurzen van het VFL, omdat het nu eenmaal een interessante indicator is voor het meten van literaire diversiteit. (Opnieuw: niet omdat het Fonds seksistisch is in zijn betoelaging, maar omdat hun subsidies een van de weinige meetinstrumenten zijn die we hebben.) Enig genderevenwicht bleek toen ver te zoeken.DelenWe moeten het glazen plafond in de letteren slopen, in plaats van het gewoon roze te verven.Het Fonds toonde zich daar bezorgd over, en initieerde een studie om na te gaan of vrouwen inderdaad anders gelezen en gewaardeerd worden. In afwachting van de resultaten bekeek ik de werkbeurzen van dit jaar, om te kijken of er intussen verandering is opgetreden.De feiten. Proza: 24 auteurs, 4 vrouwen. Dat is 1 op 6. Vorig jaar was het nog 1 op 4. Poëzie: 4 op 10. Vorig jaar 4 op 12. Niet meer vrouwen, maar minder mannen. Kinder- en jeugdliteratuur, traditioneel een 'vrouwelijk' genre: stabiel, 1 op 3. Theater: verbetering. Vorig jaar 0, nu 1 op 3. Gemengde dossiers: stabiel, ook 1 op 3.Je zou dus kunnen spreken van een - weliswaar lichte - verbetering. Maar als je naar de toegekende eenheden kijkt (hoe meer eenheden, hoe hoger je beurs), verandert het beeld.Vorig jaar kregen de vrouwelijke fictieauteurs nog een zesde van de eenheden, nu maar een achtste meer. Poëzie: procentueel kregen vrouwen iets meer, maar in absolute cijfers krijgen ze minder geld toebedeeld. Kinder- en jeugd: status quo. Theater: stijging (wegens vertrokken van 0), maar alle vrouwen krijgen het minimumaantal eenheden toebedeeld. Gemengd dossier: stabiel, een derde.DoorgroeimoeilijkhedenHoe komt dat nu? Moeilijk te zeggen. Ik heb de dossiers niet gezien, ken hun inhoud niet en weet bijvoorbeeld ook niet hoeveel auteurs (m/v) indienden en geen beurs kregen. Toch is het misschien nuttig opnieuw een aantal vragen te stellen. Vooral wat de veelvuldig voorkomende minimumbeurzen voor vrouwelijke auteurs betreft.DelenDe instroom van zoveel vrouwelijke debutantes is een vergiftigd cadeau.Let wel: ik beweer niet dat het Fonds vrouwen systematisch lagere beurzen toekent uit seksisme. De toekenningen zijn wel een duidelijke indicator van de carrière-ranking van vrouwelijke auteurs, en die ligt blijkbaar over de hele lijn lager dan die van hun mannelijke collega's, op een paar uitzonderingen na.Dit doet me vermoeden dat veel vrouwelijke auteurs in hun carrière nooit verder komen dan een eerste (instap)fase, en niet (of veel moeilijker dan hun mannelijke collega's) doorstromen naar een hogere gewichtsklasse - niet in het prijzencircuit, niet in de pers, niet op podia en festivals, niet binnen uitgeverijen en niet in het literaire circus in het algemeen.Auteurs met migratieachtergrond en een soortgelijk carrièreprofiel stromen wel sneller door, vermoedelijk mede dankzij een doorgedreven diversiteitsbeleid; een evolutie die overigens alleen maar toe te juichen valt.Mannelijke toonzettingDe oorzaken van het feit dat vrouwelijke auteurs een lager soortelijk gewicht hebben, zijn complex. Sowieso wordt er in beoordelingen van literatuur (of dat nu in subsidiecommissies, jury's, recensies of bij het samenstellen van bloemlezingen is) met een mannelijke lat gemeten, want onze poëtica is nu eenmaal mannelijk, net als de literaire canon waar we mee opgroeien.Dat is geen uiting van seksisme, maar een gevolg van de decennialange mannelijke traditie en toonzetting in de letteren. Een culturele erfenis, zeg maar, net zoals onze poëtica blank is. Als de werkbeurzen van dit jaar één ding duidelijk aantonen, is het dit: die vicieuze cirkel is nog niet doorbroken.Natuurlijk is het mooi dat er vrouwen bijkomen. Net zoals het een goede zaak is dat uitgeverijen nieuwe vrouwelijke auteurs lanceren: de overgrote meerderheid van de debutanten is vrouwelijk. Mannelijke debutanten klagen tegenwoordig steen en been over de veel kleinere belangstelling van festivals en media voor hun werk.Maar tegelijkertijd is de instroom van al deze vrouwelijke debutantes een vergiftigd cadeau; als ze vooral worden ingezet om elke discussie over seksisme dood te slaan (wat zeuren die vrouwen nu nog, ze zijn in de meerderheid?), maar geen reële kansen krijgen om door te groeien, verandert er niets aan het kernprobleem.DelenHet bouwen aan en uitbouwen van een vrouwelijke poëtica is de enige manier om de historische achterstand weg te werken.Roze verfAls we de genderongelijkheid in de letteren werkelijk willen oplossen, moeten we het anders aanpakken. Met structurele ondersteuning van vrouwelijke carrières door middel van vertalingen, performances, publicatiemogelijkheden, academische inbedding, etc. Zodat vrouwen kunnen opklimmen tot het hoogste echelon, en daadwerkelijk deel uitmaken van de canon.Het bouwen aan en uitbouwen van een vrouwelijke poëtica is de enige manier om de historische achterstand weg te werken en het glazen plafond in de letteren daadwerkelijk te slopen, in plaats van het gewoon roze te verven. Tenzij we natuurlijk willen blijven geloven dat vrouwen gewoon minder goed schrijven dan mannen.
vrijdag, 18, mei, 2018
Source: Knack.be
Tom Lanoye leest de Russische reportages en brieven van Joseph Roth - Boeken - Knack.be In 1926 reist de Oostenrijks-Hongaarse schrijver en journalist Joseph Roth door de Sovjet-Unie, nieuwsgierig naar het grootse sociale experiment in het Arbeidersparadijs. In zijn reportages, brieven en dagboeknotities laat Roth zich lezen als glashelder chroniqueur, maar ook als eenzaam en gedesillusioneerd man. Ze zijn nu gebundeld in Spoken in Moskou: reportages en brieven uit Rusland - en Tom Lanoye schreef er het volgende voorwoord bij. Ik heb me pas laat bekeerd tot de cultus van Joseph Roth en daar kan ik niemand anders de schuld van geven dan mezelf. Jarenlang werd ik door zo veel vrienden en volslagen onbekenden om de oren geslagen met lof voor 's mans talenten dat ik me er op voorhand tegen wapende. Het was simpelweg onmogelijk, zo verzekerde ik mezelf - blasé, zelfs ietwat jaloers - dat een auteur zo veel torenhoge waardering kon verdienen uit zo veel kampen en scholen tegelijkertijd. Ten slotte las ik toch die vermaledijde Radetzkymars en kon niets anders besluiten dan dat het inderdaad een van de allerbeste romans betrof uit de vorige eeuw. ... Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info OK
vrijdag, 18, mei, 2018
Source: Knack.be
Ik doe niet mee met literaire prijzen - veel mensen weten dat niet, maar je moet daarvoor solliciteren. Je moet zeven exemplaren van je boek opsturen, per prijs, dus als je al die prijzen bij elkaar optelt ben je al snel een hele doos van vijftig stuks kwijt. Het geld groeit niet op mijn rug.DelenAlleen Turken en oude hippies krijgen nog literaire prijzen. Wat is er aan de hand?Nu moeten heel veel Vlaamse auteurs die wél hun boeken gratis naar al die Nederlandse jury's opsturen en dan bang gaan zitten afwachten zeer ontgoocheld zijn, want alleen Turken winnen ze nog. Af en toe ook een oude hippie als Jeroen Olyslaegers, maar toch meestal Turken. Die Nederlanders zijn helemaal gek geworden, want veel van die Turkse schrijvers zijn lichtgeraakt. Korte lontjes, man. Ik had ooit een wisselcolumn met Özkan Akyol bij het weekblad Nieuwe Revu. Als het mijn beurt was wierp ik hem altijd complimentjes toe - dat hij zeer aardig kon schrijven, voor een Turk - en hij kon daar helemaal niet om lachen. Maakte de hoofdredacteur het leven zuur, ging elke week eisen dat die me de laan zou uitsturen, reed 's avonds traag en met gedoofde lichten langs diens huis in de Bijlmer.Vorige week was er dan Murat Isik, die ook een belangrijk boek had geschreven en die daarmee de Libris Literatuurprijs won, en die meteen de wind van voren kreeg vanwege een andere Turk, Jamal Ouariachi, die vond dat het onterecht was en die suggereerde dat het kwam doordat een derde Turk, Abdelkader Benali, hoofd van de jury was en zijn vriend had voorgetrokken. Ze winnen een prijs en ze beginnen te vechten.Ik heb er een kortverhaal over geschreven - 'Was ik maar Jamal' - over een geschiedenisleraar die zich in de nesten werkt in het kader van de diversificatie van de Nederlandse letteren, en ik hoop dat elke Vlaamse schrijver of schrijfster die het leest, beseft dat het vanaf nu écht zinloos is om boeken nog op te sturen voor literaire prijzen.
donderdag, 17, mei, 2018
Source: Knack.be
Auteur Tom Lanoye zal het poëzieweekgeschenk voor de zevende Poëzieweek schrijven, zo hebben de initiatiefnemers bekendgemaakt. Het thema van volgend jaar is Vrijheid. De Poëzieweek begint op donderdag 31 januari 2019 in Vlaanderen en Nederland met de Gedichtendag. De Poëzieweek is een Vlaams-Nederlands initiatief van onder meer de Stichting Lezen Vlaanderen, Boek.be en Poetry International. Tijdens de week krijgen mensen bij aankoop van 12,50 euro aan poëzie het poëzieweekgeschenk. Lanoye schreef alvast het gedicht 'Zonder handen, zonder tanden', dat het motto wordt van de Poëzieweek.
donderdag, 17, mei, 2018
Source: Knack.be
Wolfe is vooral bekend van zijn boek 'Het Vreugdevuur der ijdelheden' (The Bonfire of the Vanities, uit1967) dat in 1990 door Brian de Palma is verfilmd. Hij geldt ook als een grondlegger van het 'New Journalism', met zijn essaybundel "The Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby" uit 1965 als één der eerste voorbeelden. Wolfe schreef meer dan een tiental essays en romans. Hij overleed in een ziekenhuis in Manhattan (New York) waar hij vanwege een infectie was opgenomen, schreef de krant New York Times (NYT).
dinsdag, 15, mei, 2018
Source: Knack.be
De nieuwste Toni Coppers: helemaal tot wasdom gekomen - Boeken - Knack.be Het werk van Toni Coppers is een Perzisch tapijt. Van een wonderlijke schoonheid en harmonie. Maar nooit zonder een al dan niet bewust aangebracht fout steekje. Volmaaktheid is immers der goden, niet des mensen. Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info OK
dinsdag, 15, mei, 2018
Source: Knack.be
Tegenwoordig wordt het werk van Mireille Cottenjé (1933-2006) opzijgeschoven als drammerig en onbeholpen bakvisproza. Het was ooit anders. Cottenjé was een gevierd feministe avant la lettre, die in haar autobiografische romans scherp uithaalde naar de onderdanige positie van de vrouw binnen het huwelijk. Ze schreef met 'het hart op de tong', haar pen was haar 'beste psychiater'.Mireille Cottenjé (1933-2006)Vlaamse schrijfster en verpleegster.Woonde een periode in het toenmalige Belgisch-Congo waar ze zich belangeloos toelegde op het verplegen van de bevolking.Haar romans vertonen steevast autobiografische elementen en waren vaak het resultaat van reizen.Haar laatste grote reis was naar Cuba. Vrij snel daarna ontving ze op 72-jarige leeftijd euthanasie voor de kanker die een zekere dood zou brengen.Elisabeth Marain (1943)Vlaamse schrijfsterHaar bekendste werk is 'Rosalie Niemand' uit 1988, waarvoor ze meerdere prijzen kreeg.Ze schreef meerdere romans, maar ook verhalen, jeugdverhalen en reisreportages.Begin 2018 verscheen over haar reis met Mireille Cottenjé 'De laatste vlucht naar Havana' bij uitgeverij Balans.Louter fictie schrijven kon ze niet. Haar bekendste werk is wellicht Eeuwige zomer, waarin ze verslag deed van haar korte maar heftige relatie met Jef Geeraerts, met wie ze een reis naar Lapland ondernam. Geeraerts op zijn beurt schreef over die teleurstellende ervaring de novelle 'Indian summer'. Alle literaire uitstapjes en niets verhullende romans ten spijt, ontbreekt Cottenjé in elk modern literatuuroverzicht.Na jaren van stilzwijgen is met 'De laatste vlucht naar Havana' van Elisabeth Marain een interessant boek verschenen dat Cottenje uit de anomiteit moet trekken. Het werk vertelt over een reis die de twee vrouwen maakten naar Cuba en vormt een innemend en genuanceerd portret van een bevlogen schrijfster.Ooit beloofde u Mireille Cottenjé over uw gemeenschappelijke reis te schrijven. Was er een aanleiding om precies nu uw herinneringen aan die reis te publiceren?ELISABETH MARAIN: Al tijdens onze reis vroeg Mireille me te schrijven over haar 'zwanenzang'. Het heeft twaalf jaar geduurd eer dit boek er eindelijk gekomen is, maar zo lang heb ik niet gewacht om aan het schrijven ervan te beginnen. In de loop van de jaren schreef ik een hoop onaffe versies bijeen. Ik vond nooit de geschikte invalshoek, stijl en tonaliteit. Het mocht naar mijn gevoel geen dramatisch relaas worden. Er moest ruimte zijn voor luchtig commentaar: op Mireille, op mezelf, op Fidel Castro die destijds nog volop de plak zwaaide, en op het kapitalisme versus het communisme. En niet in het minst op de Cubanen zelf, met hun overlevingstics enerzijds en hun jaloersmakende levensvreugde anderzijds.Was het schrijven van dit boek vergelijkbaar met dat van uw andere boeken?MARAIN: Voor mij vereist het schrijven van elk nieuw boek een nieuwe aanpak, ook al komen bepaalde thema's terug. De setting is anders en door de setting ook het opzet. Dus toen ik aan dit boek begon, had ik de indruk dat ik stijl en vorm weer helemaal opnieuw moest uitvinden. Voor mij is het ook een totaal ander boek geworden omdat ik voor het eerst publiceer bij een uitgeverij die de focus op non-fictie legt. Het werd een autobiografisch verhaal zonder romaneske ingrepen.DelenHet klopt dat Mireilles stijl subtiliteit miste. Ze beweerde altijd dat ze geen literatuur wou schrijven, daar was ze niet in geïnteresseerd.Elisabeth MarainDe boeken van Mireille Cottenjé werden steeds negatiever onthaald, of bleven onbesproken. Destijds stelde De Morgen zelfs dat Cottenjé 'schreef zoals ze leefde: te snel, te luidruchtig, met te weinig zelfkritiek en zelfrespect.' Heeft u een verklaring voor de plotse verandering voor de waardering van Cottenjé's werk?MARAIN: Mireilles voortrekkersrol was uitgespeeld. De taboes die zij nog met veel tamtam doorbroken had, bestonden niet langer. Zo schreef ze openlijk over homoseksualiteit, en was ze een van de eersten om van haar echtgenoot te scheiden, iets wat toen geen evidentie was. Een jonge generatie - de mooie, jonge goden - plaatste zich met veel bravoure op de voorgrond. De oude generatie had afgedaan. Een verschil met de Angelsaksische letteren waar steeds ruimte voorbehouden blijft voor de voorgaande generaties. Dat is in ons taalgebied niet of toch veel minder het geval. Misschien is ons taalgebied vooral te klein om die ruimte te blijven reserveren.Het klopt dat Mireilles stijl subtiliteit miste. Ze beweerde altijd dat ze geen literatuur wou schrijven, daar was ze niet in geïnteresseerd. Ze wou het over de waarheid tout court hebben. Daar was ze eerlijk en nuchter in. Al deinsde ze er niet voor terug de waarheid soms te manipuleren omwille van het verhaal.Mireille Cottenjé (links) en Elisabeth Marain (rechts) samen in Cuba. © Elisabeth MarainCottenjé's laatste roman, 'Wisselspoor', verscheen in 1991, vijftien jaar voor haar dood. Wat was voor haar de aanleiding om met schrijven op te houden?MARAIN: Vooral haar dochters namen haar de publicatie van 'Wisselspoor' (een boek over tienerzwangerschap en een gezin dat op het punt staat uiteen te vallen, nvdr.) erg kwalijk. Voor haar was het een ode aan het leven, maar haar kinderen zagen dat toch enigszins anders. Het heeft een jaar of wat geduurd voordat haar kinderen weer contact met haar zochten. Daar heeft ze heel erg onder geleden. Ze heeft toen de keuze gemaakt niet meer te schrijven. Ze wou de mensen van wie ze hield niet kwetsen, en zij kon toch niet anders dan autobiografisch schrijven.Miste ze het schrijven dan niet? Heeft ze volgens u beseft dat ze later nog nauwelijks zou gelezen worden?MARAIN: Ze hield niet op met schrijven, wel met publiceren. Volgens Mireille puilden haar laden uit met manuscripten. Misschien voelde ze ook intuïtief aan dat de belangstelling voor haar strijdbaar, feministisch schrijven bij de jongere generaties geheel verdwenen was. Haar dagboeken hield ze nog dagelijks bij.Kijkt u af en toe nog haar boeken in, herleest u wel eens wat van haar werk?MARAIN: Toen ik aan het schrijven van 'De laatste vlucht naar Havana' begon, heb ik enkele van haar boeken herlezen. Sommige volledig, andere diagonaal.Vind u ze kwalitatief nog steeds zo waardevol als bij de allereerste lezing? Denkt u dat haar werk een weg naar een nieuw, jong lezerspubliek kan vinden?MARAIN: Het lezen van Mireilles werk ervaar ik niet langer als vanzelfsprekend. Ik stel andere eisen aan literatuur, aan de stijl en vorm waarin een verhaal gegoten wordt, dan ik vroeger deed.Mijn voorkeur gaat doorgaans uit naar Frans- , Duits- en Engelstalige auteurs. Hoewel ik het werk van mijn Vlaamse en Nederlandse collega's met veel plezier en interesse lees, vertoef ik liever in internationaal gezelschap. Het eigene is te bekend en niet verrassend genoeg.Of haar werk nog aansluiting kan vinden bij een nieuw en jong publiek, valt moeilijk te zeggen. Smaken en voorkeuren liggen nooit vast. De jonge generaties die alles nog moeten ontdekken, geven vaak onvermoede accenten aan dat wat lang geleden al door anderen werd gezegd of geschreven. Onder de jongeren is er zo bijvoorbeeld nu al een tendens om de smartphone weer in te ruilen voor de eerste, ouderwetse telefoontjes, zonder voortdurend online te willen zijn.DelenAuteurs mogen vandaag al blij zijn wanneer er op postzegelformaat melding van hun werk wordt gemaakt.Elisabeth MarainZelf debuteerde u in 1979 met 'Het tranenmeer' en u bent sindsdien blijven publiceren. Tot 2012 verscheen er van u elk jaar een roman, novelle of jeugdverhaal. U bent dus goed op de hoogte van het reilen en zeilen in uitgeversland. Welke veranderingen in het Vlaamse literaire landschap zijn u de voorbije decennia opgevallen?MARAIN: Wat me vooral opvalt is dat een nieuw boek niet meer de tijd krijgt om bekend te raken bij het lezerspubliek. Het krijgt geen plekje meer in de boekhandel als het niet volop besproken wordt. Het aanbod boeken is te groot, wat oppervlakkige recensies oplevert. Of helemaal geen recensies. Auteurs mogen al blij zijn wanneer er op postzegelformaat melding van hun werk wordt gemaakt.Ook dat hele sterretjes -en bolletjessysteem is compleet achterhaald. Anderzijds kan een auteur zich erg geruggesteund voelen door een instituut als het Vlaams Fonds voor de Letteren, dat zich op tal van manieren inzet voor auteurs, en dat op meer dan enkel op financieel vlak. Ook de vertaalpolitiek zit best goed: er zijn meer kansen om ook in het buitenland een lezerspubliek te vinden.Uw vader was kapitein in de koopvaardij, en in uw roman 'Uitgestelde thuiskomst' schrijft u over een reizende kapiteinsdochter die naar huiselijke geborgenheid hunkert, maar tegelijkertijd ook volop in het leven wil staan. Reizen lijkt een rode draad te vormen doorheen uw leven en werk.MARAIN: Reizen dienen in mijn werk vooral als metafoor voor de onrust en de onvrede die mijn vrouwelijke personages kenmerken. Ze vinden geen vervulling van hun bestaan. Ze merken dat ze hun onvrede overal met zich meezeulen. Dat komt ook tot uiting in 'Waskowsky' en 'De vrouw met negen levens'. Mijn personages zijn onaffe wezens, het valt ze moeilijk om te begrijpen wie ze zijn en om hun leven daar dan op af te stemmen.U heeft twaalf jaar gewacht met het schrijven over uw herinneringen aan Mireille Cottenjé. Denkt u dat - nu het boek er is - er opnieuw meer ruimte vrijkomt om op andere verhalen te focussen? Heeft u nog herinneringen en verhalen uit uw leven waar u graag over wil schrijven?© Uitgeverij BalansMARAIN: Na het beëindigen van een boek komt er altijd weer ruimte vrij voor een nieuw werk.Wat mij betreft draait schrijven niet enkel om het vasthouden van herinneringen. Zo werk ik momenteel aan een non-fictieverhaal over het Nederlandse bijstandssysteem, dat gevangen zit in een enigszins absurde participatiewet. In sommige gevallen kan men zelfs spreken van dehumanisering, over een bureaucratie waarbij het menselijke aspect niet meer van tel is. Bij monde van een 65-jarige kunstenaar die in dit systeem terechtgekomen is, bouw ik mijn verhaal op.Dat soort maatschappelijk engagement lijkt vaak afwezig in het werk van hedendaagse, jonge auteurs. Bent u het daarmee eens? Geëngageerde auteurs als Jos Vandeloo en Ward Ruyslinck worden nog nauwelijks gelezen. Vindt u het belangrijk dat thema's als oorlog, corruptie en maatschappelijke hypocrisie aangekaart worden in de literatuur, of is dat toch vooral 'iets van vroeger'?MARAIN: De enige echt geëngageerde auteur die ik kan bedenken is Tom Lanoye, ook al hoort ook hij ondertussen niet meer tot de jonge garde. Ik vind het eigenlijk best vreemd, en bijzonder jammer, dat we zo weinig engagement terugvinden in het werk van auteurs die anno 2018 publiceren. Het is belangrijk de wereld met al haar ziekten en dreigingen de literatuur binnen te trekken. De mens is en blijft onderdeel van een groter geheel, de mens is geen eiland. Ik schrijf zeker niet met een programma in mijn achterhoofd, maar wanneer een of andere onrechtvaardigheid mij raakt, wil ik daar over schrijven. Verhalen over intense liefdesgeschiedenissen verkopen beter, maar ik hou mij niet echt bezig met het idee 'succes'.
maandag, 14, mei, 2018
Source: Knack.be
Op zijn blog (in een tekst die ook als opiniebijdrage op Knack.be verscheen, nvdr.) schrijft de Nederland-Marokkaanse auteur, bekend van de roman 'Een Honger' (2015), dat de bekroning voor Isik 'een grove, grove belediging (is) voor de vijf andere genomineerden en hun taalvirtuose boeken'. Een gebrek aan taalvirtusiteit is één van, maar zeker niet het enige euvel waar 'Wees onzichtbaar' aan lijdt, meent Ouriachi, die zich haast te vermelden dat hij niet tot de genomineerden behoort en dus niet schrijft uit professionele jaloezie.Ouriachi bestempelt, na het eerste blad van het boek via close reading naar de prullenmand te verwijzen, Isiks roman als 'een tranentrekkend zieligheidsverhaal dat voortdurend naar het medelijden van de lezer solliciteert'. Het zit hem tevens hoog dat een serieuze discrepantie bestaat tussen de ik-verteller, een kind van vijf jaar, en de door hem gebezigde taal, een 'ambtenarenproza dat bijna verkruimelt van machteloosheid'. Aan de jury vraagt Ouriachi of het 'echt te veel is gevraagd om minimale technische kwaliteitscriteria te hanteren bij het toekennen van een prijs'. Overigens vindt Ouriacht winnaar Isik best een aardige kerel. Maar 'aardige mensen schrijven niet altijd aardige boeken', weet hij.
dinsdag, 8, mei, 2018
Source: Knack.be

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *