Rechtspraak

 

        OHRA Rechtsbijstand             Reaal          ZelfVerzekert            Meeus            Bekijk nu
Frits Bakker, voorzitter Raad voor de rechtspraak
Rechtspraak pleit voor ruimte voor technische en inhoudelijke innovatieDe vandaag verschenen Miljoenennota en bijbehorende Rijksbegroting (rijksoverheid.nl) zijn voor de Rechtspraak – zoals verwacht – inhoudelijk niet verrassend. ‘Het is duidelijk dat de uitdagingen op het gebied van rechtspraak liggen bij het nieuwe kabinet. Met het toekomstige regeerakkoord kunnen daarover spijkers met koppen worden geslagen', reageert Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. ‘De Rechtspraak pleit voor voldoende geld voor technische innovatie en het digitaliseringsprogramma van de Rechtspraak, en er moet wettelijke ruimte komen voor vernieuwing zodat we de rechtspraak nog maatschappelijk effectiever kunnen maken. Het kabinet lijkt dit ook te willen, maar legt de nadruk op rechtvaardigheid buiten de rechter om. Ook de Rechtspraak onderkent het belang van alternatieve vormen van geschilbeslechting, maar iedereen moet de mogelijkheid hebben zijn recht te halen en naar de rechter kunnen stappen als hij of zij dat nodig vindt. 'Bakker waardeert dat het kabinet in de vandaag gepresenteerde begroting benadrukt dat voor een democratische rechtsstaat een goed werkende juridische infrastructuur onmisbaar is: ‘Voor een rechtvaardige samenleving en een bloeiende economie moet rechtspraak zich continu ontwikkelen. Of, zoals het kabinet het noemt: Recht is meer dan goede wetgeving en de rechtsstaat is nooit af. We hopen dat het volgende kabinet dit ook omarmt,' licht Bakker toe. RegeerakkoordDe Miljoenennota is grotendeels ‘beleidsarm'. Het kabinet is sinds de Tweede Kamerverkiezingen van afgelopen maart demissionair. Dit betekent dat het maken van nieuwe plannen voor het grootste deel wordt overgelaten aan het toekomstige kabinet. Bakker: ‘We kijken reikhalzend uit naar wat in het nieuwe regeerakkoord over de Rechtspraak is opgenomen. In dit akkoord kunnen we zien of de plannen van het nieuwe kabinet in lijn liggen met onze ideeën. We hebben de afgelopen maanden vaak laten weten wat onze speerpunten zijn.' EffectiefBakker wil bijvoorbeeld dat rechters beter toegerust worden om hun belangrijke maatschappelijke taak uit te kunnen blijven voeren. ‘Het is helaas vaak onvermijdelijke dat partijen bij rechtszaken vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Dit wordt echter versterkt door de procedures die soms al meer dan 100 jaar oud zijn. Ze zijn erg complex en gaan uit van het 'toernooimodel'. Hierdoor kunnen mensen juist uit elkaar worden gedreven. Bij scheidingen betekent dit bijvoorbeeld: ouder tegenover ouder, met daar tussenin helaas vaak een kind. En niet alleen op het gebied van echtscheiding kan het beter. We zien dat er een groep mensen is die niet mee kan komen in de huidige maatschappij, bijvoorbeeld als je praat over schulden. Daar zijn we niet blind voor. Ook daar willen we rechtspraak effectiever inzetten.'Problemen oplossenIn een brief aan de informateur vroeg de Rechtspraak om wetgeving die de rechter de ruimte geeft om te kunnen experimenteren met eenvoudige procedures, die het makkelijker maken partijen bij elkaar te brengen. Bakker: ‘Rechters hakken niet alleen knopen door, ze zorgen voor een oplossing voor problemen van mensen. We merken dat sommige zaken nu nooit voor de rechter komen omdat de drempel te hoog is. Daarbij gaat het om zaken die op het eerste oog klein lijken, maar het leven van mensen juist diep raken. Het zou goed zijn als de rechter ook hier iets kan betekenen. Dit kan alleen als rechters ook dichtbij mensen kúnnen staan zonder juridisch ingewikkelde procedures.'
dinsdag, 19, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Jiyoung Lee
Zuid-Koreaanse over digitaliseringJiyoung Lee, rechter in het Zuid-Koreaanse arrondissement Suwon, houdt tijdens de Dag van de Rechtspraak op 28 september in TivoliVredenburg Utrecht een presentatie over de ontwikkelde digitale rechtspraak in haar moederland: ‘Snelheid gaat niet ten koste van de kwaliteit. We kunnen ons nu juist veel beter richten op de waardevolle en inhoudelijke zaken.'De rechtbanken zijn ‘leeggelopen' in Zuid-Korea. Waarom zou je er in de drukte van Seoel of Incheon ook naartoe gaan, als alle documenten en bewijsstukken 24 uur per dag, 7 dagen in de week, over het internet verzonden kunnen worden? Rechtzoekenden en hun advocaten zijn door het digitale gerechtelijke systeem niet alleen in staat om hun zaken in te dienen en te beheren, maar ook om alle documenten en bewijsstukken in te zien. Net als de rechters natuurlijk. ‘Alleen bij strafzaken hebben we het digitale gerechtelijke systeem niet ingevoerd, omdat de ontvankelijkheid van strafrechtelijk bewijsmateriaal wettelijk moet worden geregeld en we te maken hebben met aanklagers', zegt Jiyoung Lee, rechter in de stad Anyang in het arrondissement Suwon (1,1 miljoen inwoners). ErvaringJiyoung Lee is 38, maar heeft al alle kanten van de Koreaanse rechtspraak gezien. ‘We worden op jonge leeftijd rechter in Zuid-Korea en bouwen onze ervaring op door ons met alle zaken bezig te houden. Ik ben 3 jaar een civiele rechter geweest; daarvoor was ik strafrechter. Ik ben ook bestuursrechter geweest.' Toen Jiyoung Lee begin 2005 rechter in opleiding werd in de hoofdstad Seoel, stond de digitalisering nog in haar kinderschoenen en kwam ze nog om in het papier. 5 jaar later was daar wel een einde aan gekomen. Zuid-Korea was op weg om, samen met de stadstaat Singapore, de digitale rechtbankreus van Azië worden.DrukWaarom Zuid-Korea vooruitloopt bij de digitalisering van de rechtspraak? Rechter Jiyoung Lee verklaart: ‘Van de 51 miljoen inwoners, woont 92 procent in stedelijk gebied. We zijn een van de meest bekabelde landen van de wereld. Het internet is snel en goedkoop.' De tweede reden is de druk vanuit bevolking, aldus Jiyoung Lee. ‘Mensen konden op het internet op zoek naar de rechten die ze hadden of zouden moeten hebben, en begonnen die op te eisen. Door te digitaliseren konden we tegemoetkomen aan de roep uit de samenleving om betere toegang tot en transparantie van de gerechtelijke procedures.' Het scheelde ook dat er een ‘aanjager' was in Zuid-Korea, zegt Jiyoung Lee. ‘De voormalige president van het Hooggerechtshof Yonghoon Lee had het belang van digitalisering vroeg in de gaten. In het midden van de jaren 2000 overtuigde hij het parlement ervan dat er budget moest komen voor de digitalisering van de rechtspraak. Hij vond dat niet alleen noodzakelijk maar ook wenselijk.'KwaliteitDe digitalisering van de Zuid-Koreaanse rechtspraak kwam 5 jaar later goed op gang met de introductie van het digitale dossiersysteem. Met zijn nukken, dat wel. Jiyoung Lee: ‘Het systeem was niet zo stabiel. Er zaten veel programmafouten in. Na 4 jaar was het op orde. Het duurt een tijd voordat een digitaal rechtspraaksysteem is aangepast aan zijn gebruikers; dat zal ik ook tijdens mijn presentatie tijdens de Dag van de Rechtspraak zeggen. Maar als je geduldig bent, zul je zien dat de voordelen de nadelen geweldig overtreffen. Advocaten zijn niet verplicht om procedures elektronisch te starten, maar 90 procent verkiest de elektronische rechtspraak boven de papieren. Het vertrouwen in de rechtspraak is ook toegenomen. We zijn efficiënter en sneller geworden. Het mooie is: de snelheid gaat niet ten koste van de kwaliteit. We kunnen ons juist veel beter richten op de waardevolle en inhoudelijke zaken.'
maandag, 18, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Gegarandeerde rechterlijke toets toegevoegd aan Aanvullingswet grondeigendom OmgevingswetDoor aanpassingen aan een wetsvoorstel dat gaat over de onteigening van grond, is geregeld dat een rechter altijd kijkt of een onteigening volgens de regels verloopt. De Raad voor de rechtspraak is blij met de aanpassingen die zijn gedaan en ziet hierdoor geen zwaarwegende bezwaren meer tegen het voorstel, schrijft de Raad in een wetgevingsadvies (pdf, 381,1 KB).Eind vorig jaar uitte de Raad stevige kritiek omdat door het voorstel de rechtsbescherming van grondbezitters gevaar liep. Mede naar aanleiding van die kritiek heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het wetsvoorstel aangepast.Maatschappelijk versus persoonlijk belangOnteigening kan worden ingezet om projecten met een groot maatschappelijk belang – zoals de aanleg van een snelweg – te realiseren. Wanneer een grondbezitter zijn grond niet (tegen een bepaalde vergoeding) wil afstaan, kan het maatschappelijk belang van het project groter zijn dan het belang van de grondeigenaar. In zo'n geval kan worden geprobeerd de grond te onteigenen: de eigenaar wordt dan gedwongen tot het afstaan van de grond. Het is een van de zwaarste ingrepen die de overheid kan doen in het leven van burgers, en daarom is het erg belangrijk dat de rechten van grondeigenaren worden bewaakt.Rechter toetst altijdIn de eerste versie van het wetsvoorstel stelde de minister voor dat de rechter pas ingeschakeld zou worden als de eigenaar van de grond zelf beroep zou instellen tegen de onteigening. Dit zou betekenen dat iemand die niet zo goed thuis is in ingewikkelde juridische procedures onterecht zijn eigendom zou kunnen verliezen. Daarom pleitte de Raad voor een gegarandeerde rechterlijke toets, ook als de eigenaar geen beroep instelt. Deze garantie dat een rechter altijd kijkt of een onteigening volgens de regels verloopt, is nu toegevoegd aan het wetsvoorstel. Daarmee worden grondeigenaren beter beschermd.BekrachtingsprocedureDe gegarandeerde rechterlijke toets is vormgegeven door middel van een nieuwe procedure: de bekrachtigingsprocedure. Kort samengevat komt die erop neer dat als bijvoorbeeld een gemeente heeft besloten te gaan onteigenen, de gemeente daarna zijn plannen aan de bestuursrechter moet voorleggen. Belanghebbenden (zoals de grondeigenaar) kunnen tijdens dit proces aan de rechter vertellen waarom zij het niet met de onteigening eens zijn. De rechter beoordeelt op basis van een wettelijk vastgestelde basistoets en de bezwaren van de belanghebbenden of de onteigening mag of niet. Tegen deze uitspraak van de bestuursrechter kan in hoger beroep worden gegaan bij de Raad van State. Rechtspraak dichtbijOm het wetsvoorstel in de praktijk te kunnen brengen zijn volgens de Raad nog wel wat aanpassingen nodig, maar deze gaan vooral over (technische) details zoals een betere omschrijving van het begrip 'belanghebbende'. Ook voorziet de Raad dat met het huidige wetsvoorstel veel bekrachtingsprocedures bij de rechtbank Den Haag zullen worden gevoerd. Het is volgens de Raad beter om deze procedures bij de rechtbank te voeren in de buurt van de grond die onteigend wordt, zo dicht mogelijk bij de mensen die het aangaat.Zie ook: Grondeigenaren verdienen betere bescherming bij aanpassing regels onteigening
vrijdag, 15, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Het wetsvoorstel dat nodig is om de Netherlands Commercial Court (NCC) van start te kunnen laten gaan, is vandaag niet controversieel verklaard door de Tweede Kamer. Dit betekent dat het voorstel gewoon op korte termijn kan worden behandeld door de Kamer. Als een wetsvoorstel wél controversieel is, wordt het niet behandeld tot er een nieuwe regering is.Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, reageert verheugd: ‘Wij zijn blij dat Kamer gewoon aan de slag kan. Het brengt de NCC weer een stap dichterbij. Wij zijn klaar om van start te gaan zodra dit wettelijk kan.'Internationale handelsgeschillenDe NCC, een bijzondere kamer van de Amsterdamse rechtbank en het gerechtshof Amsterdam, wordt opgericht om snel en deskundig in het Engels recht te kunnen spreken in internationale handelsgeschillen. Hier is behoefte aan bij het bedrijfsleven. Voor de inrichting van de NCC is wetgeving nodig onder meer om het mogelijk te maken om in het Engels uitspraak te doen. De Rechtspraak wil van start met de NCC als het parlement heeft ingestemd met het wetsvoorstel.Meer informatie
donderdag, 14, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch is gastheer van de bijeenkomst van presidenten van Europese gerechtshoven.
Presidenten Europese gerechtshoven praten in ‘s-Hertogenbosch over anti-terrorismemaatregelen en rechtsstatelijke waarden‘Soms moeten grondrechten worden beperkt om het geheel aan rechten overeind te houden. De sleutel ligt in de balans. We moeten op cruciale momenten het hoofd koel houden. Als iedereen in paniek is en om zich heen slaat, moeten wij de rechtsstaat omarmen en beschermen.' Frits Bakker (voorzitter Raad voor de rechtspraak) is realistisch als het gaat om situaties waar grondrechten schuren met de drang naar veiligheid, bijvoorbeeld onder druk van terrorisme. Tijdens zijn toespraak op een bijeenkomst van presidenten van Europese gerechtshoven vraagt hij vandaag rechters binnen Europa zich te blijven inzetten om de rechtsstaat te versterken. Als iemand het niet eens is met de beslissing van de rechter kan hij meestal in hoger beroep. Zo'n hoger beroep wordt door een gerechtshof behandeld. De komende dagen zijn presidenten van Europese gerechtshoven bijeen in ‘s-Hertogenbosch. Ze praten onder andere over de financiering van rechtspraak, mensenrechten en de invloed van anti-terrorismemaatregelen op de rechtsstaat. Polen en Turkije‘Rechters liggen in toenemende mate onder vuur,' stelt Bakker en noemt daarbij onder andere de zorgelijke situatie in Polen en Turkije. De Raad voor de rechtspraak probeert waar mogelijk deze problemen onder de aandacht te brengen. Hij stuurde onder meer een brief aan minister-president Rutte om zijn zorgen te uiten over de situatie in Polen. Onlangs werd op rechtspraak.nl nog een interview gepubliceerd met een Poolse rechter die vertelt over de situatie in zijn land. In internationaal verband sprak de koepel van Europese Raden voor de rechtspraak harde woorden over de situatie in de 2 landen en schorste de Turkse Raad zelfs als waarnemer.BegrotingMaar ook als het ogenschijnlijk goed gaat – zoals in Nederland – moet je volgens Bakker blijven streven naar verbetering en zorgen dat er institutionele waarborgen zijn voor onafhankelijkheid. Daarom pleit de Raad voor de rechtspraak bijvoorbeeld voor een begroting die niet meer gekoppeld is aan die van het ministerie van Veiligheid en Justitie. ‘Zit de minister krap bij kas, dan staat onze begroting onder druk. Op deze manier sluipen politieke beslissingen het rechterlijk domein binnen. Dit kan niet de bedoeling zijn.'SamenwerkingOm de Europese rechtsstaat naar een nog hoger plan te tillen moeten landen volgens Bakker de handen ineen slaan. De praktijk wijst volgens hem uit dat er samen veel te bereiken is, daarbij wijzend op samenwerkingsverbanden zoals die bestaan tussen Nederland, Noorwegen en Bosnië. ‘Rechters met rechters. Zet 2 rechters bij elkaar en binnen 5 minuten hebben ze een geanimeerd gesprek en blijken de verschillen klein.'
woensdag, 13, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Poolse rechter vertelt zijn verhaalDe Poolse rechter Dariusz Mazur presenteert op de Dag van de Rechtspraak op 28 september in TivoliVredenburg een workshop over ‘de rechtspraak onder druk'. ‘De rechtsstaat ligt onder vuur en wordt opgeofferd aan de politieke agenda van de regering', zegt Mazur.‘Ik werk nu 20 jaar bij de rechtbank en ik heb nooit het gevoel gehad dat mijn onafhankelijkheid werd bedreigd. Maar dat is nu wel zo. Ik denk dat ik niet lang meer voorzitter van mijn rechtbanksectie ben. Ik weet zelfs niet of ik volgend jaar nog rechter ben', zegt de voorzitter van de strafkamer van de rechtbank in Krakow Dariusz Mazur somber. ‘De rechtsstaat ligt onder vuur en wordt opgeofferd aan de politieke agenda van de regering. Alles moet centraal worden geleid en in 1 hand gehouden. Als rechtsstaat gaan we op veel gebieden terug naar de communistische tijd. Er is na de invoering van de zogenaamde hervormingen geen plek meer voor de onafhankelijkheid van 10.000 Poolse rechters', aldus strafrechter Mazur, die spreekt namens de Poolse rechtersvereniging Themis. ‘Op mijn niveau kan ik mijn werk nu nog onafhankelijk doen, maar boven mij is dat al niet meer mogelijk.'GezagHet Poolse Constitutionele Hof was het eerste doelwit van de regerende partij, vertelt rechter Mazur. ‘De regering en het parlement hebben eerst het gezag en de stabiliteit van het Hof vernietigd door negatieve publicaties te verspreiden en de wetgeving te veranderen. Door 3 correct benoemde rechters af te wijzen en deze te vervangen door kandidaten van de regerende partij en door de onwettige benoeming van een nieuwe president en een nieuwe vicepresident, heeft de regering eind vorig jaar de controle over het Hof overgenomen.' Het Hof was ooit ‘de bewaker van de grondwet', nu is het Hof volgens rechter Mazur ‘een instrument in handen van de regering om de onafhankelijkheid van de rechtelijke macht te vernietigen.'PijlenDaartoe werden dit jaar de pijlen gericht op de nationale Raad voor de rechtspraak (KRS), aldus rechter Dariusz Mazur. De leden van de Raad, die verantwoordelijk zijn voor het selecteren en promoveren van rechters, zullen gekozen gaan worden door het parlement, dat wordt gedomineerd door de regerende partij. Deze zomer besloot het Poolse parlement bovendien dat de minister van justitie, die sinds april 2016 tevens de hoogste publieke aanklager is, mag uitmaken wie de presidenten en vicepresidenten van de rechtbanken en gerechtshoven worden. De Poolse president Andrzej Duda weigerde deze zomer overigens de wetten over het Constitutionele Hof en de nationale Raad voor de rechtspraak te tekenen.DrukRechter Dariusz Mazur werd 2 jaar geleden door de Poolse afdeling van de internationale commissie van juristen (ICJ) uitgeroepen tot Europees rechter van het jaar vanwege zijn weigering, en vooral argumentatie, om de Frans/Poolse filmmaker Roman Polanski uit de wijzen naar de VS. (Mazur is ook belast met Europese aanhoudingsbevelen en uitwijzingen.) Hoe zou zo'n zaak anno nu verlopen onder een regering die in een goed blaadje probeert te komen bij Uncle Sam? ‘Ik denk dat ik onder enorme druk zou staan om het uitleveringsverzoek wél toe te wijzen', zegt rechter Mazur. ‘Als ik niet zou toegeven aan die druk, zou ik waarschijnlijk worden verwijderd als voorzitter van mijn sectie of misschien worden overgeplaatst naar een andere rechtbank.'Dariusz Mazur is 1 van de sprekers tijdens de Dag van de Rechtspraak op 28 september. Die dag komen honderden rechters, bestuurders, politici, mensen uit het bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld, wetenschappers en journalisten bij elkaar om te praten over het thema: De rechter van de toekomst - De toekomst van de rechter.
dinsdag, 12, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Commissie zal kwaliteitszorg binnen Rechtspraak onderzoekenEr is bekend wie plaats zullen nemen in de visitatiecommissie die in 2018 de zorg voor de kwaliteit van de Rechtspraak zal beoordelen. Oud-politica Femke Halsema is voorzitter, hoogleraar Edith Hooge is vicevoorzitter. De visitatiecommissie bestaat uit 9 externe leden en 6 interne leden. Elke 4 jaar wordt er binnen de Rechtspraak een visitatie gehouden om de zorg voor kwaliteit te evalueren. Het doel van de visitatie is het bevorderen en verbeteren van de kwaliteit van de Rechtspraak. De uitkomst van de visitatie vormt een verantwoording naar de samenleving. De visitatie gaat in januari 2018 van start en wordt begin 2019 afgerond.Externe ledenDe externe leden zijn benaderd op grond van bijzondere deskundigheid, ervaring en maatschappelijke positie. Voorzitter: Femke Halsema, oud-politica, auteur, programmamaker en bestuurderVicevoorzitter: Edith Hooge, hoogleraar Boards and Governance in Education en directeur GovernanceLAB bij TIAS, Universiteit van TilburgMike Ackermans, lid van het directieberaad van het CBS, hoofd Communicatie en NieuwsJarmo Berkhout, voormalig voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond Arent van der Feltz, voorzitter van het college van bestuur van de Open UniversiteitWalter Hendriksen, advocaat bij Van Doorne, voormalig algemeen deken van de Nederlandse Orde van AdvocatenPhilip Langbroek, directeur Montaignecentrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing, hoogleraar Rechtspleging en rechterlijke organisatie, Universiteit UtrechtMaureen Sarucco, adviseur bij de gemeente Amsterdam, voormalig directeur Openbare orde en Veiligheid van de gemeente AmsterdamGert Veurink, plaatsvervangend hoofdofficier van het arrondissementsparket Noord-NederlandInterne ledenTakvor Avedissian, president rechtbank OverijsselNienke Hofman, stafjurist handelsrecht rechtbank Oost-BrabantCorrie Ter Veer, senior raadsheer handelsrecht gerechtshof Arnhem-LeeuwardenJack Verhoeven, raadsheer handelsrecht gerechtshof Den BoschNol Vermolen, rechterlijk bestuurslid rechtbank Zeeland-West-BrabantYvon van Wezel, rechter bestuursrecht rechtbank GelderlandProjectleider is Petra de Wolf, seniorrechter bij rechtbank Noord-Holland.Lees meer over de visitatie Rechtspraak.
maandag, 11, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Het Openbaar Ministerie (OM) brengt veel minder vaak een verdachte voor de rechter dan 10 jaar geleden. Dit blijkt uit nieuwe cijfers (cbs.nl) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De onderzoekers van het CBS geven aan dat de daling onder andere te maken heeft met de beperkte middelen waarmee het OM zijn werk moet doen. 'Als misdaad onbestraft blijft omdat er niet genoeg geld is om de dader te vervolgen, dan is dat op zijn zachts gezegd erg zorgelijk,' reageert Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.AchtergrondVolgens de nieuwe cijfers werden in 2016 ruim 200 duizend strafzaken voor de rechter gebracht, 28 procent minder dan in 2007. Bakker: 'Het is belangrijk de achtergrond bij deze cijfers te kennen. Want gebrek aan capaciteit is één ding, maar er zijn ook andere mogelijke oorzaken. Nieuwe wetgeving of de daling van de geregistreerde criminaliteit bijvoorbeeld. Maar ook het feit dat de politie tegenwoordig niet meer zelf beslist of er wel of geen onderzoek naar een zaak wordt gedaan, deze verantwoordelijkheid ligt nu volledig bij het OM – het kan dat natuurlijk goed dat je dit terugziet in de cijfers.'Buiten de rechter omBakker ziet nog iets opvallends in de grafieken van het CBS: ‘De cijfers laten ook zien dat relatief steeds meer zaken buiten de rechter om worden afgehandeld. Dit is op zichzelf een zorgelijke ontwikkeling. Het is aan rechters om te oordelen over schuld en onschuld. Als daaraan wordt gemord, raakt dat de kern van de democratische rechtsstaat.' Bakker riep daarom aan het begin van dit jaar daarom op deze trend te doorbreken en te investeren in de strafrechtketen. ‘Ik zei toen al dat de grenzen zijn bereikt. In plaats van steeds meer zaken buiten de rechter om af te doen, is het hoog tijd de keten in vergaande mate beter te laten functioneren. Daar zijn forse investeringen voor nodig, je kan niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.' Zie ook: Frits Bakker: Kleed strafrechter niet verder uit
maandag, 11, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
In week tijd 16 civiele vorderingszaken digitaal ingediendSinds afgelopen vrijdag (1 september 2017) zijn er door advocaten 16 civiele vorderingszaken digitaal ingediend. Vanaf deze datum is digitaal procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland in deze zaken met een belang vanaf 25.000 euro verplicht. 'De start is soepel verlopen', zegt rechter Selinde Boks-Boom, tevens projectleider civiel. 'De techniek doet wat de techniek moet doen. Daar waren we ook wel gerust op, want er is bij deze 2 rechtbanken in de afgelopen maanden al veel geoefend met fictieve zaken. Ook waren er vóór 1 september al 4 echte rechtszaken vrijwillig ingediend. Maar uiteraard is het fijn als blijkt dat dat geruste gevoel terecht was.' Overigens deed zich vrijdagmiddag 1 september wel een kleine interne technische storing voor, die snel verholpen was. De eersteDe allereerste civiele procesinleiding kwam vrijdagnacht 1 september om 00.32 binnen. Advocaat Hajo Coumou had de primeur: hij startte bij de rechtbank Gelderland een dagvaardingsprocedure in een nalatenschapskwestie. 'Ik wilde graag de eerste zijn', zei Coumou eerder deze week op de website MR-online. Coumou noemt digitaal procederen 'kinderlijk eenvoudig'. 'Je wordt stap voor stap meegenomen in het proces', aldus Coumou. PlanningOp termijn wordt het voor professionals in alle zaken verplicht om digitaal te procederen. Dat wil zeggen dat alles rondom de fysieke behandeling van de rechtszaak digitaal verloopt. Op 12 juni 2017 werd het verplicht digitaal te procederen in asiel- en bewaringzaken. De verplichting digitaal stukken in civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro in te dienen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, is de tweede stap. Naar verwachting moet dit vanaf het voorjaar 2018 in dit soort zaken bij alle rechtbanken. GefaseerdIn het moderniserings- en digitaliseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie is bewust gekozen voor een gefaseerde invoering. Er wordt pas opgeschaald als de techniek zich heeft bewezen. Zie ook: Vragen & antwoorden voor advocatuur over digitaal procederen
donderdag, 7, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Sinds 1 juli 2016 geldt onbeperkt spreekrecht in rechtszaalRTL4 start vanavond met Spreekrecht, een tv-serie over slachtoffers van ernstige misdrijven die in de rechtszaak tegen de verdachte het woord voeren. Sinds vorig jaar juli hebben zij onbeperkt spreekrecht. Hoe dat in de praktijk werkt, wordt in 7 afleveringen in beeld gebracht. Verwachting en terugblikProducent De Haaien (die eerder de tv-serie De Rechtbank maakte) volgde de afgelopen maanden 14 slachtoffers en nabestaanden in verschillende rechtszalen in het land. Angela Groothuizen sprak voor- en achteraf met hen. Waarom besluiten mensen gebruik te maken van het spreekrecht? Wat zijn de verwachtingen? Hoe pakken ze het aan, en hoe kijken ze er later op terug? In de 1ste aflevering worden Rick en Yvonne gevolgd. Rick is misbruikt door vrienden van zijn ouders en voert, samen met zijn vader, het woord tijdens het hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Yvonne heeft al voor de 3de keer een overval van haar tankstation meegemaakt. Haar man leest haar slachtofferverklaring voor bij de rechtbank Overijssel.Wat is spreekrecht?Het strafproces draait om de verdachte. Is bewezen dat hij het misdrijf heeft gepleegd? Is hij daarvoor strafbaar? Zo ja, welke straf is dan passend? Het slachtoffer komt er traditioneel bekaaid af. Daar is de afgelopen jaren verandering in gekomen. Sinds 2005 mogen slachtoffers het woord voeren tijdens de behandeling van de zaak. Het spreekrecht geldt bij misdrijven waarvoor 8 jaar (of meer) gevangenisstraf kan worden gegeven plus een aantal in de wet genoemde strafbare feiten, zoals bepaalde zedenmisdrijven, stalking, bedreiging en zeer ernstige verkeersongelukken. VerruimingAanvankelijk mochten slachtoffers zich alleen uitlaten over de gevolgen die het misdrijf op hun leven had gehad. In 2012 werd het spreekrecht uitgebreid, onder meer door ook betrokkenen van het slachtoffer spreekrecht toe te kennen. En sinds 1 juli 2016 geldt onbeperkt spreekrecht. De schuld van de verdachte, het bewijs, de hoogte van de straf, alles kan aan bod komen in de slachtofferverklaring (meer informatie).Hoe staat de Rechtspraak daar tegenover?De Raad voor de rechtspraak is voorstander van een grotere rol voor het slachtoffer tijdens de rechtszaak en heeft dan ook een positief advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat onbeperkt spreekrecht regelde. Wel waarschuwde de Raad daarbij voor bepaalde risico's, bijvoorbeeld dat te hoge verwachtingen kunnen ontstaan. De rechter zal immers lang niet altijd rekening kunnen houden met het slachtofferadvies. Dat blijkt ook uit de serie. De teleurstelling is soms groot als verdachten blijven zwijgen, de straf lager uitpakt dan gehoopt of onverwacht vrijspraak volgt wegens gebrek aan bewijs.Spreekrecht wordt om 21.30 uitgezonden.
dinsdag, 5, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
6 vragen en antwoordenDe bestraffing van verkeersdelicten zorgt al langere tijd voor maatschappelijke onrust. Door de rechter opgelegde straffen worden vaak niet begrepen. 6 vragen en antwoorden over dit onderwerp.Is er in algemene zin iets te zeggen over de strafoplegging bij verkeersdelicten?Nee, eigenlijk niet. Verkeersstrafrecht is heel ingewikkeld, omdat er veel verschillende zaken zijn. Een kleine onoplettendheid in het verkeer kan verschrikkelijke gevolgen hebben, terwijl een grove verkeersfout zonder slachtoffers kan aflopen. Het is de taak van de rechter om steeds te kijken of iemand het verkeersdelict heeft gepleegd en zo ja, in hoeverre dat hem te verwijten is. De rechter moet hierbij oorzaak en gevolg van elkaar scheiden. Dat is vaak moeilijk te begrijpen, helemaal als er dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Vaak is sprake van onherstelbaar leed. Dat leed is echter niet maatgevend voor de hoogte van de straf, maar de mate van schuld aan het ongeval. Naarmate de verwijtbaarheid groter is, wordt de straf ook hoger. In juli verscheen het rapport Straftoemeting ernstige verkeersdelicten (rijksoverheid.nl). Uit dit onderzoek blijkt dat over het geheel genomen de strafoplegging ‘adequaat' is: naarmate de ernst van de verkeersfout en het letsel toenemen, wordt de straf die rechters opleggen hoger. Welke factoren zijn doorslaggevend voor de hoogte van de straf in verkeerzaken?De doorslaggevende vraag is of de verdachte ‘aanmerkelijke schuld' heeft. Als er doden zijn te betreuren, ligt de vraag voor of het om ‘dood door schuld in het verkeer' gaat. Als de rechter die schuld bewezen acht, heet het een misdrijf. Er bestaan 3 categorieën van verwijtbaarheid, oplopend in ernst en strafhoogte: onoplettend/onvoorzichtig rijgedrag (bijvoorbeeld te hard rijden wanneer het zicht slecht is), een grove verkeersfout (bijvoorbeeld veel te hard rijden en je passagiers geen gordels laten dragen) en roekeloos rijden. De rechter bepaalt steeds per zaak welke categorie van toepassing is. Wanneer de bestuurder niet schuldig blijkt, zal de rechter bekijken of hij wel gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Bijvoorbeeld wanneer hij zonder opzet een fietser over het hoofd ziet. Dat heet juridisch een overtreding en daar staat gemiddeld een duidelijk lagere straf op.Welke straffen kan de rechter opleggen bij een dodelijk verkeersongeluk?De rechter is gebonden aan wat er in de wet staat voor de verschillende delicten. De straffen die hij kan opleggen zijn, afhankelijk van wat hij bewezen acht, een boete, een taakstraf, ontzegging van de rijbevoegdheid tot een (voorwaardelijke) gevangenisstraf. Gaat het om een overtreding, dan volgt een relatief lichte straf: hoogstens 2 maanden hechtenis en 3.900 euro boete. De maximale ontzegging van de rijbevoegdheid is 2 jaar. Is de bestuurder schuldig en gaat het om een misdrijf, dan kan de rechter een beduidend zwaardere straf opleggen: maximaal 9 jaar gevangenisstraf en 20.250 euro boete. ​Waarom hebben verkeersdelicten een lagere strafmaat dan bijvoorbeeld bij moord of doodslag?Bij moord of doodslag volgt regelmatig een (jarenlange) gevangenisstraf. Een cruciale rol hierbij speelt dat de dader met opzet iemand heeft gedood. Die opzet moet worden bewezen om tot een veroordeling te komen. Bij een dodelijk ongeluk is van opzet meestal geen sprake. Automobilisten hebben vrijwel nooit de intentie om een ongeluk te veroorzaken, laat staan om iemand te doden. Ze maken wel fouten in het verkeer, waarmee ze ongewild de dood van een ander kunnen veroorzaken. Daarom worden lagere straffen opgelegd dan wanneer er opzet in het spel is.​Er was toch ook iets met de term roekeloosheid? Ja. Met deze term doet zich het probleem voor dat de term ‘roekeloos' in het dagelijkse spraakgebruik iets anders betekent dan wanneer de term in juridische zin wordt gehanteerd. De wetgever wilde met het etiket roekeloos bepaalde verkeersdelicten extra zwaar bestraffen. In de praktijk kunnen rechters hiermee niet goed uit de voeten, omdat in de wet staat dat voor bepaalde overtredingen (zoals onder invloed van alcohol of te hard rijden, bumperkleven) al strafverhoging geldt. De Hoge Raad, de hoogste rechter, heeft daarom bepaald dat om iemand voor roekeloos rijden te kunnen veroordelen, er nog iets extra's aan de hand moet zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een straatrace, kat-en-muisspellen of koste wat het kost vluchten voor de politie. Hier is maar heel soms sprake van (zie ook uitleg van de Hoge Raad: Roekeloosheid in het verkeer).​Komen er aanpassingen in de Wegenverkeerswet?Ja. De minister van Veiligheid en Justitie schreef in een reactie op het hierboven genoemde rapport ‘Straftoemeting ernstige verkeersdelicten' dat er wat betreft het begrip roekeloosheid sprake is van een ‘juridisch knelpunt'. Immers: het publiek vindt rijden onder invloed van alcohol of veel te hard rijden roekeloos, en begrijpt niet waarom mensen hiervoor dan niet als zodanig kunnen worden veroordeeld. De minister kondigde dan ook aan hier iets aan te gaan doen. Hij heeft ook gezegd aan de slag te gaan met de maximum straffen voor een aantal specifieke delicten (rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval en rijden tijdens een rijontzegging). Experts gaven in het genoemde onderzoek aan dat de maximumstraffen die rechters kunnen opleggen te laag zijn. De Raad voor de rechtspraak zal te zijner tijd advies uitbrengen over de wetsvoorstellen van de minister.
vrijdag, 1, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
6 vragen en antwoordenDe bestraffing van verkeersdelicten zorgt al langere tijd voor maatschappelijke onrust. Door de rechter opgelegde straffen worden vaak niet begrepen. 6 vragen en antwoorden over dit onderwerp.Is er in algemene zin iets te zeggen over de strafoplegging bij verkeersdelicten?Nee, eigenlijk niet. Verkeersstrafrecht is heel ingewikkeld, omdat er veel verschillende zaken zijn. Een kleine onoplettendheid in het verkeer kan verschrikkelijke gevolgen hebben, terwijl een grove verkeersfout zonder slachtoffers kan aflopen. Het is de taak van de rechter om steeds te kijken of iemand het verkeersdelict heeft gepleegd en zo ja, in hoeverre dat hem te verwijten is. De rechter moet hierbij oorzaak en gevolg van elkaar scheiden. Dat is vaak moeilijk te begrijpen, helemaal als er dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Vaak is sprake van onherstelbaar leed. Dat leed is echter niet maatgevend voor de hoogte van de straf, maar de mate van schuld aan het ongeval. Naarmate de verwijtbaarheid groter is, wordt de straf ook hoger. In juli verscheen het rapport Straftoemeting ernstige verkeersdelicten (rijksoverheid.nl). Uit dit onderzoek blijkt dat over het geheel genomen de strafoplegging ‘adequaat' is: naarmate de ernst van de verkeersfout en het letsel toenemen, wordt de straf die rechters opleggen hoger. Welke factoren zijn doorslaggevend voor de hoogte van de straf in verkeerzaken?De doorslaggevende vraag is of de verdachte ‘aanmerkelijke schuld' heeft. Als er doden zijn te betreuren, ligt de vraag voor of het om ‘dood door schuld in het verkeer' gaat. Als de rechter die schuld bewezen acht, heet het een misdrijf. Er bestaan 3 categorieën van verwijtbaarheid, oplopend in ernst en strafhoogte: onoplettend/onvoorzichtig rijgedrag (bijvoorbeeld te hard rijden wanneer het zicht slecht is), een grove verkeersfout (bijvoorbeeld veel te hard rijden en je passagiers geen gordels laten dragen) en roekeloos rijden. De rechter bepaalt steeds per zaak welke categorie van toepassing is. Wanneer de bestuurder niet schuldig blijkt, zal de rechter bekijken of hij wel gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Bijvoorbeeld wanneer hij zonder opzet een fietser over het hoofd ziet. Dat heet juridisch een overtreding en daar staat gemiddeld een duidelijk lagere straf op.Welke straffen kan de rechter opleggen bij een dodelijk verkeersongeluk?De rechter is gebonden aan wat er in de wet staat voor de verschillende delicten. De straffen die hij kan opleggen zijn, afhankelijk van wat hij bewezen acht, een boete, een taakstraf, ontzegging van de rijbevoegdheid tot een (voorwaardelijke) gevangenisstraf. Gaat het om een overtreding, dan volgt een relatief lichte straf: hoogstens 2 maanden hechtenis en 3.900 euro boete. De maximale ontzegging van de rijbevoegdheid is 2 jaar. Is de bestuurder schuldig en gaat het om een misdrijf, dan kan de rechter een beduidend zwaardere straf opleggen: maximaal 9 jaar gevangenisstraf en 20.250 euro boete. ​Waarom hebben verkeersdelicten een lagere strafmaat dan bijvoorbeeld bij moord of doodslag?Bij moord of doodslag volgt regelmatig een (jarenlange) gevangenisstraf. Een cruciale rol hierbij speelt dat de dader met opzet iemand heeft gedood. Die opzet moet worden bewezen om tot een veroordeling te komen. Bij een dodelijk ongeluk is van opzet meestal geen sprake. Automobilisten hebben vrijwel nooit de intentie om een ongeluk te veroorzaken, laat staan om iemand te doden. Ze maken wel fouten in het verkeer, waarmee ze ongewild de dood van een ander kunnen veroorzaken. Daarom worden lagere straffen opgelegd dan wanneer er opzet in het spel is.​Er was toch ook iets met de term roekeloosheid? Ja. Met deze term doet zich het probleem voor dat de term ‘roekeloos' in het dagelijkse spraakgebruik iets anders betekent dan wanneer de term in juridische zin wordt gehanteerd. De wetgever wilde met het etiket roekeloos bepaalde verkeersdelicten extra zwaar bestraffen. In de praktijk kunnen rechters hiermee niet goed uit de voeten, omdat in de wet staat dat voor bepaalde overtredingen (zoals onder invloed van alcohol of te hard rijden, bumperkleven) al strafverhoging geldt. De Hoge Raad, de hoogste rechter, heeft daarom bepaald dat om iemand voor roekeloos rijden te kunnen veroordelen, er nog iets extra's aan de hand moet zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een straatrace, kat-en-muisspellen of koste wat het kost vluchten voor de politie. Hier is maar heel soms sprake van (zie ook uitleg van de Hoge Raad: Roekeloosheid in het verkeer).​Komen er aanpassingen in de Wegenverkeerswet?Ja. De minister van Veiligheid en Justitie schreef in een reactie op het hierboven genoemde rapport ‘Straftoemeting ernstige verkeersdelicten' dat er wat betreft het begrip roekeloosheid sprake is van een ‘juridisch knelpunt'. Immers: het publiek vindt rijden onder invloed van alcohol of veel te hard rijden roekeloos, en begrijpt niet waarom mensen hiervoor dan niet als zodanig kunnen worden veroordeeld. De minister kondigde dan ook aan hier iets aan te gaan doen. Hij heeft ook gezegd aan de slag te gaan met de maximum straffen voor een aantal specifieke delicten (rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval en rijden tijdens een rijontzegging). Experts gaven in het genoemde onderzoek aan dat de maximumstraffen die rechters kunnen opleggen te laag zijn. De Raad voor de rechtspraak zal te zijner tijd advies uitbrengen over de wetsvoorstellen van de minister.
vrijdag, 1, september, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Vanaf 1 september 2017 nieuwe faseVanaf 1 september 2017 moeten advocaten bij de rechtbanken Midden-Nederland en Gelderland in civiele vorderingszaken met een belang vanaf 25.000 euro digitaal procederen. Rechter Dory Reiling, vanaf het allereerste begin nauw betrokken bij het vormgeven en invoeren van de digitale procesgang in civiel recht, geeft antwoord op vragen die mogelijk bij advocaten leven.Wat is uw advies aan advocaten als zij zich moeten voorbereiden op de eerste zitting die digitaal is aangebracht?Dory Reiling: 'In de eerste plaats: neem een eigen laptop of tablet mee naar de zitting. Controleer voor de zitting of er nog nieuwe stukken aan het dossier zijn toegevoegd, en download het hele dossier op de laptop. Zo heb je de laatste stand van zaken steeds bij de hand. Eventuele spreekaantekeningen kunnen voor, maar eventueel ook tijdens of na de zitting aan het dossier worden toegevoegd door die te uploaden. Verder raad ik advocaten aan hun schermbeveiliging tijdens de zitting uit te zetten. Dan gaat tijdens de zitting niet opeens het scherm op zwart.'Welke apparatuur en software hebben advocaten minimaal nodig hebben om digitaal te kunnen procederen? ‘Om Mijn Rechtspraak te gebruiken is alleen een computer nodig met een internetverbinding. Advocaten loggen in met hun advocatenpas. De andere manier om digitaal te procederen, is via het Aansluitpunt Rechtspraak. Dan wordt vanuit de eigen kantoorautomatisering rechtstreeks gecommuniceerd met de rechtbank.' (Meer uitleg: Digitaal procederen via Aansluitpunt Rechtspraak of Mijn Rechtspraak?)Waar moeten advocaten aan denken bij het uploaden van documenten in het digitale zaaksdossier? Worden er bijvoorbeeld eisen gesteld aan de naamgeving?'Goede naamgeving is belangrijk, want daarmee kan de rechter snel zien hoe het dossier in elkaar zit. Voor bewijsstukken heeft de rechtspraak met de Nederlandse Orde van Advocaten, de NOvA, een afspraak gemaakt. De naam luidt: bewijsstuk, afkomstig van, en een volgnummer. Het voorschrift is ook te vinden in het civiele procesreglement.' ‘Belangrijk is verder om te weten is dat documenten het pdf-formaat moeten hebben. Dit formaat zorgt ervoor dat het document niet zomaar kan worden gewijzigd. Praktisch alle kantoorsoftware kan een tekstdocument, bijvoorbeeld een word-document, omzetten naar een pdf-bestand.' Heeft u nog overige tips & tricks? ‘Mijn Rechtspraak is een communicatieplatform, géén werkomgeving. Via Mijn Rechtspraak wordt informatie uitgewisseld. Zorg ervoor dat de informatie die via Mijn Rechtspraak naar het gerecht gaat, van tevoren klaar is gemaakt. Als de procesinleiding in een word-document staat, dan zijn de onderdelen makkelijk te knippen en plakken in het formulier in Mijn Rechtspraak. Wie via het Aansluitpunt werkt, volgt de voorschriften van de eigen kantooromgeving. Die kan per provider verschillen.' ‘Verder: 'in het openbare zaakverloopregister op rechtspraak.nl (de pagina www.rechtspraak.nl/zaakverloopregister gaat donderdagavond 31 augustus 2017 live), is op elk gewenst moment de actuele stand van een zaak te zien en wanneer termijnen verlopen. Om dit te kunnen zien, hoeft alleen het zaaknummer te worden ingevoerd. Zo kan met behulp van het zaaknummer een zaak geobserveerd worden.' ‘Een derde tip: We krijgen veel vragen over als er onverhoopt een storing optreedt vlak voor een termijn verloopt. Mijn advies: laat het daar niet op aan komen! Als het een advocaat niet lukt op tijd stukken aan te bieden en de oorzaak ligt bij hem, dan is dit het risico van de advocaat.' Is op www.rechtspraak.nl te zien of er storingen zijn?'Er is een speciale pagina gemaakt waarop actuele storingen en gepland onderhoud staat. Deze pagina is altijd up to date, zodra er een storing bekend is, is dat op deze pagina te zien. Verder is er een pagina Wat te doen bij onderhoud en storingen. Op die pagina staat ook informatie wanneer er sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding en wat een advocaat dan moet doen. Verder wijs ik graag op de mogelijkheid een abonnement te nemen op RSS-meldingen over storingen. Er zijn verschillende RSS-feeds beschikbaar. Het is mogelijk alle storingen binnen te krijgen, maar ook per rechtsgebied.' Is al bekend wanneer het ook bij de andere rechtbanken verplicht wordt in civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro digitaal te procederen?‘Nee, dat is nog niet precies bekend. In juni werd digitaal te procederen in asiel- en bewaringszaken verplicht bij alle rechtbanken. Dat loopt heel goed. De stap die we nu zetten is de tweede. Als die ook goed verloopt, dan kan in het voorjaar van 2018 de volgende stap worden gezet: dan wordt digitaal procederen in civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro verplicht bij alle rechtbanken. De minister van Veiligheid en Justitie moet hiervoor een Koninklijk Besluit laten nemen. De Rechtspraak adviseert de minister hierover. We hebben er bewust voor gekozen in fasen te werken. Zo leren we telkens van de vorige fasen, en is de kans op succes voor elke nieuwe fase het grootst.' Als advocaten er niet uit komen, kunnen ze dan ergens terecht met vragen?'Ja, het Rechtspraak Servicecentrum (RSC) is speciaal opgericht om externe vragen te beantwoorden. Medewerkers zijn van 8 uur 's morgens tot 20 uur 's avonds en ook op zondagmiddag en zondagavond van 16 tot 20 uur bereikbaar voor hulp. RSC-medewerkers zijn er op getraind om advocaten door procedures heen te leiden en problemen snel op te lossen. Zij kunnen het zaakverloop zien, maar hebben natuurlijk geen toegang tot de informatie over het geschil zelf. Het RSC is bereikbaar via telefoonnummer 088 - 361 61 61. Ook kunnen vragen worden gesteld via Facebook.com/rechtspraak en Twitter (@RechtspraakNL). Het RSC scoort een 8,5 op klanttevredenheid. De gebruikers zijn dus zeer tevreden over de hulp die ze van het RSC krijgen.'
donderdag, 31, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Vanaf 1 september 2017 nieuwe faseVanaf 1 september 2017 moeten advocaten bij de rechtbanken Midden-Nederland en Gelderland in civiele vorderingszaken met een belang vanaf 25.000 euro digitaal procederen. Rechter Dory Reiling, vanaf het allereerste begin nauw betrokken bij het vormgeven en invoeren van de digitale procesgang in civiel recht, geeft antwoord op vragen die mogelijk bij advocaten leven.Wat is uw advies aan advocaten als zij zich moeten voorbereiden op de eerste zitting die digitaal is aangebracht?Dory Reiling: 'In de eerste plaats: neem een eigen laptop of tablet mee naar de zitting. Controleer voor de zitting of er nog nieuwe stukken aan het dossier zijn toegevoegd, en download het hele dossier op de laptop. Zo heb je de laatste stand van zaken steeds bij de hand. Eventuele spreekaantekeningen kunnen voor, maar eventueel ook tijdens of na de zitting aan het dossier worden toegevoegd door die te uploaden. Verder raad ik advocaten aan hun schermbeveiliging tijdens de zitting uit te zetten. Dan gaat tijdens de zitting niet opeens het scherm op zwart.'Welke apparatuur en software hebben advocaten minimaal nodig hebben om digitaal te kunnen procederen? ‘Om Mijn Rechtspraak te gebruiken is alleen een computer nodig met een internetverbinding. Advocaten loggen in met hun advocatenpas. De andere manier om digitaal te procederen, is via het Aansluitpunt Rechtspraak. Dan wordt vanuit de eigen kantoorautomatisering rechtstreeks gecommuniceerd met de rechtbank.' (Meer uitleg: Digitaal procederen via Aansluitpunt Rechtspraak of Mijn Rechtspraak?)Waar moeten advocaten aan denken bij het uploaden van documenten in het digitale zaaksdossier? Worden er bijvoorbeeld eisen gesteld aan de naamgeving?'Goede naamgeving is belangrijk, want daarmee kan de rechter snel zien hoe het dossier in elkaar zit. Voor bewijsstukken heeft de rechtspraak met de Nederlandse Orde van Advocaten, de NOvA, een afspraak gemaakt. De naam luidt: bewijsstuk, afkomstig van, en een volgnummer. Het voorschrift is ook te vinden in het civiele procesreglement.' ‘Belangrijk is verder om te weten is dat documenten het pdf-formaat moeten hebben. Dit formaat zorgt ervoor dat het document niet zomaar kan worden gewijzigd. Praktisch alle kantoorsoftware kan een tekstdocument, bijvoorbeeld een word-document, omzetten naar een pdf-bestand.' Heeft u nog overige tips & tricks? ‘Mijn Rechtspraak is een communicatieplatform, géén werkomgeving. Via Mijn Rechtspraak wordt informatie uitgewisseld. Zorg ervoor dat de informatie die via Mijn Rechtspraak naar het gerecht gaat, van tevoren klaar is gemaakt. Als de procesinleiding in een word-document staat, dan zijn de onderdelen makkelijk te knippen en plakken in het formulier in Mijn Rechtspraak. Wie via het Aansluitpunt werkt, volgt de voorschriften van de eigen kantooromgeving. Die kan per provider verschillen.' ‘Verder: 'in het openbare zaakverloopregister op rechtspraak.nl (de pagina www.rechtspraak.nl/zaakverloopregister gaat donderdagavond 31 augustus 2017 live), is op elk gewenst moment de actuele stand van een zaak te zien en wanneer termijnen verlopen. Om dit te kunnen zien, hoeft alleen het zaaknummer te worden ingevoerd. Zo kan met behulp van het zaaknummer een zaak geobserveerd worden.' ‘Een derde tip: We krijgen veel vragen over storingen die kunnen optreden vlak voor een termijn verloopt. Mijn advies: laat het daar niet op aan komen! Als het een advocaat niet lukt op tijd stukken aan te bieden en de oorzaak ligt bij hem, dan is dit het risico van de advocaat.' Is op www.rechtspraak.nl te zien of er storingen zijn?'Er is een speciale pagina gemaakt waarop actuele storingen en gepland onderhoud staat. Deze pagina is altijd up to date, zodra er een storing bekend is, is dat op deze pagina te zien. Verder is er een pagina Wat te doen bij onderhoud en storingen. Op die pagina staat ook informatie wanneer er sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding en wat een advocaat dan moet doen. Verder wijs ik graag op de mogelijkheid een abonnement te nemen op RSS-meldingen over storingen. Er zijn verschillende RSS-feeds beschikbaar. Het is mogelijk alle storingen binnen te krijgen, maar ook per rechtsgebied.' Is al bekend wanneer het ook bij de andere rechtbanken verplicht wordt in civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro digitaal te procederen?‘Nee, dat is nog niet precies bekend. In juni werd digitaal te procederen in asiel- en bewaringszaken verplicht bij alle rechtbanken. Dat loopt heel goed. De stap die we nu zetten is de tweede. Als die ook goed verloopt, dan kan in het voorjaar van 2018 de volgende stap worden gezet: dan wordt digitaal procederen in civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro verplicht bij alle rechtbanken. De minister van Veiligheid en Justitie moet hiervoor een Koninklijk Besluit laten nemen. De Rechtspraak adviseert de minister hierover. We hebben er bewust voor gekozen in fasen te werken. Zo leren we telkens van de vorige fasen, en is de kans op succes voor elke nieuwe fase het grootst.' Als advocaten er niet uit komen, kunnen ze dan ergens terecht met vragen?'Ja, het Rechtspraak Servicecentrum (RSC) is speciaal opgericht om externe vragen te beantwoorden. Medewerkers zijn van 8 uur 's morgens tot 20 uur 's avonds en ook op zondagmiddag en zondagavond van 16 tot 20 uur bereikbaar voor hulp. RSC-medewerkers zijn er op getraind om advocaten door procedures heen te leiden en problemen snel op te lossen. Zij kunnen het zaakverloop zien, maar hebben natuurlijk geen toegang tot de informatie over het geschil zelf. Het RSC is bereikbaar via telefoonnummer 088 - 361 61 61. Ook kunnen vragen worden gesteld via Facebook.com/rechtspraak en Twitter (@RechtspraakNL). Het RSC scoort een 8,5 op klanttevredenheid. De gebruikers zijn dus zeer tevreden over de hulp die ze van het RSC krijgen.'
woensdag, 30, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
1 september nadert met rasse schreden. Bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland wordt het dan verplicht digitaal te procederen in civiele handelsvorderingen met een belang vanaf 25.000 euro.Advocaten in deze arrondissementen kunnen dan uitsluitend nog digitaal een zaak starten en voeren; alles rondom de mondelinge rechtszaak verloopt dan digitaal. Bij de andere 9 rechtbanken in Nederland is dit waarschijnlijk vanaf voorjaar 2018 het geval. Definitieve besluiten moeten hierover nog worden genomen.Het is de 2de zaakstroom waarvoor dan geldt dat digitaal procederen verplicht is. In asiel- en bewaringszaken is dat sinds juni het geval. Inmiddels is de teller bij dit soort zaken de 10.000 gepasseerd. Meer informatie In het moderniseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie werkt de Rechtspraak gefaseerd aan het digitaliseren van procedures. Voor professionals wordt het verplicht digitaal te procederen; voor particulieren blijft de mogelijkheid bestaan het op papier te doen.Op rechtspraak.nl is een webinar terug te kijken over digitaal procederen in civiele handelsvorderingszaken. Voor eventuele hulp is het Rechtspraak Servicecentrum beschikbaar.Zie ook: modernisering civiel recht
maandag, 28, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Een rechtszaak starten via het beveiligde webportaal Mijn Rechtspraak, of vanuit eigen kantoorsoftware via het Aansluitpunt Rechtspraak?Advocaten die vanaf 1 september een civiele vorderingszaak met een belang vanaf 25.000 euro willen starten, kunnen een keus maken uit deze 2 mogelijkheden. Met ingang van 1 september wordt het in deze zaken bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland verplicht digitaal te procederen. Mijn RechtspraakEen zaak starten via Mijn Rechtspraak gaat met een advocatenpas. Na het invoeren van een code, kan worden ingelogd en gestart met het invullen van een procesinleiding. Om te kunnen procederen via Mijn Rechtspraak, zijn naast een advocatenpas een internetverbinding en een goed werkende browser nodig. Aansluitpunt RechtspraakAls via het Aansluitpunt Rechtspraak een rechtszaak wordt gestart, wordt vanuit de eigen kantoorautomatisering rechtsreeks gecommuniceerd met de rechtbank. Dit gebeurt via een soort digitaal stopcontact waarop het kantoor is aangesloten. Advocaten kunnen dan documenten vanuit hun eigen kantoorsysteem, zoals een zaak- of document-managementsysteem, insturen. Gegevens kunnen ook automatisch worden opgeslagen in het eigen kantoorsysteem. De advocatenpas is bij het Aansluitpunt Rechtspraak niet nodig. Wanneer rendabel?Of investeren in het Aansluitpunt Rechtspraak rendabel is, hangt af van verschillende factoren. Een eerste factor is de mate waarin bedrijfsvoering is geautomatiseerd. Daarnaast zijn ook het aantal zaken dat wordt gevoerd en hoe omvangrijk die zijn, belangrijke factoren. Er zijn verschillende leveranciers die kantoorsoftware kunnen koppelen aan het Aansluitpunt Rechtspraak. De Rechtspraak raadt aan om voordat contact wordt gezocht met de Rechtspraak, eerst in contact te treden met de eigen softwareleverancier om te vragen of deze van plan is een aansluiting te gaan realiseren. Dit scheelt wellicht in de investeringskosten. ​Artikel 112 Rv en 113 Rv Tot medio november kunnen via het Aansluitpunt Rechtspraak alleen zaken worden ingediend volgens artikel 113 Rechtsvordering (Rv). Het starten van een procedure conform artikel 112 Rv moet tot die tijd nog via het webportaal Mijn Rechtspraak. Na indiening kan vervolgens wel digitaal verder via het Aansluitpunt Rechtspraak worden geprocedeerd (meer informatie over procederen via de artikelen 112 Rv en 113 Rv). Vanaf medio november kunnen via het Aansluitpunt Rechtspraak procedures worden gestart zowel via de artikelen 112 Rv als 113 Rv.Het Aansluitpunt Rechtspraak voor vreemdelingenzaken is naar verwachting begin 2018 beschikbaar. Meer informatie over het Aansluitpunt RechtspraakZie ook: Veel gestelde vragen civiele vorderingsprocedure
donderdag, 24, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Een rechtszaak starten via het beveiligde webportaal Mijn Rechtspraak, of vanuit eigen kantoorsoftware via het Aansluitpunt Rechtspraak?Advocaten die vanaf 1 september een civiele vorderingszaak met een belang vanaf 25.000 euro willen starten, kunnen een keus maken uit deze 2 mogelijkheden. Met ingang van 1 september wordt het in deze zaken bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland verplicht digitaal te procederen. Mijn RechtspraakEen zaak starten via Mijn Rechtspraak gaat met een advocatenpas. Na het invoeren van een code, kan worden ingelogd en gestart met het invullen van een procesinleiding. Om te kunnen procederen via Mijn Rechtspraak, zijn naast een advocatenpas een internetverbinding en een goed werkende browser nodig. Aansluitpunt RechtspraakAls via het Aansluitpunt Rechtspraak een rechtszaak wordt gestart, wordt vanuit de eigen kantoorautomatisering rechtsreeks gecommuniceerd met de rechtbank. Dit gebeurt via een soort digitaal stopcontact waarop het kantoor is aangesloten. Advocaten kunnen dan documenten vanuit hun eigen kantoorsysteem, zoals een zaak- of document-managementsysteem, insturen. Gegevens kunnen ook automatisch worden opgeslagen in het eigen kantoorsysteem. De advocatenpas is bij het Aansluitpunt Rechtspraak niet nodig. Wanneer rendabel?Of investeren in het Aansluitpunt Rechtspraak rendabel is, hangt af van verschillende factoren. Een eerste factor is de mate waarin bedrijfsvoering is geautomatiseerd. Daarnaast zijn ook het aantal zaken dat wordt gevoerd en hoe omvangrijk die zijn, belangrijke factoren. Er zijn verschillende leveranciers die kantoorsoftware kunnen koppelen aan het Aansluitpunt Rechtspraak. De Rechtspraak raadt aan om voordat contact wordt gezocht met de Rechtspraak, eerst in contact te treden met de eigen softwareleverancier om te vragen of deze van plan is een aansluiting te gaan realiseren. Dit scheelt wellicht in de investeringskosten. ​Artikel 112 Rv en 113 Rv Tot medio november kunnen via het Aansluitpunt Rechtspraak alleen zaken worden ingediend volgens artikel 113 Rechtsvordering (Rv). Het starten van een procedure conform artikel 112 Rv moet tot die tijd nog via het webportaal Mijn Rechtspraak. Na indiening kan vervolgens wel digitaal verder via het Aansluitpunt Rechtspraak worden geprocedeerd (meer informatie over procederen via de artikelen 112 Rv en 113 Rv). Vanaf medio november kunnen via het Aansluitpunt Rechtspraak procedures worden gestart zowel via de artikelen 112 Rv als 113 Rv.Meer informatie over het Aansluitpunt RechtspraakZie ook: Veel gestelde vragen civiele vorderingsprocedure
donderdag, 24, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
In 2016 zijn er minder mensenhandelzaken door rechters behandeld dan in 2015. Dat blijkt uit cijfers van de Raad voor de rechtspraak, die maandag (21 augustus 2017) zijn gepubliceerd door NRC Next en NRC Handelsblad. In 2016 kwamen er 152 zaken voor de rechter. In 2015 waren dit er 189, in 2014 162 (zie grafiek). Een eensluidende verklaring voor de daling van het aantal zaken in 2016 is er niet, blijkt uit het artikel in NRC. De reorganisatie bij de politie wordt genoemd, maar ook de mogelijkheid dat het Openbaar Ministerie zich op de 'zware jongens' richt en dat het steeds moeilijker wordt om mensenhandel te bewijzen.Eindvonnis20122013201420152016Dagvaarding nietig1211Ontslag van alle rechtsvervolging31OM niet ontvankelijk1636Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel211Strafoplegging110156133139103Vrijspraak2628143636Gevoegd25765SpecialisatieRechtbanken besloten in 2012 het aantal mensenrechtenzaken voortaan door een beperkt aantal rechters en juridisch medewerkers te laten behandelen (zie Rechterlijke specialisatie mensenhandel in alle gerechten). Nationaal Rapporteur Mensenhandel Corinne Dettmeijer had hier eerder op aangedrongen. Een belangrijke reden voor het optuigen van dat specialisme is dat het wetsartikel op grond waarvan mensenhandelaren worden vervolgd (273f Sr), complex is. Ook zijn de zaken vaak lastig te bewijzen.
maandag, 21, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
In 2016 zijn er minder mensenhandelzaken door rechters behandeld dan in 2015. Dat blijkt uit cijfers van de Raad voor de rechtspraak, die maandag (21 augustus 2017) zijn gepubliceerd door NRC Next en NRC Handelsblad. In 2016 kwamen er 152 zaken voor de rechter. In 2015 waren dit er 189, in 2014 162 (zie grafiek). Een eensluidende verklaring voor de daling van het aantal zaken in 2016 is er niet, blijkt uit het artikel in NRC. De reorganisatie bij de politie wordt genoemd, maar ook de mogelijkheid dat het Openbaar Ministerie zich op de 'zware jongens' richt en dat het steeds moeilijker wordt om mensenhandel te bewijzen.Eindvonnis20122013201420152016Dagvaarding nietig1211Ontslag van alle rechtsvervolging31OM niet ontvankelijk1636Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel211Strafoplegging110156133139103Vrijspraak2628143636Gevoegd25765SpecialisatieRechtbanken besloten in 2012 het aantal mensenrechtenzaken voortaan door een beperkt aantal rechters en juridisch medewerkers te laten behandelen (zie Rechterlijke specialisatie mensenhandel in alle gerechten). Nationaal Rapporteur Mensenhandel Corinne Dettmeijer had hier eerder op aangedrongen. Een belangrijke reden voor het optuigen van dat specialisme is dat het wetsartikel op grond waarvan mensenhandelaren worden vervolgd (273f Sr), complex is. Ook zijn de zaken vaak lastig te bewijzen.
maandag, 21, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
De dagvaarding, de oproep om bij de rechter te verschijnen, bestaat per ingang van 1 september bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland niet meer bij civiele vorderingszaken met een belang vanaf 25.000 euro. Vanaf die datum is het bij die 2 rechtbanken in deze zaken verplicht digitaal een rechtszaak te starten en te voeren. Bij civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro is het verplicht een advocaat in te schakelen. De dagvaarding wordt in deze zaken vervangen door het ‘oproepingsbericht'. Vanaf 1 september kunnen er bij beide rechtbanken op 2 manieren civiele vorderingszaken worden gestart: volgens artikel 112 Rechtsvordering (Rv) en volgens artikel 113 Rv. 112 RvProcedeert de eisende partij volgens artikel 112 Rv dan stelt de advocaat een procesinleiding op via een formulier in Mijn Rechtspraak. Daarin staan de vordering, de gronden (juridische vertaling van de feiten) en overige informatie. Bij de digitale indiening wordt meteen griffierecht geheven en betaald. Op het moment dat de advocaat de procesinleiding digitaal indient, maakt het systeem automatisch een oproepingsbericht aan dat in het digitale zaakdossier wordt gezet. De advocaat van de eisende partij moet er vervolgens voor zorgen dat dit oproepingsbericht plus procesinleiding bij de verwerende partij komt. Dat kan hij zelf doen, maar hij kan ook net als vanouds met de dagvaarding, de deurwaarder het oproepingsbericht laten betekenen (de officiële kennisgeving). Als de tegenpartij besluit verweer te voeren, dan kan zijn advocaat dat digitaal aangeven. Hij krijgt hiervoor een machtigingscode waarmee hij kan inloggen in het zaakdossier. Vervolgens krijgt hij maximaal 6 weken de tijd om digitaal een verweerschrift in te dienen. 113 RvDe eisende partij kan er ook voor kiezen om eerst de deurwaarder het oproepingsbericht te laten betekenen (artikel 113 Rv) en daarna de zaak digitaal in te dienen bij de rechtbank. In dat geval is het aan de deurwaarder om een oproepingsbericht met procesinleiding op te stellen. Om de oproepingsberichten niet te veel te laten verschillen heeft de Rechtspraak in nauw overleg met vertegenwoordigers van deurwaardersorganisatie KBvG en de Orde van Advocaten modellen ‘oproepingsbericht met procesinleiding' vastgesteld voor de digitale civiele vorderingsprocedure volgens artikel 113 Rv en voor de verzetprocedure (artikel 113 juncto artikel 143 Rv). Meer weten? Kijk op veel gestelde vragen over de nieuwe civiele vorderingsprocedure.
maandag, 21, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
De dagvaarding, de oproep om bij de rechter te verschijnen, bestaat per ingang van 1 september bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland niet meer bij civiele vorderingszaken met een belang vanaf 25.000 euro. Vanaf die datum is het bij die 2 rechtbanken in deze zaken verplicht digitaal een rechtszaak te starten en te voeren. Bij civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro is het verplicht een advocaat in te schakelen. De dagvaarding wordt in deze zaken vervangen door het ‘oproepingsbericht'. Vanaf 1 september kunnen er bij beide rechtbanken op 2 manieren civiele vorderingszaken worden gestart: volgens artikel 112 Rechtsvordering (Rv) en volgens artikel 113 Rv. 112 RvProcedeert de eisende partij volgens artikel 112 Rv dan stelt de advocaat een procesinleiding op via een formulier in Mijn Rechtspraak. Daarin staan de vordering, de gronden (juridische vertaling van de feiten) en overige informatie. Bij de digitale indiening wordt meteen griffierecht geheven en betaald. Op het moment dat de advocaat de procesinleiding digitaal indient, maakt het systeem automatisch een oproepingsbericht aan dat in het digitale zaakdossier wordt gezet. De advocaat van de eisende partij moet er vervolgens voor zorgen dat dit oproepingsbericht plus procesinleiding bij de verwerende partij komt. Dat kan hij zelf doen, maar hij kan ook net als vanouds met de dagvaarding, de deurwaarder het oproepingsbericht laten betekenen (de officiële kennisgeving). Als de tegenpartij besluit verweer te voeren, dan kan zijn advocaat dat digitaal aangeven. Hij krijgt hiervoor een machtigingscode waarmee hij kan inloggen in het zaakdossier. Vervolgens krijgt hij maximaal 6 weken de tijd om digitaal een verweerschrift in te dienen. 113 RvDe eisende partij kan er ook voor kiezen om eerst de deurwaarder het oproepingsbericht te laten betekenen (artikel 113 Rv) en daarna de zaak digitaal in te dienen bij de rechtbank. In dat geval is het aan de deurwaarder om een oproepingsbericht met procesinleiding op te stellen. Om de oproepingsberichten niet te veel te laten verschillen heeft de Rechtspraak in nauw overleg met vertegenwoordigers van deurwaardersorganisatie KBvG en de Orde van Advocaten modellen ‘oproepingsbericht met procesinleiding' vastgesteld voor de digitale civiele vorderingsprocedure volgens artikel 113 Rv en voor de verzetprocedure (artikel 113 juncto artikel 143 Rv). Meer weten? Kijk op veel gestelde vragen over de nieuwe civiele vorderingsprocedure.
donderdag, 17, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Traditioneel beeld achterhaaldDe ‘normale' civiele rechter en de kantonrechter (waar vooral kleinere, eenvoudigere zaken worden behandeld) verschillen helemaal niet zoveel van elkaar als vaak wordt gedacht. Het beeld van de kantonrechter als praktisch ingestelde en op snelheid gerichte rechter tegenover de meer formele, zorgvuldige civiele rechter, klopt niet meer. Deze conclusie trekt promovendus en kantonrechter Kim van der Kraats in haar proefschrift De (eigen)aardigheid van de kantonrechter. Zij promoveert op 1 september aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp. Bij civiele rechtszaken staan personen en/of bedrijven tegenover elkaar. Kantonrechters behandelen civiele zaken met een financieel belang tot 25 duizend euro. Boven dit bedrag worden zaken door de civiele rechter behandeld. Eerder lag de grens bij 5 duizend euro, maar in 2011 is deze verhoogd. De gedachte was door meer rechtszaken bij de kantonrechter onder te brengen, dat deze ook sneller zouden worden behandeld. BeeldKantonrechter Kim van der Kraats, tevens teamvoorzitter handel en kanton bij de rechtbank Overijssel: 'Ook onder rechters bestaat het beeld van de ervaren kantonrechter die pragmatisch en snel tot een praktisch oordeel komt en korte uitspraken schrijft. Iemand die de wet ziet als gereedschap om tot een oplossing te komen, actief is en dicht bij partijen staat. De civiele rechter zou meer formeel, gedegen en lijdelijk zijn, met doorwrochte uitspraken als resultaat. Ik wilde weten of die verschillen er inderdaad zijn.' Om tot een antwoord te komen pluisde ze dossiers van rechtszaken door, deed literatuuronderzoek en vroeg rechters naar hun ervaringen. Naar elkaar toegegroeid'Het blijkt dat in de praktijk in het procesverloop en de toepassing van het procesrecht (regels over hoe een rechtszaak moet worden gevoerd, red.) veel meer overeenkomsten dan verschillen zijn tussen de kantonrechter en de civiele rechter. Er zijn wel wat verschillen maar deze zijn te klein om echt te kunnen spreken van een "kantonmethode"', stelt Van der Kraats. 'Daarbij worden veel verschillen vaak niet door de persoon van de rechter bepaald, maar vooral door de manier waarop rechtbanken zijn georganiseerd.' Zo blijkt uit het onderzoek dat kantonrechters gemiddeld meer ervaren zijn, maar dat is vooral een overblijfsel uit het verleden toen inderdaad ervaren rechters op deze plek werden neergezet. Tegenwoordig wijzen rechtbanken juist steeds vaker jongere rechters als kantonrechters aan. Ook worden zaken door de kantonrechter sneller behandeld, maar dit komt bijvoorbeeld omdat ze op een kortere termijn dan bij de civiele rechter worden ingepland. VerbeteringenVan der Kraats doet aanbevelingen om rechtszaken nog beter te kunnen behandelen. Bijvoorbeeld door de procedure minder formeel te maken, niet te hoge eisen aan partijen te stellen, minder met wetswijzigingen te proberen de procedure te versnellen en meer te focussen op manieren die de rechter in staat stellen goed werk te leveren. Denk aan genoeg tijd voor zittingen of tijd om een vonnis te schrijven. Rechters moeten kunnen afwijken van standaardprocedures, vindt Van der Kraats. En mensen moet vaker de mogelijkheid worden geboden om op een zitting – en niet alleen op papier – hun verhaal te komen vertellen. Opheffen'De civiele rechter en kantonrechter zijn naar elkaar toegegroeid. Ze lijken inmiddels zo erg op elkaar dat ik denk dat je het onderscheid kunt opheffen,' vindt Van der Kraats. Ze ziet wel dat er in de samenleving behoefte is aan een laagdrempelige, praktisch ingestelde rechter die goedkoop en efficiënt rechtspreekt bij alledaagse geschillen. 'Er zou nader onderzoek moeten worden gedaan om te kijken hoe aan die behoefte van de samenleving tegemoet kan worden gekomen. Ik constateer alleen dat er nu nauwelijks verschil meer is tussen de kantonrechter en de civiele rechter.'
donderdag, 17, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Traditioneel beeld achterhaaldDe ‘normale' civiele rechter en de kantonrechter (waar vooral kleinere, eenvoudigere zaken worden behandeld) verschillen helemaal niet zoveel van elkaar als vaak wordt gedacht. Het beeld van de kantonrechter als praktisch ingestelde en op snelheid gerichte rechter tegenover de meer formele, zorgvuldige civiele rechter, klopt niet meer. Deze conclusie trekt promovendus en kantonrechter Kim van der Kraats in haar proefschrift De (eigen)aardigheid van de kantonrechter. Zij promoveert op 1 september aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp. Bij civiele rechtszaken staan personen en/of bedrijven tegenover elkaar. Kantonrechters behandelen civiele zaken met een financieel belang tot 25 duizend euro. Boven dit bedrag worden zaken door de civiele rechter behandeld. Eerder lag de grens bij 5 duizend euro, maar in 2011 is deze verhoogd. De gedachte was door meer rechtszaken bij de kantonrechter onder te brengen, dat deze ook sneller zouden worden behandeld. BeeldKantonrechter Kim van der Kraats, tevens teamvoorzitter handel en kanton bij de rechtbank Overijssel: 'Ook onder rechters bestaat het beeld van de ervaren kantonrechter die pragmatisch en snel tot een praktisch oordeel komt en korte uitspraken schrijft. Iemand die de wet ziet als gereedschap om tot een oplossing te komen, actief is en dicht bij partijen staat. De civiele rechter zou meer formeel, gedegen en lijdelijk zijn, met doorwrochte uitspraken als resultaat. Ik wilde weten of die verschillen er inderdaad zijn.' Om tot een antwoord te komen pluisde ze dossiers van rechtszaken door, deed literatuuronderzoek en vroeg rechters naar hun ervaringen. Naar elkaar toegegroeid'Het blijkt dat in de praktijk in het procesverloop en de toepassing van het procesrecht (regels over hoe een rechtszaak moet worden gevoerd, red.) veel meer overeenkomsten dan verschillen zijn tussen de kantonrechter en de civiele rechter. Er zijn wel wat verschillen maar deze zijn te klein om echt te kunnen spreken van een "kantonmethode"', stelt Van der Kraats. 'Daarbij worden veel verschillen vaak niet door de persoon van de rechter bepaald, maar vooral door de manier waarop rechtbanken zijn georganiseerd.' Zo blijkt uit het onderzoek dat kantonrechters gemiddeld meer ervaren zijn, maar dat is vooral een overblijfsel uit het verleden toen inderdaad ervaren rechters op deze plek werden neergezet. Tegenwoordig wijzen rechtbanken juist steeds vaker jongere rechters als kantonrechters aan. Ook worden zaken door de kantonrechter sneller behandeld, maar dit komt bijvoorbeeld omdat ze op een kortere termijn dan bij de civiele rechter worden ingepland. VerbeteringenVan der Kraats doet aanbevelingen om rechtszaken nog beter te kunnen behandelen. Bijvoorbeeld door de procedure minder formeel te maken, niet te hoge eisen aan partijen te stellen, minder met wetswijzigingen te proberen de procedure te versnellen en meer te focussen op manieren die de rechter in staat stellen goed werk te leveren. Denk aan genoeg tijd voor zittingen of tijd om een vonnis te schrijven. Rechters moeten kunnen afwijken van standaardprocedures, vindt Van der Kraats. En mensen moet vaker de mogelijkheid worden geboden om op een zitting – en niet alleen op papier – hun verhaal te komen vertellen. Opheffen'De civiele rechter en kantonrechter zijn naar elkaar toegegroeid. Ze lijken inmiddels zo erg op elkaar dat ik denk dat je het onderscheid kunt opheffen,' vindt Van der Kraats. Ze ziet wel dat er in de samenleving behoefte is aan een laagdrempelige, praktisch ingestelde rechter die goedkoop en efficiënt rechtspreekt bij alledaagse geschillen. 'Er zou nader onderzoek moeten worden gedaan om te kijken hoe aan die behoefte van de samenleving tegemoet kan worden gekomen. Ik constateer alleen dat er nu nauwelijks verschil meer is tussen de kantonrechter en de civiele rechter.'
donderdag, 17, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Algemene nummers (hoofdnummers) niet bereikbaarDe Rechtspraak heeft te maken met een telefoonstoring. Rechtbanken, gerechtshoven, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep zijn niet bereikbaar op de algemene telefoonnummers (hoofdnummers). De nummers op deze pagina (kijk bij contactgegevens per gerecht) zijn wel bereikbaar. Het Rechtspraak Servicecentrum is bereikbaar via 088 3616161. Door de storing kan het langer duren voordat iemand u te woord kan staan. Het RSC is ook via Twitter (@RechtspraakNL) en Facebook (Facebook.com/rechtspraak) bereikbaar.
woensdag, 16, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Algemene nummers (hoofdnummers) niet bereikbaarDe Rechtspraak heeft te maken met een telefoonstoring. Rechtbanken, gerechtshoven, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep zijn niet bereikbaar op de algemene telefoonnummers (hoofdnummers). De nummers op deze pagina (kijk bij contactgegevens per gerecht) zijn wel bereikbaar. Het Rechtspraak Servicecentrum is bereikbaar via 088 3616161. Door de storing kan het langer duren voordat iemand u te woord kan staan. Het RSC is ook via Twitter (@RechtspraakNL) en Facebook (Facebook.com/rechtspraak) bereikbaar.
woensdag, 16, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Verslag van een rechtszitting‘Ik moet schoon schip maken', had Edsel (61) tegen de politieagenten gezegd die hem onderhielden over de diefstal van 28 flessen badschuim. Griffier, rechter en officier moeten in zaal F1 van het Haagse Paleis van Justitie smakelijk lachen om de Youp-waardige beeldspraak. Edsels advocaat Joris Gravesteijn ziet de humor er ook van in. ‘Typisch Edsel'. Of Edsel op die februaridag van dit jaar opzettelijk grappig was, kan de rechtbank hem helaas niet vragen. Edsel meldde zich een paar uur voor de zitting af bij zijn advocaat. ‘Hij heeft griep. Dat is misschien wat vreemd in deze zomermaand, maar aan de andere kant: hij laat nooit verstek gaan als hij wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen. Ik sta hem al 12 jaar bij. Ik had hem er graag bij gehad vandaag. Hij is kleurrijk en innemend. U had kunnen zien dat hij geen slechte inborst heeft', aldus raadsman Gravesteijn.‘Bij ons heerst ook griep. Ik heb gisteren de toezichthouder van mijnheer gesproken en die verwachtte ook dat hij zou komen. Voor wat het waard is: ik geloof zomaar dat hij griep heeft, maar spijtig is het wel', verdedigt officier van justitie Ruth van der Graaff Edsel. Zij verdenkt hem er wel van dat hij op 10 september 2016 bij de Etos aan de Dierenselaan in Den Haag 28 flessen Dove, Sanex en Nivea badschuim heeft gestolen. Door de diefstal bij de Etos zou Edsel ook een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf (ook voor winkeldiefstal) van 6 dagen moeten uitzitten. Hoe de diefstal bij de Etos in zijn werk ging, vertelt politierechter Daniël Biever aan de hand van het dossier. ‘De manager van de Etos merkt zaterdagmiddag dat er wel heel veel flessen badschuim uit het schap waren verdwenen. Hij bekijkt de camerabeelden van die dag en ziet daarop dat een donkere man met een petje op flessen badschuim onder zijn jas verstopt. Hij verlaat de winkel en komt een paar minuten terug om nog meer flessen onder zijn jas mee te nemen.' VakantieDe Etos-manager herkent Edsel van een eerdere winkeldiefstal. Ook de politieagenten die de videobeelden bekijken, herkennen hem. Als ze Edsel in februari van dit jaar over de Etos ondervragen, kan hij zich de badschuimflessendiefstal in de Dierenselaan eerst niet herinneren. Maar als de agenten hem de stilstaande beelden van de video-opnames laten zien, weet hij het weer. ‘Dat ben ik', zegt hij als hij de man met het petje ziet. 28 flessen doucheschuim, wat moest hij daar in hemelsnaam mee? Uit het politieverslag: ‘Ik zeg het u eerlijk. Ze waren voor eigen gebruik. Ik heb er een paar meegenomen op vakantie en ik heb een paar flessen aan mijn dochter gegeven. Ik wil de schade vergoeden. Het is dom; ik moet ophouden. Ik moet schoon schip maken.' ZwakbegaafdEdsel heeft een fiks strafblad van 48 pagina's. ‘Heel veel winkeldiefstallen, waarvoor mijnheer ook heel veel heeft vastgezeten', aldus de politierechter. De reclassering schrijft in haar voortgangsverslag dat Edsel een redelijk stabiel leven leidt; hij heeft een woning, hij is van de harddrugs af en uit de schuldsanering en heeft een dagbesteding. En toch telkens weer op het dievenpad. Heeft de raadsman een idee waar dat vandaan komt, wil de politierechter weten. ‘Om onverklaarbare redenen was het in 2015 veel rustiger en is Edsel vorig jaar weer een paar keer opgepakt. In 2017 staat niets open. Hij lijdt aan AHDH en is zwakbegaafd. Iedere straf heeft een heel korte werking. Het zakt weg. Ik denk dat hij begin dit jaar een beetje het licht zag. Hij heeft toen ongenadig op zijn donder gekregen van de reclassering. Edsel reageert daar wel op. Hij is erg bang voor een ISD-maatregel (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor maximaal 2 jaar, red.) die op de loer ligt.'VerhuizenEdsel heeft de diefstal bekend, maar van zijn verhaal dat die 28 flessen badschuim allemaal voor eigen gebruik waren, gelooft officier van justitie Ruth van der Graaff niets. ‘Met 28 flessen badschuim kun je echt een schip schoonmaken. Van de reclassering heb ik begrepen dat mijnheer op zijn 65ste naar Curaçao wil verhuizen. Zijn familie bouwt daar nu een huis. Hij zou stelen voor een extra zakcentje.' Edsel heeft geen slechte inborst, hij maakt gewoon de verkeerde keuzes, aldus de officier. ‘Mijnheer raakt zijn impulsiviteit maar niet kwijt.' Welke straf moet je iemand dan geven? De officier: ‘Als mijnheer lang de gevangenis in moet, dan wordt zijn uitkering gestopt. De kans is groot dat hij zijn huis kwijtraakt. Dan komen we nog veel verder in de problemen. Ik strijk mijn hand over mijn hart en wil mijnheer een kans geven.' Edsel verdient voor de badschuimflessendiefstal 1 dag cel en een werkstraf van 40 uur. En hij moet 6 dagen de gevangenis in omdat hij zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden van een eerder opgelegde voorwaardelijke celstraf. ‘Ik hoop dat deze straf indruk maakt.'GenuanceerdEdsel steelt niet om het nieuwe huis op Curaçao te financieren, verzekert advocaat Joris Gravesteijn de rechtbank. ‘De familie bekommert zich om het huis.' Verder is de raadsman tevreden over de strafeis. ‘1 dag voor de winkeldiefstal en 6 dagen van die oude gevangenisstraf geven Edsel een reality check. Ik waardeer het zeer dat de officier zo genuanceerd heeft geëist. Die werkstraf is een goed idee. Hij heeft er lol in, hij heeft wat te doen, het houdt hem van de straat en uit de winkels.' Politierechter Daniël Biever verstoort de eensgezindheid niet en neemt de strafeis over. ‘Laten we hopen dat mijnheer zich realiseert dat een ISD-maatregel eraan dreigt te komen als hij doorgaat met het plegen van winkeldiefstallen.'
woensdag, 9, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
Verslag van een rechtszitting‘Ik moet schoon schip maken', had Edsel (61) tegen de politieagenten gezegd die hem onderhielden over de diefstal van 28 flessen badschuim. Griffier, rechter en officier moeten in zaal F1 van het Haagse Paleis van Justitie smakelijk lachen om de Youp-waardige beeldspraak. Edsels advocaat Joris Gravesteijn ziet de humor er ook van in. ‘Typisch Edsel'. Of Edsel op die februaridag van dit jaar opzettelijk grappig was, kan de rechtbank hem helaas niet vragen. Edsel meldde zich een paar uur voor de zitting af bij zijn advocaat. ‘Hij heeft griep. Dat is misschien wat vreemd in deze zomermaand, maar aan de andere kant: hij laat nooit verstek gaan als hij wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen. Ik sta hem al 12 jaar bij. Ik had hem er graag bij gehad vandaag. Hij is kleurrijk en innemend. U had kunnen zien dat hij geen slechte inborst heeft', aldus raadsman Gravesteijn.‘Bij ons heerst ook griep. Ik heb gisteren de toezichthouder van mijnheer gesproken en die verwachtte ook dat hij zou komen. Voor wat het waard is: ik geloof zomaar dat hij griep heeft, maar spijtig is het wel', verdedigt officier van justitie Ruth van der Graaff Edsel. Zij verdenkt hem er wel van dat hij op 10 september 2016 bij de Etos aan de Dierenselaan in Den Haag 28 flessen Dove, Sanex en Nivea badschuim heeft gestolen. Door de diefstal bij de Etos zou Edsel ook een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf (ook voor winkeldiefstal) van 6 dagen moeten uitzitten. Hoe de diefstal bij de Etos in zijn werk ging, vertelt politierechter Daniël Biever aan de hand van het dossier. ‘De manager van de Etos merkte zaterdagmiddag dat er wel heel veel flessen badschuim uit het schap waren verdwenen. Hij bekijkt de camerabeelden van die dag en ziet daarop dat een donkere man met een petje op flessen badschuim onder zijn jas verstopt. Hij verlaat de winkel en komt een paar minuten terug om nog meer flessen onder zijn jas mee te nemen.' VakantieDe Etos-manager herkent Edsel van een eerdere winkeldiefstal. Ook de politieagenten die de videobeelden bekijken, herkennen hem. Als ze Edsel in februari van dit jaar over de Etos ondervragen, kan hij zich de badschuimflessendiefstal in de Dierenselaan eerst niet herinneren. Maar als de agenten hem de stilstaande beelden van de video-opnames laten zien, weet hij het weer. ‘Dat ben ik', zegt hij als hij de man met het petje ziet. 28 flessen doucheschuim, wat moest hij daar in hemelsnaam mee? Uit het politieverslag: ‘Ik zeg het u eerlijk. Ze waren voor eigen gebruik. Ik heb er een paar meegenomen op vakantie en ik heb een paar flessen aan mijn dochter gegeven. Ik wil de schade vergoeden. Het is dom; ik moet ophouden. Ik moet schoon schip maken.' ZwakbegaafdEdsel heeft een fiks strafblad van 48 pagina's. ‘Heel veel winkeldiefstallen, waarvoor mijnheer ook heel veel heeft vastgezeten', aldus de politierechter. De reclassering schrijft in haar voortgangsverslag dat Edsel een redelijk stabiel leven leidt; hij heeft een woning, hij is van de harddrugs af en uit de schuldsanering en heeft een dagbesteding. En toch telkens weer op het dievenpad. Heeft de raadsman een idee waar dat vandaan komt, wil de politierechter weten. ‘Om onverklaarbare redenen was het in 2015 veel rustiger en is Edsel vorig jaar weer een paar keer opgepakt. In 2017 staat niets open. Hij lijdt aan AHDH en is zwakbegaafd. Iedere straf heeft een heel korte werking. Het zakt weg. Ik denk dat hij begin dit jaar een beetje het licht zag. Hij heeft toen ongenadig op zijn donder gekregen van de reclassering. Edsel reageert daar wel op. Hij is erg bang voor een ISD-maatregel (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor maximaal 2 jaar, red.) die op de loer ligt.'VerhuizenEdsel heeft de diefstal bekend, maar van zijn verhaal dat die 28 flessen badschuim allemaal voor eigen gebruik waren, gelooft officier van justitie Ruth van der Graaff niets. ‘Met 28 flessen badschuim kun je echt een schip schoonmaken. Van de reclassering heb ik begrepen dat mijnheer op zijn 65ste naar Curaçao wil verhuizen. Zijn familie bouwt daar nu een huis. Hij zou stelen voor een extra zakcentje.' Edsel heeft geen slechte inborst, hij maakt gewoon de verkeerde keuzes, aldus de officier. ‘Mijnheer raakt zijn impulsiviteit maar niet kwijt.' Welke straf moet je iemand dan geven? De officier: ‘Als mijnheer lang de gevangenis in moet, dan wordt zijn uitkering gestopt. De kans is groot dat hij zijn huis kwijtraakt. Dan komen we nog veel verder in de problemen. Ik strijk mijn hand over mijn hart en wil mijnheer een kans geven.' Edsel verdient voor de badschuimflessendiefstal 1 dag cel en een werkstraf van 40 uur. En hij moet 6 dagen de gevangenis in omdat hij zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden van een eerder opgelegde voorwaardelijke celstraf. ‘Ik hoop dat deze straf indruk maakt.'GenuanceerdEdsel steelt niet om het nieuwe huis op Curaçao te financieren, verzekert advocaat Joris Gravesteijn de rechtbank. ‘De familie bekommert zich om het huis.' Verder is de raadsman tevreden over de strafeis. ‘1 dag voor de winkeldiefstal en 6 dagen van die oude gevangenisstraf geven Edsel een reality check. Ik waardeer het zeer dat de officier zo genuanceerd heeft geëist. Die werkstraf is een goed idee. Hij heeft er lol in, hij heeft wat te doen, het houdt hem van de straat en uit de winkels.' Politierechter Daniël Biever verstoort de eensgezindheid niet en neemt de strafeis over. ‘Laten we hopen dat mijnheer zich realiseert dat een ISD-maatregel eraan dreigt te komen als hij doorgaat met het plegen van winkeldiefstallen.'
woensdag, 9, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl
1 september nadert met rasse schreden. Bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland wordt het dan verplicht digitaal te procederen in civiele handelsvorderingen met een belang vanaf 25.000 euro. Advocaten in deze arrondissementen kunnen dan uitsluitend nog digitaal een zaak starten en voeren; alles rondom de mondelinge rechtszaak verloopt dan digitaal. Bij de andere 9 rechtbanken in Nederland is dit waarschijnlijk vanaf voorjaar 2018 het geval. Definitieve besluiten moeten hierover nog worden genomen.Het is de 2de zaakstroom waarvoor dan geldt dat digitaal procederen verplicht is. In asiel- en bewaringszaken is dat sinds juni het geval. Inmiddels is de teller bij dit soort zaken de 10.000 gepasseerd. Meer informatieIn het moderniseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie werkt de Rechtspraak gefaseerd aan het digitaliseren van procedures. Voor professionals wordt het verplicht digitaal te procederen; voor particulieren blijft de mogelijkheid bestaan het op papier te doen. Op rechtspraak.nl is een webinar terug te kijken over digitaal procederen in civiele handelsvorderingszaken. Voor eventuele hulp is het Rechtspraak Servicecentrum beschikbaar.Zie ook: modernisering civiel recht
donderdag, 3, augustus, 2017
Source: Rechtspraak.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *