Boeken

 

   Bol.com      123Tijdschrift        NationaleTijdschriftenBon        BoekenCentrum      Bekijk nu
Hij heeft nog geen nieuwe uitgever. Dat meldt het NRC op de site, verwijzend naar een communiqué van de uitgeverij. Het zou ontbreken aan "wederzijds vertrouwen" na gesprekken over "de zakelijke en creatieve aspecten van nieuw te publiceren werk". Naar welke uitgeverij Van der Heijden verkast, is nog niet duidelijk, en dat is hoogst uitzonderlijk bij schrijverstransfers. Nadere toelichting willen uitgever noch auteur geven.Van der Heijden zat al acht jaar bij De Bezige Bij, maar nu hebben beiden beslist "uit elkaar te gaan", klinkt het in het communiqué. Eerder was de Nederlander verbonden aan Querido. Onder meer de veelgeprezen requiemroman "Tonio" (2010) en de historische roman "De ochtendgave" (2015) verschenen bij De Bezige Bij, evenals twee delen in Van der Heijdens cyclus "De tandeloze tijd": "De helleveeg" (2013) en zijn laatste grote roman "Kwaadschiks" (2016). In 2013 ontving hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre. Dyab Abou JahjahDe uitgeverij heeft de afgelopen jaren meerdere belangrijke schrijvers zien vertrekken: Charlotte Mutsaers en Maartje Wortel verkozen de nieuwe uitgeverij Das Mag boven de Bij, Jessica Durlacher en Leon de Winter braken met de uitgeverij na de commotie over de samenwerking van De Bezige Bij met de omstreden publicist Dyab Abou Jahjah.
zaterdag, 23, september, 2017
Source: Knack.be
Wij zouden er knettergek van worden, maar Ernst-Jan Pfauth deed het: twee jaar lang zelfhulpboeken uitpluizen en erover schrijven voor De Correspondent, het onlineplatform waarvoor hij werkt als uitgever. Pfauth leerde een hoop bij over opruimen, to-dolijstjes en productiviteit, maar kwam ook tot de vaststelling dat hij al die tips even snel weer vergat. Ze maakten hem ook al niet gelukkiger, maar duwden hem alleen maar verder in de ratrace, waarin iedereen zich almaar wil verbeteren, niet noodzakelijk om zelf voldoening te vinden maar om de ander te overtroeven. ...
donderdag, 21, september, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]Het begrip 'pirandellesk' mag dan niet dezelfde steile carrière gemaakt hebben als het begrip 'kafkaësk', het is een even pregnante benaming van de diepe crisis van de moderne persoonlijkheid.
donderdag, 21, september, 2017
Source: Knack.be
Ik heb sigaretten voor hem meegenomen. Twee pakjes Marlboro Light. Dat kan hij toch waarderen, lijkt me. Dan moet hij weten dat ik in vrede kom, met niets dan welwillendheid en interesse. Voor de gelegenheid heb ik zelfs voor mezelf een pakje gekocht. Ik ben al tijden gestopt. Samen uit, samen kanker. Gezellig rookpluimen uittuffen en over boeken praten, was mijn plan. En over de dood. Maar daar spreken we pas na een tijdje over. Niet dat hij dat onderwerp uit de weg gaat, maar hij lijkt er ook niet heel veel zin in te hebben. ...
dinsdag, 19, september, 2017
Source: Knack.be
© GF"Weg" beschrijft de avonturen van de veertienjarige Anna die wegloopt uit het opvanghuis voor kinderen en jongeren dat haar ouders runnen en al liftend in Barcelona terechtkomt. De prijs wordt in drie categorieën toegekend. Alle winnaars krijgen een cheque van 15.000 euro. In de categorie Vertaald gaat de onderscheiding naar "Een" van Sarah Crossan, vertaald door Sabine Mutsaers. De Publiekprijs is gewonnen door "De negen kamers" van Peter-Paul Rauwerda. De prijzen horen bij de Literatour, de boekenweek voor jongeren, van 16 tot en met 24 september.
donderdag, 14, september, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]De openingszin van High-Rise, J.G. Ballards roman uit 1975, is haast nog beruchter dan het boek zelf. 'Later, toen hij op zijn balkon van de hond zat te eten, dacht dokter Robert Laing na over de uitzonderlijke gebeurtenissen die in de afgelopen drie maanden in het gigantische appartementencomplex hadden plaatsgevonden.'
donderdag, 14, september, 2017
Source: Knack.be
Lucas Catherine, geboren als Lucas Vereertbrugghen (1947), is een oude rot in het vak. Zijn eerste boek, Honderd jaar kolonisatie in Palestina, dateert al van 1978. Inmiddels is hij aan zijn 21e boek toe: Palestina. Geschiedenis van een kolonisatie, de twééde herwerking en actualisering van zijn debuut. ...
donderdag, 14, september, 2017
Source: Knack.be
De zes genomineerden zijn Huub Beurskens met "Eindeloos Eiland", Koen Peeters met "De Mensengenezer", Daniël Rovers met "De Waren", Marijke Schermer met "Noodweer", Peter Terrin met "Yucca" en Annelies Verbeke met "Halleluja". Dit jaar wordt op zondag 24 september voor de eerste keer het Shortlistfestival georganiseerd in samenwerking met de Haagse Bibliotheek en is er op de Vlaamse Boekenbeurs op vrijdag 3 november een literair café met de genomineerde auteurs. Het winnende boek wordt op donderdag 9 november bekendgemaakt tijdens een speciale avond in het Theater aan het Spui in Den Haag. De ECI Literatuurprijs is de bekroning voor het beste Nederlandstalige literaire boek in de categorieën fictie en non-fictie. De ECI Literatuurprijs, die bestaat uit een bedrag van 50.000 euro, wordt jaarlijks uitgereikt door een jury van beroepsrecensenten uit Nederland en Vlaanderen. De auteurs van de overige genomineerde boeken ontvangen een bedrag van 5.000 euro. Naast de ECI Literatuurprijs wordt in samenwerking met NRC en HUMO ook de ECI Lezersprijs uitgereikt. Vijftig lezers uit Nederland en Vlaanderen bepalen welk boek van de Shortlist zij het beste vinden. De winnaar ontvangt een bedrag van 10.000 euro.
woensdag, 13, september, 2017
Source: Knack.be
Wraak, het is altijd het bod van de zwakke. Blinde wraak dat van kruiperige lafaards. Bloedwraak is het restant van primitieve achterlijkheid. En de doodstraf is daar het afgebleekte, onvoldragen want tot wet verheven afleggertje van. Wraak is in alle gedaanten een aanslag op de redelijkheid. Op beheersing en rede zijn rechtsstaat en beschaving gebouwd. De odyssee naar het verwerven van die geestelijke gezondheid, dat is het échte onderwerp van de welhaast filosofische studie die de Poolse Maja Wolny neerlegt in de Bildungsroman Zwarte Bladeren. Een kalvarie naar innerlijke vrede....
woensdag, 13, september, 2017
Source: Knack.be
Er was, zowel in de pers als in de Amerikaanse politiek, enige vrees voor wat er in What happened van Hillary Clinton zou staan. De vrees van Democratische politici was dat ze met het boek, met de ermee verbonden interviews en optredens, nog maar eens de aandacht zou vestigen op het verleden, op een pijnlijk verlies, de eigen partij verder zou verdelen en president Donald Trump verse munitie zou geven voor aanvallen....
woensdag, 13, september, 2017
Source: Knack.be
Er verschijnt een monkellachje om de mond van Mark Van den Wijngaert wanneer hij vertelt hoe hij een van 's lands meest gevraagde 'kenners van de monarchie' werd: 'Ik schreef meer dan vijftig boeken, en slechts een handvol gaan over het koningshuis.' Maar hoe gaat dat? Als jonge historicus doctoreert Van den Wijngaert in 1973 op een studie over de rol van de secretarissen-generaal tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanuit die expertise wordt hij een aantal jaren later door de openbare omroep gecontacteerd om lid te worden van het 'wetenschappelijk begeleidingscomité' van onderzoeksjournalist Maurice De Wilde, op dat moment dé vedette van de nieuwsdienst. De Wilde was de auteur van opzienbarende tv-series over de collaboratie en de repressie. De uitzendingen waren gebaseerd op gedetailleerde en soms beenharde interviews met de protagonisten van weleer. Voor de rechterzijde was Maurice De Wilde een onredelijke inquisiteur van bejaarde mannen en vrouwen, de linkerzijde ziet hem sindsdien als een halve legende, de meest iconische onderzoeksjournalist die de openbare omroep ooit rijk was. Van den Wijngaert denkt daar anders over: 'Maurice De Wilde was verplicht om ons, de leden van zijn 'begeleidingscomité', inzage te geven in de letterlijke weergave van zijn interviews. Zo hebben we hem op zware deontologische fouten betrapt. We merkten dat hij voor de antwoorden van de betrokkenen vaak vragen plakte die helemaal niet gesteld waren. (cynisch) Dat was het echte geheim van zijn 'spraakmakende' interviews.' ...
dinsdag, 12, september, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]Een bekende meditatietechniek is het visualiseren van de 'mind' als een blauwe lucht die soms vertroebeld wordt door onze gedachten. Jan Postma laat in zijn Vroege Werken zien dat als we er oog voor hebben die blauwe lucht altijd aanwezig is.
vrijdag, 8, september, 2017
Source: Knack.be
In een doodgewoon en onopvallend rijtjeshuis in Jette, waar niets liet vermoeden dat er een kunstschilder woonde en werkte, overleed vijftig jaar geleden René Magritte. Want dat was de naam van de man die er met zijn echtgenote woonde en in de buurt de nobele onbekende was en waarvan niemand in Jette vermoedde dat hij een internationaal icoon was geworden van het surrealisme. Hij wandelde soms door de buurt met zijn schoothondje, getooid met zijn onafscheidelijke zwarte bolhoed. Zijn atelier was het huiselijk salon waar zijn schildersezel stond opgesteld bij een raam langs de straatzijde, op een zeiltje om geen verfspatten op het tapijt achter te laten want daar werd zijn vrouw Georgette wel eens lastig van. ...
donderdag, 7, september, 2017
Source: Knack.be
Sinds 2014 zitten alle communautaire dossiers in de ijskast. Nadat N-VA haar confederale eisen liet varen om met de Franstalige liberalen van Charles Michel een regering te vormen, haalden ze nooit meer de voorpagina's - ondanks verwoede pogingen van Vlaams Belang en Vuye&Wouters. Het is zelfs de vraag of het communautaire in 2019 weer een verkiezingsthema wordt, laat staan of na de stembusgang een onderhandelingsronde volgt zoals in 2007 en 2010. Mocht dat toch het geval zijn: historicus Vincent Scheltiens schreef een doctoraat over de communautaire geschiedenis van België dat ...
donderdag, 7, september, 2017
Source: Knack.be
Het is voor het eerst in bijna 150 jaar dat een werk van de Vlaamse auteur wordt ontdekt, zo zegt Dirk Schoenaers, die de vondst heeft gedaan.De tekst met de titel 'Vande cornycke van Vlaendren' (de kroniek van Vlaanderen) bevat ongeveer 1.100 verzen die de geschiedenis van Vlaanderen beschrijven tussen de jaren 792 en 1279. Het document dat Schoenaers ontdekte is een zeventiende eeuwse kopie van die tekst, die vermoedelijk in 1280 werd geschreven. In de inhoudsopgave van de verzamelband waar de kroniek deel van uitmaakt, wordt 'Jacob van Merlant' als auteur aangeduid. Toevallige ontdekking "Ik was eigenlijk in het archief van de abdij van Averbode aanwezig om andere teksten te onderzoeken", zegt Schoenaers. "Ik ben er dus een beetje bij toeval op gestoten toen ik andere bundels doornam. De tekst zat een beetje vanachter in een van die bundels verborgen", zo klinkt het. Volgens Schoenaers wijzen heel wat elementen erop dat van Maerlant inderdaad de auteur is. "De schrijver vermeldt dat de kroniek geschreven is in Damme. En we weten dat van Maerlant daar toen gewoond heeft", zo klinkt het. "Maar ook de stijl, die bondig en beknopt is, doet aan hem denken. Daarnaast komen er ook echo's van andere van zijn teksten in voor." Volkstaal Toch bestaat er nog geen 100 procent zekerheid. "Ik zal samen met Mike Kestemont van de Universiteit Antwerpen nog een stylometrische analyse laten uitvoeren, waarbij de stijlkenmerken van de tekst onderzocht worden. Die analyse zou meer zekerheid moeten brengen." Jacob van Maerlant is een van de bekendste middeleeuwse auteurs in Vlaanderen. Hij was ook een van de eerste auteurs die Latijnse verzen omzette in de volkstaal, waardoor ook het grote publiek daar kennis mee maakte. De laatste vondst van een tekst van van Maerlant dateert wellicht van 1871.
donderdag, 7, september, 2017
Source: Knack.be
Van 7 september tot 11 maart volgend jaar loopt in het Broodhuis op de Grote Markt in Brussel de tentoonstelling "Baudelaire-Brussel". De expo schetst een beeld van de hoofdstad halverwege de negentiende eeuw, met als leidraad een pamflet van de bekende Franse auteur.Charles Baudelaire bracht twee jaar van zijn leven door in Brussel: van 1862 tot 1864. Dat de stad hem niet bijzonder kon bekoren, is een understatement. In het pamflet "Pauvre Belgique", dat overigens nooit werd gepubliceerd, trekt de schrijver venijnig van leer tegen België, en meer bepaald Brussel, die volgens hem "een kleine stad, met kleine geesten en kleine harten" is. Onze vrouwen zijn lelijk, de Zenne stinkt, de honden die karren trekken zijn bizar en ook voor onze toenmalige vorst Leopold I heeft de auteur van "Les Fleurs du Mal" geen goed woord over. © AFP"Baudelaire was in die laatste jaren van zijn leven verbitterd, ziek en berooid. Hij had syfilis, waar hij enorm onder leed, en zat financieel aan de grond", relativeert Isabelle Douillet-de Pange, conservatrice van de Musea van de Stad Brussel, de negatieve woorden van de Franse auteur. Belangrijker voor haar is dat het pamflet een uniek beeld schetst van de hoofdstad in de jaren zestig van de negentiende eeuw. De periode van voor de bouw van het Justitiepaleis, de verstedelijking van de buitenwijken en de overwelving van de Zenne. En het is dat beeld dat de tentoonstelling met het pamflet als leidraad probeert terug te roepen. Te bezichtigen zijn 250 werken, waaronder foto's van de Zenne, schilderijen van Felicien Rops, persknipsels, fotoportretten en illustratie van plekken waar Baudelaire verbleef of tijd doorbracht. De tentoonstelling is tot 11 maart van volgend jaar te bekijken in het Broodhuis op de Grote Markt van Brussel.© AFP© AFP© AFP
woensdag, 6, september, 2017
Source: Knack.be
'Europa is binnenlandse politiek', herhaalde Merkel regelmatig. Met de uitbarsting van de eurocrisis stond Europa dagelijks op de agenda tijdens de ochtendvergadering in haar domein: de bondskanselarij in Berlijn. Want al is de bondskanselier te midden van alle crises nog zo vaak te zien in Parijs, Brussel, Washington, Moskou of Peking - de meeste tijd werkt ze met haar team in de kanselarij aan de Spree. Midden in Berlijn, vlakbij de voormalige grens met de DDR.Op de zevende verdieping van het 'Bundeskanzleramt' klopt het hart van de macht. Daar is Merkels werkkamer met het moderne Adenauer-portret van Oskar Kokoschka aan de muur en een portret van Catharina de Grote in haar werkkamer dat ze ooit cadeau kreeg. Een Duitse prinses werd een van de beroemdste Russische tsarinnen, dol op het spel met de macht. Die interpretaties wuift Merkel weg. Zij bewondert haar vooral als vrouw en hervormer. Meer niet. De 'wasmachine' noemen de Berlijners het witte vierkante gebouw aan de Spree - vlak bij de Bondsdag en Brandenburger Tor. Al voordat de Griekse crisis uitbrak had Merkel een Europa-team gevormd, omdat Duitsland in 2007 voor een half jaar voorzitter werd van de Europese raad van regeringsleiders. Merkels team bestond uit chef van de kanselarij Thomas de Maizière, later minister van Binnenlandse Zaken, buitenlandadviseur Christoph Heusgen, economisch en fijinancieel adviseur Jens Weidmann, eerder onderzoeker bij de Bundesbank. Uwe Corsepius, chef van de Europaafdeling die al tijdens Kohl en Schröder op de kanselarij werkte, was gedurende de crisis in Brussel gestationeerd. Zijn plaats aan de ochtendtafel werd ingenomen door Nikolaus Meyer-Landrut, een diplomaat die als Europa-chef de kanselier intensief meemaakte. Hij kende de Franse gevoeligheden op zijn duimpje. Regeringswoordvoerder was Uli Wilhelm en aan tafel zat altijd Beate Baumann, de manager van Merkels kantoor. Geheimhouding is het opperste gebod voor Merkels vertrouwelingen. Thomas de Maizière © Belga ImageBeate Baumann werkt al voor Merkel sinds zij één jaar kanselier was. Beide vrouwen hebben een nauwe band, net als Kohl had met zijn jarenlange secretaresse Juliane Weber die alle hoogte- en dieptepunten meemaakte. 'Er zijn twee mensen die alles van me weten', bekende Kohl eens. 'Mijn vrouw en Juliane.' Merkel waardeert Baumann omdat ze snapt hoe 'de normale burger' denkt. De kanselier verwacht dat zij haar ongezouten mening geeft. Op de zevende verdieping resideert naast Merkel en Baumann inmiddels ook de huidige chef van de bondskanselarij Peter Altmaier, hij geldt als 'brandblusser'. Altmaier is afkomstig uit het Saarland, hij spreekt vloeiend Nederlands en maakte binnen de CDU deel uit van de 'pizza-connectie', een gespreksgroep van jongeren van de CDU en de Groenen. In het najaar van 2009, nadat de eurocrisis was uitgebroken, werd Merkel een aantal jaren dag in dag uit door 'Europa' in beslag genomen. Anders dan haar voorganger Gerhard Schröder houdt Merkel er een bescheiden politieke stijl op na. Schröder hield van het grote theater. Braken er plotseling crisissituaties uit, dan liet hij - onder het oog van veel pers en camera's - de kopstukken uit het Duitse bedrijfsleven in hun glanzende zwarte wagens opdraven voor spoedberaad in de kanselarij . Merkel slaat een meer ingetogen toon aan. Zij zoekt advies in stilte, in een brede kring van specialisten - of het nu gaat om de financiële crisis, de eurocrises of de vluchtelingencrisis. Merkel had haar vuurdoop in de wereld van het geld al gehad in 2007. De bankencrisis, die vanuit de Verenigde Staten naar Europa en Duitsland oversloeg, overrompelde iedereen, dus ook haar. In een mum van tijd werd het Merkel duidelijk dat ook Duitse banken hun vingers lelijk hadden gebrand aan de overspannen verwachtingen op de Amerikaanse hypotheekmarkt. Neem de problemen met de IKB-bank. In het weekend dat haar financiële adviseur Weidmann haar inlichtte over de problemen was Josef Ackermann, de CEO van Deutsche Bank, druk aan het onderhandelen over een reddingsactie van de IKB-bank, die op een faillissement afstevende. De crisis illustreerde hoe groot de impact was van de globalisering in de financiële sector en het gebrek aan transparantie op de financiële markten. Tijdens de climax van de crisis moest de staat met bijna tweehonderd miljard euro aan leningen en garanties over de brug komen om verschillende Duitse banken overeind te houden. Merkel noemde de redding van banken een keerpunt in haar kanselierschap. Het was haar introductie in een volledig nieuwe rol, waaraan niemand van haar partij, behalve enkele specialisten, tot dat moment veel aandacht had besteed.Met Ackermann stond Merkel in nauw contact over de reddingsoperaties. Ze discussieerde met deze topbankier menigmaal intensief over de oorzaken van zoveel financiële rampspoed. Adviseurs van Merkel herinneren zich goed hoe Ackermann een aantal begrippen uitlegde. Want bij het horen van 'derivaten' en 'CDO-obligaties' ging het ook Merkel duizelen. Ackermann wist het begrip 'herwaarderingsreserve' zo glashelder uit te leggen, dat Merkel het nooit meer zou vergeten. Hij noemde een voorbeeld van iemand die 500 flessen voor de prijs van 1.000 euro per fles in de kelder had liggen. Werd een van deze 500 flessen verkocht voor slechts 100 euro, dan moest de waarde van de overige flessen ook naar beneden worden gecorrigeerd. De kanselier en haar medewerkers staken er veel van op. Een van Merkels vroegere persoonlijke medewerkers was er steeds van onder de indruk hoe snel de kanselier zich in een onderwerp inwerkte. In gesprekken met experts over welk thema dan ook zag ze hoe geconcentreerd Merkel luisterde en vervolgens meteen de kern van een probleem boven water haalde. Links en rechts won Merkel advies in over de oorzaken van de ontsporing. Aanvankelijk trok de kanselier fel van leer tegen de aanvallen van speculanten - net als veel politici in Berlijn. Maar na advies uit talrijke kringen, van economen tot bankiers en beursspecialisten, groeide ook bij de kanselier het besef: waar speculanten ook op willen jagen, zorg ervoor dat er geen reden is de jacht te openen. Aan het begin van de eurocrisis kon het er tijdens de ochtendvergadering hevig aan toegaan. Voor Merkel, maar ook voor sommige andere aanwezige specialisten, was de veelvoud van problemen terra incognita. De aanval van de financiële markten, een dreigend faillissement van een euroland, het 'besmettingsgevaar' voor de hele monetaire unie - hoe moest dat alles worden aangepakt? De Grieken uit de Unie? Athene eerst een lesje leren in bezuinigen? Of meteen een forse afschrijving van de schuld om een nieuwe start te maken?Alle opties kwamen 's morgens bij Merkels vergadering op tafel. Er is simpelweg niet één oplossing, stelde zij al gauw vast. De moeilijkheden waren in elk euroland anders. De situatie vroeg om flexibiliteit. Merkel wilde zich niet op een traditionele 'orthodoxe' aanpak vastleggen. Voorzichtig vooruit, dat was haar strategie. Met kleine stappen die te overzien waren. Het was als rijden in de mist. Haar grootste adviseur is nog altijd haar minister van Financiën en belangrijkste vertrouweling Wolfgang Schäuble. De twee kennen elkaar al vele jaren. Schäuble had, destijds in 1998, als partijvoorzitter zijn oog op Merkel laten vallen om partijsecretaris te worden. © reutersHun relatie werd op de proef gesteld toen Merkel midden in de zwartgeldafffaire rondom Kohl eind 1999 een open brief publiceerde in een krant, en schreef wat velen in de partij dachten, maar niet durfden te zeggen. De CDU moest zelf leren lopen en erop vertrouwen dat ze in de toekomst ook zonder het oude slachtros de strijd tegen de politieke tegenstander moest voeren, stelde Merkel. Voor Schäuble, destijds CDU-voorzitter, was de brief een complete verrassing. Partijsecretaris Merkel had haar voorzitter niet ingelicht. Had ik dat gedaan, dan had u me afgeraden te publiceren, zei ze hem jaren later. Eigenzinnigheid typeert Merkel. Zodra ze ergens van overtuigd is, schrikt ze er niet voor terug doortastend op te treden. Dat deed ze in de zwartgeldaffaire rondom Kohl door afstand te nemen van haar leermeester. Ze besloot acuut afscheid te nemen van kernenergie in Duitsland naar aanleiding van de ramp in het Japanse Fukushima in 2011, waarbij een aardbeving een kerncentrale leksloeg en talrijke mensen bestraald raakten. Ook bij de opening van de grenzen voor de Syrische vluchtelingen uit Hongarije, in september 2015, ging Merkel met haar open deurpolitiek tegen de stroom in. 'In sommige kwesties is pragmatisme belangrijk, bij andere zaken moet je voor je overtuiging staan', zei Merkel eens in een vraaggesprek met publicist Hugo Müller-Vogg. Tijdens de eurocrisis deed ze dat in de 'hete' zomer van 2015. Die zomer werd beheerst door onderhandelingen over de Griekse crisis. Een meerderheid van de eurogroep wilde de Grieken dermate onder druk zetten dat het land de eurozone zou verlaten. Dat ging Merkel te ver en ze greep in. Haar minister van Financiën had het nakijken. 'Als het erop aankomt, is zij de baas', weten ook alle negentien ministers van Financiën van de eurogroep, die elkaar elke maand in Brussel ontmoeten. De woorden van Schäuble wegen zwaar als Duits minister van Financiën. Toch is het regelmatig voorgekomen, dat hij tijdens een vergadering van de eurogroep werd weggeroepen omdat er telefoon uit 'Berlijn' was. Na afloop nam hij dan een standpunt in dat gerust 180 graden anders was. De kanselier heeft ook rekening te houden met heel andere belangen dan louter financiële. Tijdens de vele jaren van de eurocrisis toetsten Merkel en haar team ieder voorstel steeds aan drie elementen: het moest economisch verstandig zijn, juridisch toelaatbaar en, de hamvraag: mocht het van Karlsruhe? Daar huist het Bundesverfassungsgericht, het Constitutioneel Hof waar burgers de wet kunnen laten toetsen. Met wie Merkel ook sprak - bankiers, vakbondsmannen, bedrijven -, bij iedere beslissing moesten deze drie zaken altijd kloppen. Anders was een besluit niet haalbaar. Talrijke wetenschappers, bankiers en politici uit Duitsland, Europa en Amerika overstelpten de kanselier met goede raad. De meeste experts hoorde Merkel aan, ze stelde vragen en trok vervolgens haar eigen plan. Economen hadden het gauw verbruid bij haar en de minister van Financiën. Economen gaven adviezen en prognoses die zelden uitkwamen. En iedere econoom had zijn eigen oplossing voor de eurocrisis. Merkels eigen ervaringen in de DDR hadden haar belangrijke lessen geleerd. Gedurende de debatten over de aanpak van hervormingen in Zuid-Europa verwees ze regelmatig naar de ondergang van het communisme in Oost-Europa en Oost-Duitsland. Dat was de afgelopen twintig jaar in Europa toch wel de meest bepalende ontwikkeling geweest, vond ze. De aanpassing van deze landen en hun snelle integratie in de Europese Unie zag ze als een groot succesverhaal. Een voorbeeld. Ze had eenmaal in haar leven meegemaakt hoe een economisch systeem in elkaar stortte omdat het niet in staat was te hervormen. Dat wilde ze Europa besparen. Dat mocht niet opnieuw gebeuren. Niet zolang zij in charge was.Na twaalf jaar regeren is Merkel nog altijd leergierig. Ze handelt niet alsof ze de wijsheid in pacht heeft. Daarvoor is de wereld te gecompliceerd, vindt ze. Zo nodigt ze jaarlijks de voorzitters uit van de belangrijkste internationale economische organisaties zoals het IMF en de OESO om in de bondskanselarij actuele kwesties te bespreken, bijvoorbeeld concurrentie of de Duitse handel. 'Ze luistert, stelt vragen en ze wekt niet de indruk op alles een antwoord te hebben', zei Ángel Gurría, de Mexicaanse OESO-voorzitter, eens.Merkel wil input hebben om argumenten te verzamelen. Haar drive om advies te vragen leidt ertoe dat ze haar mening kan bijstellen. Het vereist volgens Gurría een zekere bescheidenheid en wijsheid om open te staan voor nieuwe feiten en opvattingen. En je moet je ego bij de ingang achterlaten. Een teken van ultiem leiderschap, vond de Mexicaan.Angela Merkel - Een politieke biografie is uitgegeven bij Amsterdam University Press en is hier te koop. © AUP
woensdag, 6, september, 2017
Source: Knack.be
We moeten Stella Bergsma oppikken voor dit interview. Ze is uit Amsterdam naar Antwerpen gekomen voor een fotoshoot van het onlineblad Charlie Magazine. 'We zijn net klaar met shooten!' zo begroet ze ons. 'Een porno!' Ze lacht luid om haar aangebrande grapje, iets wat ze de hele avond zal doen. 'Vrolijke feministe' Stella Bergsma heeft het wel voor vuile grappen, grove taal en luid lachen. In columns, gedichten, liedjesteksten en, sinds haar debuutroman Pussy Album uit 2016, ook in boeken toont ze zich een scherpe schrijfster. De afgelopen zomer rekende ze in haar gastcolumns voor Knack af met de onzekere man ('We gaan je traantjes niet wegpijpen'), Herman Brusselmans ('Schrijf nooit meer een boek') en vrouwen ('Wanneer worden ze eens onvermijdelijk?'). Onvermijdelijk is Bergsma zelf zeker wel: in het Berchemse restaurant waar we zitten, draaien andere klanten geamuseerd het hoofd naar de luid pratende schrijfster-zangeres. Ze is groot als een basketbalspeelster, ratelt uit felrood gestifte lippen en draagt een jas die uit de rekwisietenkamer van Game of Thrones gejat lijkt. ...
dinsdag, 5, september, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]Dinsdag 5 september starten de pleidooien in het proces tussen Egmont, de uitgeverij van Vlaams Belang, en de Groep Algemene Uitgevers, vroeger de Vlaamse Uitgevers Vereniging. Het conflict, met als inzet onder meer een plaats op de Boekenbeurs, sleept al jaren aan. Een reconstructie.
maandag, 4, september, 2017
Source: Knack.be
Hoe zou het nog zijn met het boek in Vlaanderen? Al bij al relatief goed, zo berichtte vakorganisatie Boek.be vorige week. Na jaren van zwarte sneeuw lijkt het wel of er een periode van stabilisering is aangebroken. Een hard cijfer ter illustratie: tijdens de eerste helft van dit jaar noteerde Boek.be een bescheiden omzetgroei van 0,3 procent. ...
vrijdag, 1, september, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]Het is een precaire onderneming: Anna Enquist beschijft háár vriendschap met Gerrit Kouwenaar, en dus moet het niet verbazen dat Kouwenaar hier gevormd wordt naar haar beeld.
vrijdag, 1, september, 2017
Source: Knack.be
Een boek leeft bij de gratie van zijn personages. Hoe ijler ze zijn, hoe programmatischer het boek wordt. In Paul De Bruyns tweede thriller (de eerste was Het Laatste Gesprek in 2016) neemt de maatschappelijke functie van elk personage de karaktertekening helemaal over. Het gevolg is een soort stratego, met anonieme pionnen, die uitvoeren wat ze moeten doen: een kiescampagne leiden, en tegelijk stinkende potjes gedekt houden. Deze politieke thriller krijgt evenwel een weinig spannend platform; hij poneert zich als een zedenroman. Geen fraaie zeden, maar tekenend voor een klimaat waarin politiek als onbetrouwbaar overkomt, corruptie weilig tiert, en de ambities alle gevoelens opzij hebben gedrongen - zoals die tussen de coming man van de liberale partij Philippe Colman en zijn nijdassige vrouw en topadvocate Claudia....
vrijdag, 1, september, 2017
Source: Knack.be
Het is echt zo. Het leven is niet eerlijk. Dat geldt ook voor vet. Vrouwen klagen al jaren dat mannen veel meer kunnen eten dan zij en niets aankomen. Er zullen weinig vrouwen zijn die zich hierover niet opwinden. En nu heeft de wetenschap aangetoond dat vrouwen gelijk hebben. Zoals gewoonlijk. Op alle continenten en in elk ras en in elke cultuur slaan vrouwen meer vet op dan mannen. Alleen de voedselopname is geen verklaring voor het verschil in het vasthouden van vet. Beide geslachten consumeren ruwweg hetzelfde percentage vet als onderdeel van hun eetpatroon, ongeveer een derde van alle calorieën, en mannen krijgen bij elk bmi over het geheel genomen meer calorieën binnen dan vrouwen. Mannen en vrouwen verwerken voedsel echter anders, voornamelijk door genen, hormonen en de biochemische trajecten die voedsel al dan niet in vet omzetten. Het verschil tussen mannen en vrouwen is bij de geboorte al zichtbaar. Onderzoekers aan de universiteit van Zaragoza in Spanje onderzochten vetmetingen bij meer dan 4500 pasgeboren baby's. Ze vergeleken de metingen van hun huidplooien evenals hun lengte en gewicht en zagen dat meisjes in alle gevallen een dikkere huidplooi (meer vet) hadden dan jongens. Of een baby nu langer of korter, iets jonger of ouder, lichter of zwaarder was, het belangrijkste om te bepalen hoeveel vet een baby had, was het geslacht. Bij soortgelijke onderzoeken naar duizenden baby's in Ierland, Frankrijk, België en de Verenigde Staten werd steeds dezelfde conclusie getrokken. Bij hun geboorte, en mogelijk zelfs al eerder, hebben vrouwen meer vet dan mannen. Vanaf tienjarige leeftijd wordt het erger. Bij de aanvang van de puberteit neemt bij meisjes het onderhuidse vet aanzienlijk toe vergeleken met dat van jongens. Op zeventienjarige leeftijd hebben meisjes tussen de 44 en 93 procent meer vet dan jongens. Tijdens de puberteit krijgen meisjes er ruim 900 gram vet per jaar bij, terwijl jongens slechts een vijfde daarvan erbij krijgen, hoewel jongens over het algemeen zwaarder zijn omdat ze meer spier- en botmassa hebben.DelenOp zeventienjarige leeftijd hebben meisjes tussen de 44 en 93 procent meer vet dan jongens.Dr. Michael Jensen is arts aan de Mayo Clinic in Rochester, Minnesota en bestudeert al tientallen jaren de verschillen in vetopslag tussen mannen en vrouwen. Hij vertelt: 'Wanneer jonge meisjes en jongens de puberteit doorlopen, krijgen meisjes er feitelijk vet bij, wat op typisch vrouwelijke manier over het lichaam wordt verdeeld. Mannen verliezen veel van hun onderhuidse vet.' Dit betekent dat deze gewichtsveranderingen als gevolg van geslacht ervoor zorgen dat we er 'mannelijker' of 'vrouwelijker' uitzien. Vrouwelijke efficiëntieHet National Health and Nutrition Examination Survey (nhanes), uitgevoerd door de Centers for Disease Control, verzamelde gegevens over 15.912 proefpersonen en toonde aan dat vrouwen, ongeacht of ze blank, Mexicaans of Afrikaans zijn, vet veel effectiever opslaan dan mannen. Er werd aangetoond dat mannen over het geheel genomen 51 procent meer calorieën consumeren dan vrouwen. Hoewel een waarschijnlijke verklaring hiervoor is dat mannen meer spier- en botmassa enzovoort hebben dan vrouwen en daarom meer calorieën nodig hebben, bleek toen de gemiddelde spier- en botmassa in mannen werd gemeten, dat deze slechts 33 procent hoger waren dan die in vrouwen. Mannen kunnen dus per kilo gewicht meer eten dan vrouwen en toch niet aankomen. © iStockWaarom zijn vrouwen voorbestemd om dikker te zijn dan mannen? Opnieuw heeft het antwoord te maken met hormonen en biologische factoren. Er zijn duidelijke evolutionaire voordelen aan het hebben van meer vet. Vet geeft ons lichaam het signaal dat alles goed is met de wereld, dat er voldoende voedsel voor ons is om in de puberteit te komen en kinderen te krijgen. Menstruatie en zwangerschap zijn niet eens mogelijk als we onvoldoende lichaamsvet hebben. Wanneer de menstruatie eenmaal begint, schommelen de vetniveaus tijdens elke cyclus, waarbij de daling van oestrogeen en een piek in progesteron leiden tot veranderingen in eetlust en in de opslag van vet. Tijdens de tweede helft van de menstruatiecyclus, wanneer de oestrogeenwaarden dalen, hebben vrouwen enorme behoefte aan vetten en koolhydraten. Naast deze behoeften bevordert de gelijktijdige piek in progesteron de vetopslag door triglyceriden uit het bloed te halen en in het vetweefsel op te slaan. Er wordt gedacht dat deze verwijdering leidt tot het verlangen naar vet voedsel omdat deze voedingsstof uit het bloed is gehaald. En zo gaat het maar door, maand na maand, eerst meer eetlust en dan meer vet. DelenVet geeft ons lichaam het signaal dat alles goed is met de wereld, dat er voldoende voedsel voor ons is om in de puberteit te komen en kinderen te krijgen. Vriendjes in de darmenHet is een wonder dat vrouwen kunnen afvallen! En wanneer vrouwen uiteindelijk zwanger worden, wordt er nog meer vet aan hun lichamen toegevoegd. Deze gewichtstoename vindt zelfs plaats wanneer ze normaal blijven eten, en soms zelfs wanneer ze minder eten dan normaal. Vrouwen krijgen er tijdens de zwangerschap tussen de 2,2 en 5,8 kilo vet bij, zelfs als ze ondervoed zijn. De gewichtstoename komt niet door vertraging van de stofwisseling. Het totale energieverbruik neemt zelfs toe als een vrouw een kind draagt. Deze kan deels worden verklaard door de aanwezigheid van bacteriën, onze vriendjes in onze darmen. Het team van Ruth Ley van de Cornell-universiteit, dat microflora uit zwangere vrouwen in steriele muizen transplanteerde, ontdekte dat muizen met bacteriën die waren getransplanteerd uit vrouwen in het derde trimester van de zwangerschap, veel dikker werden dan muizen met bacteriën van vrouwen in het eerste trimester. Het team ontdekte dat de samenstelling van de microflora aanzienlijk verandert tijdens de zwangerschapsperiode, wat deels een verklaring kan zijn voor de gewichtstoename. De bacteriën van de vrouwen zorgen dat er tijdens de zwangerschap meer voedsel wordt opgenomen. Het vet dat er tijdens de zwangerschap bijkomt, wordt gelukkig deels omgezet in melk om de pasgeborene te voeden. Voor veel vrouwen maakt borstvoeding inderdaad een snel gewichtsverlies na de zwangerschap mogelijk. Het feit dat vrouwen hun lichaamsvet gebruiken om de zo belangrijke moedermelk te produceren, onderstreept de biologische noodzaak van vet bij vrouwen: het overleven van de mensheid is ervan afhankelijk. © Getty Images/iStockphotoEen andere reden waarom vrouwen meer vet opslaan dan mannen, is de verdeling van voedingsstoffen: het lichaam slaat een deel van de opgenomen calorieën op als vet en gebruikt de rest voor andere doeleinden, zoals voor directe energie of voor glycogeenvoorraden. Afhankelijk van je lichaamsbouw zet je lichaam consistent meer of minder voedingsstoffen om in opgeslagen vet. Je kan deze verdeling zien als het elke week ontvangen van een salaris van 100 euro, waarvan je automatisch 20 euro naar een spaarregeling overmaakt, bijvoorbeeld om te sparen voor je pensioen. Als de resterende 80 euro niet genoeg is om je rekeningen van te betalen, heb je een andere inkomstenbron nodig, want de 20 euro wordt hoe dan ook automatisch overgemaakt. Voor je lichaam betekent dit het volgende: als je niet genoeg calorieën hebt gegeten om jezelf van energie te voorzien nadat een deel als vet is opgeslagen, voel je de neiging om meer te gaan eten. Wetenschappers hebben nog geen manier ontdekt om veel invloed uit te oefenen op deze verdeling van voedingsstoffen, en dit betekent dat, zelfs als we het voor elkaar krijgen minder te eten, ons biologisch systeem onze eetlust stimuleert. Michael Jensen: 'Met betrekking tot de opname van overtollige energie reageren vrouwen heel anders dan mannen. Het lijkt erop dat vrouwen circulerende vetzuren beter opslaan in onderhuids vet dan mannen.' Mannen slaan ook calorieën in vet op, maar minder calorieën dan vrouwen. Alleen al dit verschil kan bij vrouwen kilo's extra vet per jaar betekenen. DelenHet feit dat vrouwen hun lichaamsvet gebruiken om de zo belangrijke moedermelk te produceren, onderstreept de biologische noodzaak van vet bij vrouwen: het overleven van de mensheid is ervan afhankelijk.Anthony O'Sullivan, hoofd van de afdeling endocrinologie aan de St. George & Sutherland Clinical School, universiteit van Nieuw-Zuid-Wales in Australië, heeft de verschillen in vetopslag tussen vrouwen en mannen bestudeerd. Hij vertelt: 'Je hoeft feitelijk alleen maar de efficiëntie van je vetstofwisseling met een of twee procent aan te passen. Onze lichamen verbruiken zo veel vet en zetten zo veel vet om. Over het algemeen verbranden we het grootste deel ervan. Dus je hoeft maar iets efficiënter te worden om dikker te worden.' En blijkbaar zijn vrouwen in dit opzicht, net als in zoveel andere opzichten, helaas efficiënter dan mannen! Zelfs onder vrouwen zijn er echter verschillen. Aziatische vrouwen hebben bij elke bmi bijvoorbeeld meer vet dan blanke vrouwen. Afrikaans-Amerikaanse vrouwen hebben over het algemeen minder buikvet, maar meer onderhuids vet dan blanke vrouwen. Mogelijk komt dit, zoals onderzoekers hebben ontdekt, omdat blanke vrouwen na het eten van een vette maaltijd de stofwisseling gemakkelijker naar vetverbranding kunnen overschakelen dan Afrikaans-Amerikaanse vrouwen. Dus ons vet wordt niet alleen door ons geslacht beïnvloed, maar ook door onze etniciteit. De truc van de natuurHoewel vrouwen eerder vet opslaan dan mannen, gebruiken ze het ook meer wanneer er energie nodig is. Michael Jensen onderzocht vrije vetzuren in bloed na een nacht vasten. Het viel hem op dat vrouwen 40 procent meer vrije vetzuren in de bloedsomloop hadden dan mannen om in de energiebehoeften van het lichaam te voorzien. Tegelijkertijd waren vrouwen echter ook in staat die vetzuren veel sneller in vetweefsel op te slaan wanneer ze eenmaal wakker waren. Feitelijk bleken vrouwen twee tot drie keer zo veel vet per weefseleenheid op te slaan dan mannen. Dus hoewel vrouwen vet eerder verbranden tijdens de vraag naar energie, maken hun lichamen ook heel snel vet aan door in het bloed circulerende vetzuren op te slaan. Vrouwen verbranden tijdens duursporten ook meer vet dan mannen. Het lijkt erop dat de lichamen van vrouwen zo in elkaar zitten dat ze tijdens het sporten sneller een beroep doen op vet, terwijl mannen meer koolhydraten en eiwitten verbranden. Wanneer mannen bij onderzoeken oestrogeen kregen toegediend, gebeurde het tegenovergestelde. Tijdens het sporten nam hun stofwisseling van koolhydraten en eiwitten af en nam hun gebruik van vet toe. Dat is goed nieuws, toch? Nou, nee. DelenVoordat vrouwen en masse naar de sportschool rennen, is het van belang te weten dat de natuur nog een truc heeft om hun vet vast te houden. Voordat vrouwen en masse naar de sportschool rennen, is het van belang te weten dat de natuur nog een truc heeft om hun vet vast te houden. Na het sporten hebben ze de neiging meer te eten dan mannen. Jensen: 'Mannen en vrouwen reageren verschillend op lichamelijke activiteit. Mannen kunnen minder goed compenseren voor extra verbrande calorieën tijdens lichamelijke activiteit, terwijl vrouwen gemiddeld genomen zeer goed zijn in het compenseren voor lichamelijke activiteit. Wanneer ze toegang krijgen tot grote hoeveelheden voedingsstoffen, zullen vrouwen beter compenseren [meer eten] dan mannen.' Hij noemt dit een 'fundamentele, ingebouwde' reactie. Er is natuurlijk een biologische verklaring voor de overcompensatie in calorieën. Onderzoekers van de universiteit van Massachusetts in Amherst onderzochten een groep voornamelijk sedentaire mannen en vrouwen met overgewicht. Ze lieten hen deelnemen aan een sportprogramma van vier dagen en testten vervolgens hun bloed op veranderingen, vooral met betrekking tot de waarden voor ghreline, het hongeropwekkende hormoon. Ze ontdekten dat bij de mannen de ghrelinewaarden niet zo veel waren veranderd na het sporten. Maar bij de vrouwen waren deze waarden met een derde gestegen. En toen de onderzoekers meer voedsel toevoegden aan het voedingspatroon van de vrouwen om te compenseren voor het sporten, bleven hun ghrelinewaarden nog steeds 25 procent hoger liggen dan voordat ze begonnen met sporten. 'Het lijkt erop dat wanneer het energieniveau van het sporten omhooggaat, vrouwen meer gaan eten terwijl mannen dat niet doen,' aldus dr. Joseph Donnelly, die obesitas en de effecten van bewegen onderzoekt aan de universiteit van Kansas. 'In onze experimenten ging niemand echt meer eten wanneer beide geslachten 400 calorieën verbranden. Maar bij 600 calorieën bleek duidelijk dat vrouwen meer gingen eten, maar de mannen niet. Bij hogere verbruiksniveaus compenseren vrouwen voor de verbrande calorieën.' Delen Vrouwen hebben de natuurlijke neiging om na het sporten meer te gaan eten en het voedsel wordt ook nog eens sneller in vet omgezet. Dus uiteindelijk verliezen vrouwen minder vet met sporten dan verwacht. Het onderzoek van Donnelly leidde tot een conclusie die tegen de intuïtie ingaat: vrouwen die meer dan 400 calorieën verbranden tijdens het sporten, zouden weleens minder rendement kunnen halen uit die extra investering dan verwacht, vanwege een grotere aandrang om te eten. Er is nog een ander verschil tussen mannen en vrouwen met betrekking tot de effectiviteit van hun workout. Anthony O'Sullivan: 'Het is bij onderzoeken regelmatig aangetoond dat vrouwen tijdens het sporten meer vet verbranden dan mannen. Je zou dus verwachten dat vrouwen na het sporten lichaamsvet efficiënter verliezen dan mannen, maar dat is niet zo. Het tegenovergestelde is waar. Als een man en een vrouw een uur per dag sporten, zal de vrouw tijdens dat uur meer vet verbranden dan de man. In de andere 23 uur van die dag zal de vrouw in verhouding minder vet verbranden dan de man.' Jensen geeft toe dat mannen een grotere capaciteit hebben om calorieën te verbranden dan vrouwen, doordat mannen meer spier- en botweefsel hebben. 'De vrouw met een normaal gewicht heeft gemiddeld ongeveer 30 procent lichaamsvet. En een man van precies dezelfde lengte, hetzelfde gewicht en dezelfde leeftijd heeft ongeveer 15 procent lichaamsvet. Dus dat betekent dat mannen alleen al meer calorieën verbranden door niets te doen.' Vrouwen hebben dus last van twee factoren: hun eetlust wordt meer gestimuleerd en hun vet wordt efficiënter opgeslagen. 'Je kunt niet alleen naar dat ene uur sporten kijken,' aldus O'Sullivan. Vrouwen hebben meer lichaamsvet en ze gebruiken dat beschikbare vet ook, maar 'wanneer het sporten voorbij is, keren ze zeer snel terug naar efficiëntere manieren om... vet op te slaan.' Eindelijk een voordeelMet andere woorden: vrouwen hebben de natuurlijke neiging om na het sporten meer te gaan eten en het voedsel wordt ook nog eens sneller in vet omgezet. Dus uiteindelijk verliezen vrouwen minder vet met sporten dan verwacht. Om gek van te worden. Al deze efficiënte opslag van vet bij vrouwen heeft echter ook een voordeel. Jensen legt uit: 'Het voordeel van deze verdeling van voedingsstoffen voor vrouwen is dat de lipidewaarden in hun bloed laag worden gehouden. Dus voor vrouwen is de kans op hart- en vaatziekten als gevolg van hoge lipidewaarden in het bloed lager. Dat is gezonder. Het is dus belangrijk tegen mannen te zeggen dat ze misschien wel slank zijn als ze jong zijn, maar als ze zwaarder worden wanneer ze ouder zijn, ze een veel slechtere conditie hebben dan vrouwen, ook al zijn deze even veel aangekomen, omdat het vetweefsel van vrouwen veel meer bescherming biedt dan het vet van mannen.' Dus het vet van vrouwen houdt vrouwen misschien wel langer in leven. Eindelijk een voordeel! Uit: Waarom de één wel dik wordt en de ander niet, de wetenschap achter vet van Sylvia Tara, uitgegeven bij Spectrum, 19,99 euro. ISBN 9789000342402
donderdag, 31, augustus, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]De centrale stelling van historicus Frank McDonough luidt 'gewone Duitsers waren niet bevreesd voor de Gestapo'. Maar hij weerspreekt zichzelf op verschillende plaatsen zonder er verder bij stil te staan.
woensdag, 30, augustus, 2017
Source: Knack.be
Als er al een voorloper van de Europese Unie genoemd moet worden, meent historicus Rolf Falter,dan zeker de Benelux. 'Dat samenwerkingsverband dat nog tijdens de oorlog door de ministers van de drie landen in ballingschap in Londen werd opgericht, stond model, zowel voor de Amerikanen bij de Marshallhulp in 1947, als in 1957 bij de aanloop naar de Verdragen van Rome.' Aan het begin van hoofdstuk drie van De Geboorte van Europa, het nieuwe boek van Falter waarover hij deze week geïnterviewd wordt in Knack, staat beschreven wat de diepere achtergrond was van het feit dat de drie landen na 115 jaar naast elkaar leven, plots tot de bevinding kwamen dat samenwerken voortaan onvermijdelijk was. Hier de passage: Vijf dagen had Adolf Hitlers leger na 10 mei 1940 nodig om het trotse Nederland, ooit een Europese grootmacht, op de knieën te krijgen. De Waterlinie, de aloude techniek om vijanden buiten het polderland te houden door het gewoon onder water te zetten, was nutteloos gebleken tegen de massale inzet van vliegtuigen. Een verwoestend brutaal bombardement, waarbij op 14 mei om 13u30 het centrum van Rotterdam in as werd gelegd en ruim 600 burgers stierven, volstond.België, een veel minder diepgewortelde staat, die echter in 1914 de Duitse opmars beslissend vertraagd had, hield het ditmaal achttien dagen vol. Met de Duitsers op 17 mei in Walcheren in de Scheldemonding en op 20 mei in Abbeville aan de Somme, en beukend doorheen België, werd het een lange chaotische terugtocht. Gaandeweg vonden de regeringen van de drie kleine landen elkaar terug in Londen. De Nederlandse koningin Wilhelmina bereikte op 13 mei de hoofdstad van waaruit haar overgrootvader in 1813 de kroon van de voormalige Republiek had gekregen. Haar regering volgde twee dagen later. In september zette Wilhelmina minister-president De Geer af, die teveel twijfelde aan blijvend verzet. Ze verving hem door de 55-jarige Friese jurist en Anti-Revolutionaire minister van Justitie Pieter Sjoerds Gerbrandy.Het groothertogdom Luxemburg was in een dag overrompeld, en groothertogin Charlotte en de regering waren net op tijd gevlucht naar Frankrijk. Hun vlucht werd een dwaaltocht doorheen Spanje en Portugal toen ook Frankrijk ten onder ging, en zij geen uitweg meer zagen. Drie maand lang liet Berlijn de achtergebleven notabelen, parlementsleden en topambtenaren in het groothertogdom hopen op nog een restantje onafhankelijkheid, waarvoor die dan de groothertogin uitnodigden terug te keren. Die bleef even lang in dubio, gezien haar regering zelf verdeeld was. De premier, Pierre Dupong, neigde naar terugkeren, de minister van Buitenlandse Zaken en oud-premier, Joseph Bech (die ononderbroken het mandaat bekleedde van 1926 tot 1959), naar doorreizen naar Londen. Toen de nazi's dan eind juli de annexatie van het groothertogdom afkondigden, werd Londen de volgende bestemming.Charlotte reisde in augustus door naar de Verenigde Staten en finaal naar Montreal waar haar kinderen in het Frans naar school konden. Premier Pierre Dupong vergezelde haar. Tot hun terugkeer in Londen in de lente van 1943 was Bech de voornaamste Luxemburgse gezant in de Britse hoofdstad.In oktober 1940 volgde wat overbleef van het Belgische kabinet, dat eerst naar Frankrijk was gevlucht, tevergeefs gevraagd had te kunnen terugkeren (zowel aan de achtergebleven koning als aan Hitler), en daarna uiteengevallen was. Na weken ronddolen waren twee leidende figuren, minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak en eerste minister Hubert Pierlot, clandestien in de laadruimte van een bestelwagen doorheen Franco's Spanje naar Lissabon gereisd, nadat Britse vragen over de kolonie Congo hen duidelijk hadden gemaakt dat er nog werk was. Achter bleef enkel de Belgische koning Leopold, die tevergeefs hoopte met Hitler tot een vergelijk te komen over het behoud van België en dus zijn troon.Er was in dat najaar, tussen de Duitse bombardementen op Londen door, voldoende tijd en ook stof om over na te denken. Luxemburg had nog in zijn in 1867 opgelegde neutraliteit geleefd, dat het ook toeliet geen leger te moeten bekostigen. België had een gelijkaardig statuut gehad tot 1914, was toen brutaal overvallen, had na 1919 een wankele alliantie met Frankrijk gevormd, maar opteerde in 1936 opnieuw voor neutraliteit, ditmaal een zelf opgelegde. Nederland volgde dezelfde neutrale koers, in de hoop om, zoals in 1914, net buiten de oorlog te blijven.Al die grote illusies van kleine landen lagen in dat najaar van 1940 aan diggelen. Als om dat te onderstrepen vochten Duitse en Britse gevechtsvliegtuigen, de cruciale wapens die kleine landjes militair zo nietig maakten, een strijd om leven een dood boven hun hoofden uit. Toen het stof daarvan neerdwarrelde, in het voorjaar van 1941, was duidelijk dat de Britten van Winston Churchill toch nog een kans maakten. En dat denken aan een andere toekomst, zonder de fouten en illusies van voorheen, wel degelijk zin had.
dinsdag, 29, augustus, 2017
Source: Knack.be
Nootmuskaat was eeuwenlang alleen te vinden op de Banda-eilanden, die behoren tot de Indonesische eilandengroep de Molukken. De Nederlanders slaagden erin om met de Vereenigde Oost-Indische Compagnie vanaf het midden van de 17de eeuw het monopolie op de handel in muskaatnoot in handen te krijgen. Dat ging gepaard met veel bloedvergieten, zo blijkt uit de geschiedenis die Willem Oosterbeek over de specerij heeft geschreven. Het leverde Nederland wel jaarlijks een fortuin op: nootmuskaat gaf winsten tot 1400 procent. ...
donderdag, 24, augustus, 2017
Source: Knack.be
Tijdens gastdocentschappen, ook op vakantiedagen in het buitenland, gaat mijn aandacht in de plaatselijke boekhandel naar de aanwezigheid van Nederlandstalige literatuur in vertaling. Het is inmiddels een onhebbelijke gewoonte vluchtig na te kijken welke teksten van Nederlandse en Vlaamse auteurs door de boekhandelaar worden aangeprezen. De verwachtingsvolle speurtocht leidt doorgaans naar een plank, verscholen in de boekenwinkel, waar enkele uitgaven een kortstondig en helaas een meestal onopgemerkt bestaan leiden. Nochtans gooien enkele hedendaagse Nederlandstalige auteurs internationaal hoge ogen. Nominaties en prijzen voor Stefan Hertmans' oorlogsbestseller Oorlog en terpentijn, zoals een vermelding op de Longlist The Man Booker Prize 2017 en in de New York Times Top 10 ("Best Book of 2016"), en bekroningen van werk in vertaling van onder anderen Cees Nooteboom laten zien dat in het buitenland aandacht bestaat voor de Nederlandse literatuur. Relaas van een steekproefVandaag stond ik toch even verbouwereerd te kijken. In de Provençaalse regio waar Hugo Claus en Ivo Michiels verbleven, Claus een tijdlang in Cavaillon en Michiels vele jaren tot zijn overlijden in Le Barroux, heeft het hoofdfiliaal van een bekende Franse boekhandelketen geen enkele titel van deze naoorlogse Vlaamse reuzen in Franse vertaling in de aanbieding. De keten staat bekend onder een naam die rijmt op de titel van dit magazine. Geen Le chagrin des Belges (Alain van Crugten, 1987) en ook Orchis militaris (Koenraad Tommissen, 2003) ontbreekt. Hoog in een kast met Nederlandstalige ("littérature néerlandophone") en Scandinavische literatuur, vooral Karl Ove Knausgård, trof ik welgeteld twee vertalingen uit de Nederlandse literatuur aan. In maart 2017 verscheen Fromage van Willem Elsschot in een vertaling van Xavier Hanotte in het fonds van Le Castor Astral. Eerder zijn in dezelfde reeks Galaxie de romans Villa des Roses, Le Feu follet, L'Embrouille en Le Bateau-citerne verschenen (vertaler Marnix Vincent). Het andere boek dat voorradig is, is van Herman Koch. Na Le Diner bij Editions 10/18 (Belfond) is in 2013 in een vertaling van Isabelle Rosselin Villa au Piscine (Zomerhuis met zwembad) uitgegeven. Inspanningen van letterenfondsenHet Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren leveren aanzienlijke inspanningen voor het stimuleren van "kwaliteitsvolle" vertalingen uit en naar het Nederlands. Naast Vertalershuizen in Amsterdam en Antwerpen (Berchem) bestaat een effectieve subsidieregeling voor vertalingen. Jaarlijks worden in verschillende genres meerdere titels in vertaling geproduceerd. Wie een volledig overzicht wenst, kan terecht op de Vertalingendatabank van het Nederlands Letterenfonds en het VFL (ondersteund door de Taalunie). Voor Claus zijn vandaag 254 vertalingen geregistreerd, van Michiels 22. Delen'Hoeveel Nederlandstalige literatuur vind je in buitenlandse boekenwinkels?'In het Nederlandse taalgebied wordt financieel en logistiek veel ingezet op vertalingen. De literatuur van de Lage Landen wordt geëxporteerd naar andere taal- en cultuurgebieden. De zes titels van Michiels in het Frans zijn evenwel onvindbaar in de Zuid-Franse boekhandel. Ook recentere vertalingen van Nederlandstalige boektitels komt de belangstellende Franse lezer in de door mij bezochte boekwinkel niet tegen. Hopelijk heb ik ongelijk en is mijn scepsis onterecht want gebaseerd op een lukraak bezoek. Mijn vrees is dat bijna anderhalf decennium na Salon du Livre in Parijs (2003), toen de Nederlandstalige literatuur het speerpunt van de boekenbeurs was, ook in andere grote steden in Frankrijk - mogelijk Parijs uitgezonderd - onze schrijvers er in het Frans mogelijk bekaaid vanaf komen. Gezien de werkbeurzen voor vertalers en andere financiële middelen die door letterenfondsen worden geïnvesteerd in vertalingen, is de vraag hoe promotie en distributie van gesubsidieerde vertalingen verlopen. Promotie wordt hoe dan ook gevoerd tijdens grote internationale boekenfestivals, zoals in oktober 2016 in Frankfurt. Een jaar eerder, tijdens een colloquium in Den Haag na afloop van een panelgesprek over literatuur in vertaling georganiseerd door de onderzoeksgroep CODL (Circulation of Dutch Literature), overhandigde VFL-directeur Koen van Bockstal mij twee chique uitgegeven, in vierkleurendruk vervaardigde brochures waarin recent verschenen en geplande uitgaven met vertaalwerk worden aangeprezen. Er gaat veel geld naar promotie van Nederlandse literatuur in het buitenland. In maart lanceerde het VFL nog Flanders Literature, volgens de website "de merknaam waaronder het VFL literatuur uit Vlaanderen promoot in het buitenland" (www.flandersliterature.be). Precies daarom, na die genereuze geste, verwacht ik tijdens mijn bezoek aan de grootste boekwinkel in een buitenlandse grootstad méér dan twee titels. Wie weet waren de vertalingen van Nederlandse en Vlaamse schrijvers net bijna uitverkocht.Vragen staat vrijHebben het Nederlands Letterenfonds en het VFL overzichten van oplage- en verkoopcijfers van Nederlandstalige literatuur, bijvoorbeeld in het Franse taalgebied? Worden door deze instituties receptieteksten bijgehouden, reacties van in voorkomend geval Franstalige critici in literaire bijlagen van kranten en weekbladen en op internet? Is er überhaupt een kijk op de inkoop door buitenlandse boekhandels? Of is dat louter een zaak van de buitenlandse uitgevershuizen en spelen subsidieverstrekkende instanties daarin geen rol? Indien boekproducties van de Nederlandse literatuur in andere talen aanzienlijk worden betoelaagd, maak ik mij sterk dat ook het traject van de vertaalde werken gedetailleerd wordt bijgehouden. In dat geval kan misschien worden verklaard waarom naast Elsschot (Polis) en Koch (Ambo/Anthos), toch goed gespijsde vertalingen, geen Franse vertalingen van Vlaamse schrijvers onder wie Claus en Michiels en van bijvoorbeeld Monika van Paemel (Les pères maudits, 1990), Annelies Verbeke (Dors!, 2005) en Dimitri Verhulst (La merditude des choses, 2011) permanent beschikbaar zijn. Na lovende commentaren in Le Monde en andere Franse kwaliteitskranten vraag ik mij af waarom de internationale bestseller Guerre et Térébenthine van Hertmans (vertaling Isabelle Rosselin, Gallimard, 2015) klaarblijkelijk niet langer in voorraad is. Er is vast een verklaring voor. Ligt het aan de inkoper buitenlandse literatuur, het inkoopbeleid van de keten of van het filiaal zelf? Hoe zit het trouwens met de verspreiding van vertalingen in de buitenlandse boekhandel? Niet alleen de subsidie van vertaalarbeid, ook de promotie, misschien wel de distributie en in elk geval (het opvolgen van) het receptiedossier van Nederlandse en Vlaamse auteurs in het buitenland behoren tot de core business van de letterenfondsen.Nederlandse literatuur in Europese universiteitsstedenSchrijvers zoals Claus en Michiels komen in de Vlaamse canonlijst "50+1" voor met De Oostakkerse gedichten, Het verdriet van België respectievelijk Het boek Alfa. Klassiekers verdienen naast een betrouwbare teksteditie een anderstalig publiek. Daar is in het verleden nogal arbitrair werk van gemaakt. De boekhandel die ik en passant bezocht, beschikt alvast niet over titels van onze canonieke auteurs. Natuurlijk is dit geen basis voor relevante conclusies. Wie weet zit de zomervakantie er voor iets tussen dat het aanbod mager is. Daarom verdient het aanbeveling dat we bijvoorbeeld onze Erasmusstudenten komend semester een opdracht meegeven. Op het Europees verblijfsadres kunnen zij in de plaatselijke boekhandels een steekproef houden en nagaan in hoeverre Nederlandse literatuur in vertaling effectief beschikbaar is. Hopelijk treffen zij méér titels aan dan wat ik vandaag toevallig kon opsporen.Envoi. Ik heb dan maar uit deernis en wellicht meer als daad van rechtvaardigheid het in de zon badende graf van Ivo Michiels bezocht. In de wetenschap dat alleen in zijn teksten de schrijver zichzelf overleeft.
donderdag, 24, augustus, 2017
Source: Knack.be
1. Beijing, 10 september 2016. De filmvertoning is ook letterlijk ondergronds. De kelders onder het flatgebouw zullen fietsenstallingen geweest zijn. Nu zit er van alles, inclusief een bar vol Midden-Europese kitsch, een dansschooltje, en een wat ondefinieerbare plek met een naam die je zou kunnen vertalen als Het Onderkomen, waarvan ik inschat dat hoogopgeleide jonge mensen er hoogculturele dingen doen. Vanmiddag draaien ze daar een documentaire over de dichter Xiao Zhao. Xiao Zhao trok in 2010 een maand of twee door China met een rugzak vol zelfgedrukte bundels, op zoek naar aanbevelingen om zijn werk uitgegeven te krijgen. Het verhaal zong rond, want hij genoot incrowd-bekendheid en gold als een enfant terrible- drank, vechten, klaplopen - en halverwege begon cameraman Zhuang Ruijie hem te volgen. In 2016 maakte Wang Shenghua van die opnames een film. Xiao Zhao maakte dat niet meer mee, want die was van een brug gesprongen. En misschien was die film er niet gekomen als hij dat niet gedaan had: you can't win. Hij had in een inrichting gezeten, en de verklaring van zijn zelfmoord luidt dat hij leed aan schizofrenie, een term die hier van alles kan betekenen. Zijn vrienden zeggen dat de afstand tussen zelfbeeld (geniaal) en erkenning (nauwelijks) te groot was. Niemand weet waarom een ander zich doodt. Maar dat miskenning een dichter tot zelfmoord zou kunnen drijven is in China in ieder geval niet raarder dan elders, en misschien wel minder raar....
donderdag, 24, augustus, 2017
Source: Knack.be
De laatste deur, een boek over de zelfmoord van schrijvers, is het levenswerk van Jeroen Brouwers (1940). In 1983, het jaar dat de eerste editie verscheen, legt hij dat al aan tv-maker Cherry Duyns uit in een brief, opgenomen in Kroniek van een karakter (1987): Dit zelfmoordboek, waar ik 10 jaar aan heb gewerkt, is mijn 'levenswerk', ook in de zin van: het beschrijft 'het thema van mijn leven'. Al is het een wetenschappelijk werk, het is tevens de zoveelste bijdrage aan mijn 'autobiografie' (zoals b.v. Pieter Daens een wetenschappelijk werk was, dat gelijkertijd bijdroeg aan de 'autobiografie' en het 'levensthema' van Louis Paul Boon; ander voorbeeld: Het seksuele bolwerk en De compositie van de wereld van Mulisch). Er staat dus veel op het spel voor de auteur. Brouwers plaatst De laatste deur centraal in zijn leven en zijn werk. Hij presenteert het boek als een wetenschappelijke studie in de zelfmoordkunde, maar het is ook autobiografie, literatuurstudie én literatuur. Opvallend is ook de vergelijking met Louis Paul Boons Pieter Daens (1971) en Harry Mulisch' boek over octaviteit. In De laatste deur zelf vermeldt hij ook Simon Vestdijks studie over angst en Boons geuzenboek als referentiepunten. Die vergelijkingen geven het boek de allure van een sleutelwerk in een groot schrijversuniversum. Het is dan ook gepast dat dit jaar een nieuwe, uitgebreide editie verscheen.DelenIn dit monumentale boek verlevendigt Brouwers het schrijversleven, hij vregroot het raadsel en verdelgt de mythen over schrijverszelfmoord.Lars Bernaerts, De Reactor De omvang en het bereik van de nieuwe editie zijn overweldigend. Ze bestaat uit twee fraai vormgegeven boekdelen van in totaal meer dan elfhonderd bladzijden. Terwijl de oorspronkelijke studie aangevuld en herzien werd in deze editie, bevat ze bovendien essays die eerder verschenen in andere boeken van Brouwers, onder meer in zijn Feuilletons en in Het vliegenboek. Integraal opgenomen in deel twee, het supplement, zijn De zwarte zon (1999) en De versierde dood (1989/1994). Ook al leent het boek er zich door zijn encyclopedische karakter schijnbaar niet toe, het is aan te bevelen de twee delen in die volgorde te lezen. Dat heeft twee belangrijke voordelen. Het eerste is dat Brouwers' compositorische keuzes dan het best kunnen worden geapprecieerd. Ten tweede komt de lezer dan snel tot de kern van de studie, de portretten van Nederlandse en Vlaamse schrijvers die zelfmoord pleegden of 'begingen' zoals Brouwers het liever noemt -aan de term zelfmoord houdt hij daarentegen vast. Brouwers heeft ze allemaal, ook de obscuurste namen, opgespoord en bijgezet in de galerij. Welke lezer kent Elize Baart (1854-1879) nog, schrijfster van 'tranerige geschiedenisjes over vrouwen'? Of Maria Messens (1939-1989), auteur van lyrisch aandoend proza zoals Murrath (1971) en Sibylle, of de radeloosheid (1976)? Hun portretten staan tussen die van bekender koppen, zoals François Haverschmidt, Menno ter Braak en Jotie T'Hooft. Brouwers start in de achttiende eeuw en eindigt met de recente zelfmoorden van Jeroen Mettes, Anil Ramdas, Nanne Tepper, Joost Zwagerman en Wim Brands. Elk schrijversportret bevat een levensschets en zoomt in op de aanloop naar de dood. Telkens kamt Brouwers het oeuvre uit op verwijzingen naar zelfmoord. Hij gaat ook na hoe de kritiek het literaire werk in kwestie bejegende en hoe er over de zelfmoord bericht werd. Er komen directe getuigen aan het woord, zoals schrijfster Loekie Zvonik over Dirk de Witte. En ook in memoriams of gedichten ter nagedachtenis krijgen een plaats in de hoofdstukken. Van de dichter Halbo C. Kool haalt Brouwers er zelfs drie op een rij aan. Naast de hoofdstukken over schrijvers bevat het boek opstellen over allerlei onderwerpen die met zelfmoord en literatuur te maken hebben. In het supplement verruimt Brouwers de blik met essays en anekdotes over buitenlandse auteurs en over fenomenen zoals zelfmoordclubs, Russische roulette, zelfmoord in populaire cultuur en in het dierenrijk. Een archief van persoonlijkhedenHoe te schrijven over een delicaat onderwerp als zelfmoord? De kracht van De laatste deur zit om te beginnen in het feit dat Brouwers er de juiste toon voor vindt. Hij schrijft soms inventariserend of anekdotisch, dan weer beschouwend en interpreterend, maar altijd moreel onpartijdig en kritisch voor literaire prestaties. Wanneer hij dwaasheden over zelfmoord aantreft, treedt de genadeloze polemist op de voorgrond, die anderen geestig en uitstekend gedocumenteerd van antwoord dient. Hoogtepunt op dat vlak is het polemische essay waarin hij een schamele studie over zelfmoord in de letterkunde vakkundig fileert: 'Het is weer zo'n typisch psycholeuterkonterig rotboekje van zo'n typisch eigentijdse zielenzalver: zo een die zelf van baarlijke gekte niet meer weet hoe hij in de poppenkast zal rondspringen.' De schrijver van het boek, D. van Tol, is psychiater en daarmee lid van een beroepsgroep die het in De laatste deur hard te verduren krijgt.DelenNooit wordt zijn toon pathetisch. Altijd onthoudt hij zich van morele oordelen en behoudt hij desondanks zijn meedogenloze scherpte tegenover napraters van clichés en mythen, slecht geïnformeerde zelfmoorddeskundigen of inferieure literatuur. Op een onnavolgbare manier manoeuvreert Brouwers in zijn bespreking van schrijvers-zelfmoordenaars tussen de Scylla van de spot en de Charybdis van de zwaarte. Nooit wordt zijn toon pathetisch. Altijd onthoudt hij zich van morele oordelen en behoudt hij desondanks zijn meedogenloze scherpte tegenover napraters van clichés en mythen, slecht geïnformeerde zelfmoorddeskundigen of inferieure literatuur. De auteur betoont zich betrokken, maar laat de empathie dus nooit zijn oordeelsvermogen aantasten. In grote lijnen zijn dat meteen de belangrijkste kwaliteiten en de centrale ideeën van De laatste deur: zijn persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp die de ontsteking zijn van dit project, de ontkrachting van mythes, de motor van archief en documentatie en de versnellingsbak van het oordeelsvermogen: geen morele oordelen, maar wel snedige uitspraken over letterkundige kwaliteit. Brouwers' persoonlijke betrokkenheid bij het thema bepaalt hoe hij naar schrijvers en hun werk kijkt. In zijn omgeving zag hij vrienden en collega's voor de dood kiezen. Het zevende hoofdstuk van De laatste deur is nadrukkelijk gewijd aan de auteurs die hij gekend heeft, onder anderen Daniël Robberechts, Jan Emiel Daele en Joost Zwagerman. Aan een van zijn vrienden, Anne W., draagt hij het boek op. Over haar zelfmoord schreef hij al in het verhaal 'De Exelse testamenten' (Kladboek (1979)), waar hij haar naast een rijtje van schrijvers-zelfmoordenaars plaatste. Zijn hoogst persoonlijke band met het onderwerp blijkt ook elders in zijn oeuvre, zoals in de literaire parel Zonder trommels en trompetten (1973). Daarin treffen we opnieuw lijstjes aan van schrijvers die zelfmoord begingen: de verteller ziet ze voor zich wanneer hij aan het werk wil gaan. Ze zijn zijn 'vrienden de fantomen' die hem influisteren 'niet hoe zij schreven, maar op welke wijze zij gewenst hebben van het leven te scheiden'. De vonk slaat dus over in Brouwers' persoonlijke leven en zijn perspectief is dat van het schrijverschap en de biografie, meer bepaald de necrografie. Hij verklaart zich solidair met de door hem behandelde schrijvers. Als schrijver kan hij zich 'vereenzelvigen met andere schrijvers, mijzelf herkennend in alle eigenaardigheden, angsten, depressies, verslavingen en noem het maar "gekten" die des schrijvers zijn'. Die persoonlijke benadering betekent enerzijds dat Brouwers literair werk onomwonden biografisch duidt. Over Nanne Tepper: 'De avonturen van Hilliebillie Veen is even autobiografisch als De eeuwige jachtvelden en, hoewel minder, De vaders van de gedachte: men komt er dezelfde ingekookte ikken in tegen en Hillie Veen, door een vriendinnetje Hilliebillie genoemd, is geen ander dan Nanne Tepper zelf.' Anderzijds speurt Brouwers mogelijke vermeldingen, motieven en factoren van de zelfmoord na in interviews, persoonlijke gesprekken, brieven en dagboeken. Zwagerman had zich in Het vijfde seizoen (2003) en Door eigen hand.: zelfmoord en de nabestaanden (2005) al uitvoerig met het onderwerp beziggehouden en sprak in interviews geregeld over zelfmoord, waarbij hij steevast te kennen gaf dat zelfmoord niets voor hem was. Toch beging Zwagerman zelfmoord. Wie denkt dat signalen en indicaties eenduidig voor het grijpen liggen in het oeuvre van schrijvers die voor de dood kiezen, vergist zich dus: 'Het raadsel is het raadsel is het raadsel.' Hoezeer Brouwers het werk ook uitvlooit, het mysterie raakt niet ontsluierd. In die ontnuchterende constatering wordt tegelijk de literaire én de wetenschappelijke ambitie van de studie kenbaar en op dat vlak is De laatste deur een magnifiek project. Het literaire zit in de tendens om 'het raadsel te vergroten', zoals de door Brouwers bewonderde Mulisch het noemde. Wat Brouwers het raadselachtige van de zelfmoord noemt, wordt door zijn enorme arsenaal aan kennis niet vernietigd maar versterkt. Wetenschappelijk is de volgehouden inspanning om alles te verifiëren en nauwkeurig te documenteren. Brouwers verifieert of - veel vaker - bestrijdt de clichés, topoi en mythen die circuleren over zelfmoord. Zulke denkbeelden bestaan zowel over zelfmoord in het algemeen als over zelfmoord en literatuur. Is extreme drankzucht trage zelfmoord? Onzin, zegt Brouwers. Dacht u dat de Bijbel zelfmoord veroordeelde? Het is een groot misverstand. Zijn fenomenen als wurgseks of basejumping geen vorm van zelfgekozen toenadering tot de dood? Ook die vragen stelt Brouwers. Welke rol speelt zelfmoord in de Japanse cultuur? Brouwers laat het zien en helpt terloops enkele misverstanden over harakiri de wereld uit. Kunnen dieren zelfmoord plegen? Versteende beelden over zingende zwanen, schorpioenen die zichzelf steken en lemmingen die zich in de afgrond storten, doen het ons geloven, maar alles wat 'daarover blijft klinken is geblaf, gefluit, gemiauw, gemekker, geritsel, getoeter, geblaas en nog ander voorbijgaand gerucht in de verder onverstoorbare stilte van het mysterie.' Met die woorden eindigt het supplement en onderstreept Brouwers dat de door hem vergaarde kennis vooral laat zien dat er veel is wat we niet weten. Ook over schrijverszelfmoord gedijen de mythen welig. In een uitgebreid hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog, met portretten van onder anderen Gerth Schreiner en Frans Buyle, onderzoekt Brouwers het fenomeen van de 'zelfmoordepidemie' in mei 1940. Van een golf van zelfmoorden is wel degelijk sprake, maar de zelfmoorden gerelateerd aan de oorlog konden ook veel later nog geschieden, zoals het geval van Buyle laat zien. Bovendien is niet elke zelfmoord in die periode een politiek gemotiveerde daad. Van Menno ter Braak neemt men graag aan dat zijn daad er een van protest was, maar die hypothese wijst Brouwers af. Delen In de strijd tegen clichés is het archief Brouwers' grootste bondgenoot. Hij beschikt over brieven, knipsels, dagboeken, typoscripten, enzovoort die hem in staat stellen veralgemeningen te staven of onderuit te halen.Zo verzet Brouwers zich ook tegen andere romantiserende en moraliserende aannames: zelfmoord als een zegen voor de populariteit van een schrijver, zelfmoord als een daad die volgt nadat men de balans van het leven heeft opgemaakt, zelfmoord als een immorele daad, enzovoort. Terwijl Brouwers' romans vaak stoelen op mythen, is hij hier degene die de mythen over zelfmoord en letterkunde uitroeit. Dat is des te opmerkelijker omdat Brouwers' verhalende proza zo veel affiniteit vertoont met motieven uit de romantiek waarin er met de zelfgekozen kunstenaarsdood wordt gedweept. Als essayist kijkt hij er bovendien voor uit om geen nieuwe mythes uit de grond te stampen terwijl hij de oude dumpt. Zo ontstaat in de loop van de portretten het beeld dat de literaire auteur al in zijn werk alludeert op zijn eigen zelfmoordmethode. Auteurs weten volgens Brouwers vaak al op voorhand hoe ze zichzelf ombrengen, zij het niet bewust, lang voordat ze de daad stellen. François Haverschmidt alludeerde in zijn werk op de dood door ophanging, die ook daadwerkelijk zijn einde betekende. Cornélie Huygens kwam door verdrinking om zoals een personage in haar roman Hogenoord (1892). En in de gedichten van Jan Arends, die in 1974 uit een venster sprong, vindt Brouwers verwijzingen naar 'Teplettervallen' en 'luchtlopen'. Hij maakt het patroon aannemelijk, maar smoort de nieuwe mythe vervolgens met tegenvoorbeelden in de kiem. Overigens zijn er tal van zelfmoordgevallen in literaire werken waarvan de auteur zichzelf niet doodde. Brouwers geeft een hele reeks voorbeelden. In de strijd tegen clichés is het archief Brouwers' grootste bondgenoot. Hij beschikt over brieven, knipsels, dagboeken, typoscripten, enzovoort die hem in staat stellen veralgemeningen te staven of onderuit te halen. Hij typeert zichzelf daarbij als onvermoeibaar verzamelaar van materiële sporen: ik [ben] sedert mijn zestiende een verwoed uitknipper, verzamelaar en archivaris van alles wat ik aan Nederlandstalige literatuur tegenkom: tegen alle wanden van mijn schrijfsmidse staan nu de kasten met enige duizenden op auteursnaam gerubriceerde mappen, die samen naar bescheiden schatting zo'n miljoen knipsels herbergen.Wie De laatste deur leest, waarin veel van die mappen worden opengeslagen, leert dan ook veel over de Nederlandse literatuur. Hier en daar overheerst de documentatiedrift. 'De versierde dood' is in de eerste plaats een 'verzameling archiefstukken, teksten en getuigenissen', een 'inventaris van gegevens'. Zo wordt De laatste deur ook zelf een archief, in de eerste plaats een persoonlijk archief van schrijverspersoonlijkheden. Gezien de toon van solidariteit doen reeksen van namen, bijvoorbeeld wanneer het over de zelfmoordgolf in 1940 gaat, aan als een ingetogen opsomming bij de herdenking van slachtoffers van een grote ramp. Welke ramp wordt hier herdacht? Wellicht het leven zelf. Met en zonder oordeelOordelen doet Brouwers nadrukkelijk niet, tenminste niet over de keuze van auteurs om een einde te maken aan hun leven. Wél oordeelt hij over literaire kwaliteit. Veel van de besproken Nederlandstalige auteurs voelden zich miskend - het is een van de motieven in de levensschetsen - maar ze bleven volgens Brouwers ook terecht ongeprezen om hun literatuur. Geestig, spitsvondig en trefzeker schrijft hij over slechte literatuur. Over Willem van Haren (1710-1768): 'Van Haren maakte deel uit van de achtergrond van de literatuur en zijn werk is van geen enkele invloed gebleken'. Over Menno ter Braak: 'Zijn bellettristische werk - hij schreef twee romans - is van geen waarde'. Maar de waarde ligt elders, zo beklemtoont Brouwers: 'Ter Braak was een "vent".' Brouwers heeft oog voor de persoonlijkheid van de auteur, met een knipoog naar de vorm-of-ventdiscussie in het interbellum. En over Dirk de Wittes werk schrijft hij: 'wat dit proza uitademt is sentimentaliteit en verveling, voor het grootste gedeelte bestaat het uit kitsch' en 'Niet zo'n schrijver was hij die zich ook maar één seconde heeft afgevraagd of die boeken, die "raadsels" en die "precieze aanwijzingen" van hem wel zo interessant zijn dat ze het verdienen te worden bestudeerd. De dwingelandij van het zieligdoen. Het brouwen van een mythe.' De goede verstaander begrijpt dat Brouwers in De laatste deur niet meebrouwt. De laatste deur is dus een zelfmoordstudie die mythen minutieus ontkracht én een literair-kritisch werk dat oeuvres doorlicht. Terloops laat Brouwers ook iets zien van de dynamiek van het literaire veld door de rol van de recensent, de literaire tijdschriften en de uitgeverijen aan te stippen. Verder maakt Brouwers uitstappen naar de cultuurgeschiedenis en populaire cultuur. In zijn essay over Osamu Dazai bespreekt hij bijvoorbeeld de plaats van zelfmoord in de Japanse cultuur, te beginnen bij 'harakiri' en 'kamikaze'. Ten slotte kunnen we niet voorbijgaan aan de literaire waarde van De laatste deur. Die suggereerde Brouwers al in zijn brief aan Cherry Duyns. De literaire componist is in dit boek onmiskenbaar aan het werk, bijvoorbeeld in de schikking van auteurs en motieven in het boek, maar ook in de stijl en structuur van de hoofdstukken. Indrukwekkend is een essay als dat over de Amerikaanse dichter en uitgever Harry Crosby (1898-1929). Brouwers lardeert zijn verhaal over Crosby met een levensschets van de filosoof Diogenes, waardoor een suggestieve analogie ontstaat. Ook grandioos is het essay over Zwagerman, waarin hij zijn eigen lectuur van Zwagermans essays evoceert en daardoor zijn professionele interesse én persoonlijke betrokkenheid subtiel in beeld brengt. De literaire drijfkracht van De laatste deur zit ook in de soms uitgesponnen metaforen die onvatbare gedachten vatbaar en zogenaamd troosteloze verhalen troostend kunnen maken. Van een vergelijking tussen Jan Arends en Jan Emmens maakt Brouwers 'een duet van gelijke, even sterke stemmen [...]. Mannen die met een vrouwenstem zingen, tenoren die altpartijen kunnen vertolken', want 'ze hebben het in dezelfde of soortgelijke bewoordingen over hun beider onpeilbaar diepe verdriet om het bestaan, geënt op het besef in dat bestaan van geen enkele betekenis te zijn'. En Hart Crane wordt beschreven als 'uitgebrand als een door bliksem getroffen circustent.' Het is ook dankzij zulke schotvaste metaforen dat dit monumentale boek schrijverslevens verlevendigt, het raadsel vergroot en de mythen over schrijverszelfmoord verdelgt.Lars Bernaerts, De ReactorJeroen Brouwers, De laatste deur Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2017,ISBN 9789045021089 / 2 dln., 758 p. + 432 p.
woensdag, 16, augustus, 2017
Source: Knack.be
De filosoof en linguïst Noam Chomsky (1928), die met Syntactic Structures (1957) in de jaren vijftig de taalkunde revolutioneerde, keerde zich in The Responsibility of Intellectuals uit 1967 hevig tegen de conformistische intellectuelen die de gruweldaden in Vietnam goedpraatten. Daartegenover maande Chomsky intellectuelen aan hun bevoorrechte positie en toegang tot informatie te benutten om de leugens van de gevestigde instituties te onthullen en zich openlijk uit te spreken tegen de misdaden waarbij hun eigen land betrokken was. En geheel in de lijn van dit manifest is 'rebel without a pause' Chomsky de afgelopen halve eeuw verwoed blijven schrijven over de kwalijke rol van de Verenigde Staten op het internationale toneel. ...
vrijdag, 11, augustus, 2017
Source: Knack.be
Begin februari 1944 verzamelden driehonderd vrijwilligers, die geen idee hadden waarvoor ze zich precies hadden opgegeven, zich vanuit verschillende centra voor voorbereidende training in ME65, de codenaam voor Milton Hall.Vijftig Amerikaanse, vijftig Britse, honderd Franse officieren en honderd radiotelegrafisten met de rang van sergeant (veertig Britten, veertig Amerikanen, twintig Fransen): allemaal op een hoop gegooid.Er waren universitair docenten bij, taxichauffeurs, leden van het Vreemdelingenlegioen, Amerikaanse football-helden; er was een stuntman bij, en een stroper, en een politieman.Wat ze allemaal gemeen hadden, was dat ze door een intensieve selectieprocedure waren heen gekomen: een gamma aan fysieke en psychologische geschiktheidstests, gevolgd door verwarrende ondervragingen waarbij verrassende niet-militaire kwesties aan de orde kwamen, gevolgd door intelligentietests en woordassociatietests; ook de Rorschachtest werd niet overgeslagen bij het beoordelen van de persoonlijkheid.Iedere persoon werd onderworpen aan oefeningen die bedoeld waren om zijn vermogen tot snel denken, improviseren, uitvinden en zich aanpassen te testen en om vast te stellen in hoeverre hij kon omgaan met teleurstellingen, zoals het moeten uitvoeren van taken met gebrekkig gereedschap of met een hinderlijke assistent.De gehele procedure werd op de voet gevolgd door militaire testfunctionarissen met klemborden die aantekeningen maakten en de geringste aarzeling registreerden. Het ging er natuurlijk om uit te maken hoe een kandidaat zou kunnen reageren in stressvolle of gevaarlijke situaties in vijandig gebied. Zou hij ondergronds gaan en zich gedeisd houden of zou hij doorgaan met zijn missie?DelenVoor één keer bleven hoogvliegers die gewend waren fluitend over een finish te komen ergens halverwege steken.Voor één keer bleven hoogvliegers die gewend waren fluitend over een finish te komen ergens halverwege steken, terwijl degenen die gewend waren op hun kop te krijgen of gepasseerd te worden doorgingen naar een volgend niveau.Men was op zoek naar onconventionele, niet-onderdanige types, naar energieke individualisten, naar mannen die niet bang waren om hun nek uit te steken of, zoals de Jeds het uitdrukten, naar herrieschoppers.Maar de lijst met vereisten was behoorlijk ingewikkeld, want Jeds moesten ook nog eens beschikken over zelfdiscipline, zelfvertrouwen, lef, moed, zelfredzaamheid, diplomatieke gaven; ze moesten opmerkzaam zijn, overtuigingskracht hebben, assertief en fantasievol zijn. En ze moesten goed in een team kunnen werken, maar zich ook helemaal in hun eentje kunnen redden in vijandelijk gebied, mocht dat nodig zijn.Alle Jeds op de reünie hebben een ander verhaal over hun rekrutering. Aubrey Trofimov ('Trof ') herinnert zich dat hij werd opgesloten in een kelder met de instructie eruit te ontsnappen. Hij wrikte wat stenen los, klom door een afvoerkanaal, ontsnapte via een rooster, besloop een bewaker en sleepte hem met zijn gezicht naar de grond mee naar het bureau van de bevelvoerend officier, waar hij verkondigde: 'Hier ben ik en technisch gezien zou ik u kunnen neerschieten.'Dick Rubinstein weet nog dat ze in groepen van acht werden ingedeeld en na een aantal oefeningen op basis van verdienste moesten aangeven welke andere groepsleden ze zouden willen meenemen naar door de vijand bezet gebied: wat de Amerikanen een 'fuck your buddy test' noemden.Een van de Amerikaanse Jeds gaf als antwoord op alle woordassociatievragen: 'Meisjes.' 'Meisjes.' 'Meisjes.' De Amerikanen waren een vrolijke noot op Milton Hall, maar de Britten stuurden een derde van degenen die door de voorselectie van de Amerikaanse geheime dienst waren gekomen, naar huis.Toen in 1939 de oorlog uitbrak, zat papa in de hoogste klas van cadetofficiers op de Koninklijke Militaire Academie in Woolwich. Hij hoorde bij de slechtsten, althans dat zegt hij.'Halverwege het semester hadden ze me meer disciplinaire straffen opgelegd dan er strafexercities waren om aan mee te doen, en ik werd alleen voorgedragen als gevolg van de omstandigheden. Ik veróórzaakte nooit moeilijkheden,' probeert papa uit te leggen, 'ik zette alleen overal vraagtekens bij. Ik wilde het waarom weten. Als ik de opdracht kreeg om laarzen te poetsen dan vroeg ik: "Waarom?" "OM TE ZIEN OF JE HET KUNT!"' buldert hij, en begint te lachen. 'Dus poetste ik er één. Tjonge, de afkeer die ze in één woord wisten samen te ballen: "CAREW!"'In 1943 was papa luchtdoelartillerist in Gibraltar; hij verveelde zich dood omdat er maar heel af en toe een Vichy-vliegtuig langskwam om op te schieten. Toen zag hij op het mededelingenbord een oproep van het ministerie van Oorlog voor vrijwilligers die in kleine eenheden overzee zouden opereren.'Ergens in mijn achterhoofd wist ik gewoon dat een kolonel me op een dag zou bevelen iets te doen en dat ik dan zou zeggen dat hij de boom in kon, zodat ik voor de krijgsraad zou komen. Als ik dan toch dood moest, dan veel liever omdat ik er een feestje van had gemaakt dan omdat een idioot van een kolonel er een potje van had gemaakt.'Dus meldde mijn vader zich aan, samen met zijn vriend Alistair. Het verslag van zijn selectie bevindt zich in de geluidsarchieven van het Imperial War Museum:We moesten in een boom klimmen - ik heb een enorme hekel aan hoogten - naar touwen tussen twee bomen en dan moest je langs die touwen naar de overkant. Ik kwam langs een van die touwen en toen langs nog een en toen langs een nog hoger touw, en toen keek ik naar beneden en zei de instructeur: 'Je kunt de bovenste ook doen als je wilt.' Ik schold hem uit voor klootzak of iets ergers. 'Dat is de enige waar ik langs moet, ja toch? Als ik het niet doe, dan zak ik. Mij belazer je niet.' Dus klom ik ernaartoe, bleef halverwege steken, maar moest het risico wel nemen en kwam aan de overkant. Toen we weer beneden waren, zei ik tegen Alistair: 'Ben jij helemaal boven geweest?' Hij zei: 'Nee, de instructeur zei dat het niet hoefde als je niet wilde.' Nou, het was mooi wel het enige touw waar je langs moest en hem hebben ze niet aangenomen. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord, en hij kwam veel meer in aanmerking dan ik. Hij was veel actiever, sterker en intelligenter; het was echt een pientere kerel. En hij wilde die baan, maar ja, hij had niet door dat het bovenste touw het enige touw was waar je langs moest.Milton Hall was bijzonder omdat de mannen nooit naar rang gescheiden werden. Alle Jedburghs woonden bij elkaar, aten samen, trainden samen en werden in alles, of het nu voedsel, uitrusting of privileges betrof, gelijk behandeld.De Amerikanen waren populair, niet in de laatste plaats vanwege de overvloedige rantsoenen die ze meebrachten. Het ontbijt was een feestmaal met vruchtensap, pindakaas, kippers, marmelade, maple syrup, wafels, warme broodjes en koffie; heerlijkheden die de Britten niet gewend waren, zeker niet in de oorlog. Amerika zorgde voor het eten, de uitrusting en de wapens, de Britten verzorgden de training. 'Alle gemene kneepjes leerden we van de Britten,' schreef Bill Colby, de Amerikaanse Jed die later hoofd van de CIA zou worden.Alle oudgedienden op de reünie herinneren zich de training parachutespringen en hun eerste sprong. Het gespannen wachten tot ze aan de beurt waren, het groene licht, de plotselinge luchtstoot, de lichte ruk van het harnas, het omhoog kijken of de parachute wel openging, en dan het gevoel van verrukking terwijl ze traag naar beneden zweefden, totdat de stem van de instructeur vanaf de grond hier een einde aan maakte: 'Benen bij elkaar, buig je knieën, kijk naar voren, gebruik je stuurlijnen...' En dan de grond, de smak, het rollen, het snelle ronddraaien om naar de parachute te kijken terwijl de wind die opbolde en je overeind trok.Er waren mislukkingen: parachutes die niet opengingen, treklijnen aan het vliegtuig die het valscherm naar buiten trokken maar niet op de juiste manier bevestigd waren, met trieste gevolgen - bij een van de eerste trainingen kwam een jonge paratroeper om; de Jeds die op de grond stonden, moesten toezien hoe hij als een steen uit de lucht viel.DelenAlle Jedburghs woonden bij elkaar, aten samen, trainden samen en werden in alles gelijk behandeld.Iedereen moest een bepaald aantal sprongen maken, waaronder eentje vanaf een ballon die op een hoogte van ruim 180 meter aan de grond verankerd was. Dat was een sprong die niemand ooit vergat. Als je uit een vliegtuig springt, opent de parachute zich snel doordat de slipstream, veroorzaakt door de snelheid van het vliegtuig, de treklijn die het scherm opblaast, eruit rukt; terwijl je, als je uit een ballon springt, eerst zo'n zestig meter recht naar beneden valt voordat je parachute opengaat. Wat de instructeur verzuimd had te melden... en wat, als je in het harnas aan het aftellen bent, een uitstel van grote betekenis is. Allemaal dachten ze halverwege de sprong dat hun laatste uur geslagen had.Papa reageerde niet met een gebedje, angst of behoedzaamheid, maar begaf zich na de landing ogenblikkelijk naar de schuur waar de parachutes werden klaargemaakt om de meisjes daar de huid vol te schelden omdat ze zijn parachute niet goed gevouwen hadden. Papa had gewoon geen besef van zijn eigen sterfelijkheid.Alle dagen op Milton Park waren drukbezet. Lessen Frans: over gewoonten, eigenaardigheden, cultuur, geografie, politiek; er werd zelfs onderwezen hoe de Fransen met mes en vork omgingen, iets waar vooral de Amerikanen op moesten letten. Lessen over de nazipartij en hoe die georganiseerd was; de Gestapo; het Duitse leger, de uniformen en rangen; Vichy-uniformen en rangen; ze konden het zich niet permitteren om zich hierin te vergissen. Ze moesten weten hoe elk type revolver, pistool, geweer, machinepistool - Brits, Amerikaans, Frans, Duits uit elkaar gehaald, schoongemaakt en weer in elkaar gezet moest worden; of hoe een wapen, als ze het moesten achterlaten, onklaar kon worden gemaakt.De syllabus was om gek van te worden. Explosieven: hoe je in het donker ladingen aanbrengt en ze met elkaar verbindt. Spoorwegsabotage: ontsporingen, opblazen van spoorlijnen, seinposten, locomotieven, rollend materieel. Verwoesting van voedsel-, munitie- en benzineopslagplaatsen door brandstichting. Granaten: het gooien, het gebruik in huizen, in menigten, op straat - 's nachts en overdag. Administratieve taken, lessen overleven in de vrije natuur, plus al het fysieke gedoe. Ze moesten fitter dan fit zijn en in moeilijke omstandigheden grote afstanden te voet kunnen afleggen. En dan was er nog de overdaad aan wat ze zenuwtesten noemden. Fysieke en mentale kracht konden het grote verschil maken als hun leven op het spel stond.© SpectrumWat de Jedburghs onderscheidde van de agenten van afdeling F van de SOE, was deze intensieve paramilitaire training. Anderzijds waren ze ook niet direct eersteklas teams zoals die van de Special Airborne Service (SAS), die specifieke missies hadden: snel eropaf en weer weg, met beperkte doelwitten.Het zou kunnen dat de Jeds maandenlang moesten samenwerken met partizanen en daarom was een wezenlijk criterium bij de selectie 'politieke inschikkelijkheid en tact' geweest, naast leiderschap.Jedburgh-teams moesten het vertrouwen van de uiteenlopende verzetsfacties in een gebied weten te winnen om met ze te kunnen samenwerken.Ze moesten soldaat en diplomaat tegelijk zijn.Elke avond na het eten dronken ze Algerijnse wijn, rookten ze Amerikaanse Chesterfield- of Camel-sigaretten, om zich daarna aan ernstiger zaken te wijden zoals pokeren en schaken.Al met al een perfect rooster voor jonge kerels.De wereld van mijn vader, Keggie Carew, Spectrum, 456 p., EAN: 9789000357789. Met de kortingscode 'wereld2017' koop je het boek hier met 10 procent korting en gratis verzending, geldig tot 15/09/2017 of zolang de voorraad strekt.
vrijdag, 11, augustus, 2017
Source: Knack.be
De filosoof en linguïst Noam Chomsky (1928), die met Syntactic Structures (1957) in de jaren vijftig de taalkunde revolutioneerde, keerde zich in The Responsibility of Intellectuals uit 1967 hevig tegen de conformistische intellectuelen die de gruweldaden in Vietnam goedpraatten. Daartegenover maande Chomsky intellectuelen aan hun bevoorrechte positie en toegang tot informatie te benutten om de leugens van de gevestigde instituties te onthullen en zich openlijk uit te spreken tegen de misdaden waarbij hun eigen land betrokken was. En geheel in de lijn van dit manifest is 'rebel without a pause' Chomsky de afgelopen halve eeuw verwoed blijven schrijven over de kwalijke rol van de Verenigde Staten op het internationale toneel. ...
vrijdag, 11, augustus, 2017
Source: Knack.be
In 2014 publiceerde Reni Eddo-Lodge, een Britse journaliste met Nigeriaanse ouders die in 1989 in Londen werd geboren, een blogpost met de onthutsende titel Why I'm No Longer Talking to White People about Race. Ze was het beu dat blanke gesprekspartners glazig voor zich uit keken als zij over racisme begon, of verontwaardigd reageerden zonder zelfs maar geluisterd te hebben naar wat ze te vertellen had. Die post wist voor veel van haar zwarte lezers de muur van ontkenning te vatten waar zij op botsen, en ging het internet rond. De trouvaille van de titel was origineel genoeg om nu...
woensdag, 9, augustus, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]Onder begeleiding van bekende auteurs en professionele redacteurs werken twintig uitverkoren jongeren een kortverhaal uit tijdens het zomerkamp van uitgeverij Das Mag. We keken een dag in de hersenpan van de beloftevolle jonge schrijvers.
maandag, 7, augustus, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]Heleen Debruyne is schrijfster en journaliste. Ze werkt momenteel aan een nieuwe roman. Maar hoe viert Debruyne vakantie? Om deze vijftien vragen te beantwoorden, had ze 10 minuten en 12 seconden nodig.
zaterdag, 5, augustus, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]In een hoogst originele hybride stelt Peter De Graeve de filosofie en het romangenre flink op de proef, schrijft Ger Groot. Interessant is deze roman dan ook eerder als experiment dan als resultaat.
vrijdag, 4, augustus, 2017
Source: Knack.be
'De nacht waarin ik een man vermoordde, was een vreselijke beproeving. Vooral voor zijn familie, voor mijn familie - voor iedereen die getraumatiseerd werd door wat ik heb gedaan. Nog altijd worstel ik met een gevoel van schuld en verdriet. Vaak ontplof ik haast van alle droefenis en smart in mijn hart. Maar binnen de vierentwintig uur nadat je een gevangenisdeur achter je hebt horen dichtslaan, besef je dat je maar twee mogelijkheden hebt: ofwel heb je zo veel spijt van het verleden dat je eraan doodgaat, ofwel leer je in het heden te leven. Voor mij bestaat dat heden voor een groot deel uit fictie. Ik klamp me eraan vast als aan een reddingssloep die elke dag weer van de mist wegdrijft.' Dat schrijft de Amerikaan Curtis Dawkins in het dankwoord bij zijn verhalenbundel The Graybar Hotel. De meeste van die rake maar ook bevreemdende verhalen spelen zich binnen gevangenismuren af en worden verteld vanuit het perspectief van een naamloze gedetineerde. Amper was het boek verschenen of het werd al de hemel in geprezen door schrijvers als Roddy Doyle en Atticus Lish, en ook de Amerikaanse recensenten reageerden lovend. Zij het met een paar kanttekeningen. ...
woensdag, 2, augustus, 2017
Source: Knack.be
[unable to retrieve full-text content]
Source: Knack.be

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *